De rus

Synopsis: Marco Hendriks, een jonge Amsterdammer, wordt politieagent in Amsterdam en belandt in het criminele milieu. Hij wordt benaderd door John Jacobs, de chef van de Criminele Inlichtingendienst (CID), die hem laat infiltreren in de Joegoslavische maffia. Jacobs verzamelt belastende informatie tegen hooggeplaatste figuren en krijgt steeds meer macht in de politieorganisatie. Op een gegeven moment vindt commissaris Edwin Bloem, een vriend van Jacobs, het welletjes. Jacobs is een gevaar voor de rechtsorde en moet worden gestopt. Maar het lijkt te laat te zijn. Door zijn terreurbewind is Jacobs oppermachtig.

0Likes
0Comments
1122Views
AA

12. Het einde van Paul de Wit

Club Juliana’s op de hoek van de Breitnerstraat en de Apollolaan in Amsterdam-Zuid, ook wel “barretje Hilton” genoemd omdat het zich onder het Hilton hotel bevond, was het nachtelijke trefpunt van de Amsterdamse jetset en de Amsterdamse penoze. Het was een besloten club. Er kwamen vooraanstaande zakenlieden, vastgoedmagnaten, scheepvaart- en havenbaronnen, gangsters, maar ook politici, artiesten en… politieofficieren als John Jacobs en Edwin Bloem, die een “gezellig babbeltje” onder het genot van een drankje met bendeleiders als Paul de Wit niet uit de weg gingen. Dat was de reden waarom het observatieteam van de CID van Jacobs en de tactische recherche de expliciete opdracht kregen het terras van de Club Juliana’s en de directe omgeving daarvan niet langer af te luisteren met richtmicrofoons.

Het is donderdag 27 juni 1991, vlak na middernacht, als twee bodyguards van Paul de Wit nonchalant Club Juliana’s betreden om te controleren of het veilig is om hun baas te laten binnenkomen. Het is nog rustig in de bar. In een hoek zitten twee onbekende vrouwen met elkaar te praten. De bodyguards gaan weer naar buiten om Paul de Wit te halen, die met nog twee bodyguards in de auto zit. Ten gevolge van overmatig cokegebruik is de bendeleider al een paar jaar uitermate paranoïde. Carlos Ramirez, De Wit’s persoonlijke bodyguard die altijd bij hem is, is deze avond verhinderd vanwege maagklachten. Nadat Paul de Wit en zijn bodyguards zich hebben gezeteld komt zijn zakenpartner en vriendin Minnie Eckhart binnen, die De Wit hartelijk begroet, hoewel zij een zakelijk conflict hebben. Minnie wil namelijk uit de drugshandel stappen en eist een “gouden handdruk”, maar De Wit vindt dat ze daar geen recht op heeft en dat ze teveel geld vraagt. Paul de Wit zegt dat hij een afspraak heeft met drugshandelaars Chris Verdonk en Kenny Jones, die met hem willen samenwerken, en Minnie gaat ergens anders zitten. Even later komen twee rechercheurs van het team van John Jacobs binnen, die Paul de Wit al de hele avond hebben gevolgd omdat Jacobs hen heeft verteld dat hij vermoedt dat De Wit het wil aanpappen met een vrouwelijke politiefunctionaris. Zij zijn die nacht in heel Amsterdam de enige rechercheurs met piketdienst, en dat is heel uitzonderlijk.

Tijdens het gesprek met Verdonk en Jones wordt nogal wat gedronken en begint Paul de Wit zich te ontspannen. Hij voelt zich niet bedreigd en op een gegeven moment zegt hij tegen zijn bodyguards: “Jongens, ga maar naar huis, dit kan nog wel even duren.” “Weet je het zeker, Paul?” vraagt een van de bodyguards. De Wit raakt geïrriteerd want hij wenst dat zijn bevelen onmiddellijk worden opgevolgd. “Doe nou gewoon wat ik zeg, lul, dan leef je langer.”

De bodyguards verlaten de bar en Minnie Eckhart volgt hen naar buiten. “Jongens, waar gaan jullie naartoe?” vraagt ze. “Paul heeft ons naar huis gestuurd,” zegt een bodyguard. “Ja, maar dat kun je niet doen, hoor!” protesteert Minnie. “Dat is veel te gevaarlijk voor Paul!” “Lieverd, je weet toch hoe Paul is?” antwoordt de bodyguard. Minnie weet het; het heeft geen zin om tegen de wil van de grote baas in te gaan.

Om half twee ’s nachts is het gesprek tussen Paul de Wit en Chris Verdonk en Kenny Jones beëindigd. Verdonk heeft zijn zin niet gekregen en voelt zich zwaar beledigd. Hij vertrekt onmiddellijk. Kenny Jones heeft tijdens het gesprek vrouwelijk schoon in de bar ontdekt en loopt naar de vrouwen toe om kennis te maken. De twee rechercheurs, die Jacobs op de hoogte hebben gebracht van het feit dat Paul de Wit zich uitstekend vermaakt in Club Juliana’s, worden onverwacht afgelost door twee collega’s.

Marco Hendriks kan het thuis niet meer uithouden en rijdt in zijn groene VW Golf naar Club Juliana’s. In de auto neemt hij eerst nog een flinke snuif coke.  Als hij binnen komt ziet hij Paul de Wit zitten, en daarom houdt hij flink afstand. Hij ziet een ex-collega van de politie en heeft een kort gesprek met hem, over koetjes en kalfjes. Marco bestelt een dubbele Hennessy, alhoewel hij het liefst direct rechtsomkeert had gemaakt. Maar dat zou gezichtsverlies betekenen.   Paul de Wit is flink aangeschoten en onder de invloed van coke, en zit zich op te fokken. Waarom negeert die gast hem? Wie denkt hij wel dat hij is? “Hé, Joego-neuker, denk je dat ik bang voor je ben omdat je rechercheur bent geweest?” roept hij opeens naar Marco. Er zijn dan al twintig minuten voorbij gegaan waarin De Wit niets anders heeft gedaan dan hem wazig aanstaren. “Val dood, zak,” antwoordt Marco geërgerd. “Laat me met rust.” “Hoezo klootzak?” roept De Wit. “Niemand noemt mij klootzak!” “Ik zei geen klootzak, ik zei val dood, zak,” zei Marco. “Dood??? Dood???” roept De Wit, “als ik dat wil dan zijn jouw vrouw en jouw kindje NU dood! Liggen ze met een doorgesneden keel in bed als jij straks thuis komt! Weet wel tegen wie je het hebt, vriend!”

En dan slaan bij Marco de stoppen door. Hij loopt naar Paul de Wit toe, grijpt hem bij de kladden en sist: “Ik laat mijn vrouw en kind niet bedreigen! Kom maar mee naar buiten!” Paul de Wit kijkt hulpeloos om zich heen, maar de aanwezigen in de bar draaien zich om. Zij willen zich afzijdig houden. Je kunt je maar beter niet bemoeien met een conflict tussen gangsters. “Nou kom dan, laat eens zien wat voor een vent je bent zonder je bodyguards,” dringt Marco aan. Paul de Wit staat met moeite op en wankelt achter Marco aan naar buiten. Die heeft ‘m zelf ook al flink zitten. Op de Apollolaan is het doodstil. Het is kwart voor vier ’s nachts. Paul de Wit kan zich niet staande houden en Marco trekt hem overeind aan de revers van zijn Armani pak. Het liefst zou hij De Wit een kogel door de kop jagen, maar dat mag niet van John Jacobs. Nog niet. Paul de Wit is doodsbenauwd. “Laat me alsjeblieft leven!” zegt hij tegen Marco. Marco spuugt De Wit in het gezicht. “Ik walg van je!” zegt hij. Dan laat hij De Wit los. Die laat zich op de grond vallen. Marco loopt naar zijn auto en rijdt naar huis, waar hij om tien over vier arriveert.

De twee rechercheurs van het team van John Jacobs zijn de vechtersbazen naar buiten gevolgd. Nadat Marco Hendriks is weggereden houden ze Paul de Wit nog even in de gaten. Ook kijken ze zorgvuldig of ze worden geobserveerd. Op de parkeerplaats van het Hilton hotel staat een auto met twee inzittenden. Een van de rechercheurs wenkt naar de mannen in de auto. De rechercheurs gaan weer naar binnen. De mannen stappen uit de auto en lopen naar Paul de Wit, die probeert overeind te krabbelen. Wanneer De Wit de mannen ziet, probeert hij zijn pistool te pakken, maar bedenkt zich wanneer hij de mannen herkent. “Sorry, foutje,” zegt hij. Eén van de mannen trekt ook zijn pistool, een Smith & Wesson 9mm, en schiet Paul de Wit van dichtbij dood, met één kogel in de borst en nog eens drie door het hoofd. “Ins Gesicht,” zoals John Jacobs had gezegd.

Tien minuten later zijn er vier surveillancewagens ter plaatse en wordt de plaats delict afgezet. Het begint licht te worden. Hoofdinspecteur Jacobs zelf is om zes uur die ochtend aanwezig op het plaats delict. Het levensloze lichaam van Paul de Wit ligt dan nog steeds op het trottoir van de Apollolaan. “Ik heb wel een idee wie de dader is,” zei hij tegen een collega.  

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...