De rus

Synopsis: Marco Hendriks, een jonge Amsterdammer, wordt politieagent in Amsterdam en belandt in het criminele milieu. Hij wordt benaderd door John Jacobs, de chef van de Criminele Inlichtingendienst (CID), die hem laat infiltreren in de Joegoslavische maffia. Jacobs verzamelt belastende informatie tegen hooggeplaatste figuren en krijgt steeds meer macht in de politieorganisatie. Op een gegeven moment vindt commissaris Edwin Bloem, een vriend van Jacobs, het welletjes. Jacobs is een gevaar voor de rechtsorde en moet worden gestopt. Maar het lijkt te laat te zijn. Door zijn terreurbewind is Jacobs oppermachtig.

0Likes
0Comments
1116Views
AA

20. De zaak Jacobs

Ex-commissaris Bloem had het rapport van het gerechtelijk laboratorium gelezen. Men had zich voornamelijk gericht op de directe doodsoorzaak, de inslag van de kogels en de hoek van waaruit de kogels afkomstig waren. Deze gegevens waren nodig voor de rechtzaak tegen de dader, mocht die ooit gevonden worden. Uit het onderzoek was ook gebleken dat het slachtoffer terminale kanker had en hooguit nog twee weken had geleefd wanneer hij niet zou zijn doodgeschoten. De identificatie van het lijk was gebeurd door Marco’s stiefvader, dus nadere vaststelling van die identiteit middels gebitsgegevens en vingerafdrukken hoefde niet plaats te vinden. Marco’s stiefvader kon het niet aanzien en wierp slechts een vluchtige blik op het gezicht van zijn stiefzoon. Hij had Marco al jaren niet meer gezien. “Herkent u de man als uw zoon Marco Hendriks?” vroeg de rechercheur in het mortuarium. “Ja ja,” antwoordde Hendriks. Hij had een krop in zijn keel en veegde een traan weg.

De crematie van Marco Hendriks vond plaats in besloten kring, nadat het gerechtelijk laboratorium het lijk had vrijgegeven. De mensen van “Team Marco 2” vonden het niet verstandig om daarbij aanwezig te zijn, maar in Hellevoetsluis kreeg Marco van commissaris Bloem een video met de opnamen van een plaatselijke Amsterdamse televisiezender. Wie had ooit kunnen denken dat hij nog eens naar zijn eigen uitvaart zou kijken? Wat Marco het meest trof was dat Marcia en Suzanne er niet waren, en wat waren zijn ouders oud geworden!

Binnen het arrondissement Amsterdam, het Landelijk Parket en zelfs het ministerie van Justitie was de bereidheid om John Jacobs te vervolgen vrijwel nihil. Jacobs had zich in dertig jaar weten te verzekeren van de loyaliteit van veel hooggeplaatste figuren, die allen hun eigen redenen hadden om hem de hand boven het hoofd te houden. Uiteindelijk vonden commissaris Bloem en advocaat Bennie Frei Jan Alvarez, procureur-generaal voor zware, georganiseerde misdaad, bereid de zaak onder de loep te nemen. “Kan dit niet op een andere manier?” vroeg hij. “Hoe stelt u zich dat voor?” antwoordde Edwin Bloem. “Marco Hendriks, die officieel dood is, loopt het hoofdbureau van politie binnen om aangifte te doen tegen commissaris Jacobs?” “U zou zelf ook aangifte kunnen doen,” zei Alvarez. “Okay, bij deze!” antwoordde Bloem strijdvaardig.

Uit alles bleek dat Jan Alvarez zijn handen liever niet aan deze zaak brandde. Maar nadat hij enorm op zijn donder had gekregen van de parlementaire commissie, die hem “de meester van de doofpot” had genoemd, wilde hij zichzelf in bepaalde justitiële kringen bewijzen. Hij wilde zijn naam als “de ijzeren PG” hooghouden. Alvarez stelde na overleg met het ministerie als voorwaarde dat er aan de zaak absoluut geen ruchtbaarheid mocht worden gegeven. Bovendien moesten de zittingen plaatsvinden in een zwaar beveiligde rechtbank in het arrondissement Den Bosch. Wat in het kader van de transparantie en de voorbeeldfunctie de meest opzienbarende rechtzaak van Nederland had moeten worden, werd zodoende een achterkamertjesproces.

Edwin Bloem overhandigde Alvarez zijn omvangrijke “dossier Jacobs” en Bennie Frei produceerde zijn dossiers met de verklaringen van Marco Hendriks. Vervolgens gaf Alvarez de Rijksrecherche opdracht om John Jacobs te arresteren en in bewaring te stellen. De Rijksrecherche aarzelde, want Jacobs was een hooggeplaatste, invloedrijke collega, en ging pas akkoord nadat Alvarez hen de huid had volgescholden en de Rijksrecherche een formele vordering tot inbewaringstelling had gefaxt, voorzien van de handtekening van de procureur-generaal.

In de nacht van 6 op 7 oktober 2004 werd commissaris John Jacobs in zijn woning in Vinkeveen van zijn bed gelicht door de Rijksrecherche. Aan de Zuwe, het dijkje dat de Vinkeveense plassen doorsnijdt, bevonden zich aan beide zijden villa's. De bewoners van die villa’s waren heel wat gewend, want er woonden nogal wat vermogende criminelen. De aanwezigheid van een politiemacht aldaar was derhalve geen opzienbarend fenomeen.     Op hetzelfde moment werden op verschillende plaatsen in Nederland nog meer arrestaties verricht door de Rijksrecherche. John Kratt en Ruud Boeket verzetten zich heftig, oud-OvJ Franciscus Arvidi en reclasseringsambtenaar Rob de Rue waren stomverbaasd, maar lieten zich zonder problemen afvoeren. Alle verdachten werden ondergebracht in het cellencomplex van het gerechtshof in Den Bosch, dat al enige jaren buiten gebruik was. Na te zijn verhoord en in overleg met hun raadsheren gingen de verdachten akkoord om “zonder enig voorbehoud” te getuigen tegen John Jacobs, in ruil voor strafvermindering. Jacobs, Kratt en Boeket werden op 8 oktober 2004 formeel door Alvarez in verzekering gesteld en overgebracht naar het Huis van Bewaring te Vught, een complex aan de Lunettenlaan waar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) deel van uitmaakt. Arvidi en De Rue werden in afwachting van de zaak tegen hen in vrijheid gesteld, maar mochten niet naar huis. Zij en hun gezinnen werden ondergebracht in safehouses van de Dienst Getuigenbescherming van de KLPD,  en dienden zich te allen tijde beschikbaar te houden voor aanvullend verhoor of het verstrekken van getuigenverklaringen.

Marco Hendriks kon niet onder zijn eigen naam en voormalige functie worden gehoord als getuige, omdat hij officieel dood was. Dus werd hij benaderd als Rolf van Doormalen uit Purmerend, de identiteit die hij van de Dienst Getuigenbescherming had gekregen, en werd hij in het proces tegen Jacobs opgevoerd als “getuige X1”. Omdat hij weigerde in een safehouse te gaan wonen, kreeg hij een aantal bodyguards van de Rijksrecherche toegewezen die hem in zijn woning in Hellevoetsluis moesten beschermen en hem van en naar de rechtbank in Den Bosch vervoerden. Al gauw kreeg Marco een goede band met deze rechercheurs.

Via de contacten van Luka Pukanic in Belgrado had Marco ervoor gezorgd dat Marcia, Suzanne en Milos konden terugkeren naar Nederland. Het verbaasde Marco dat zij telefonisch contact bleef houden met Paul Gavrilovic, de man die hen had mishandeld, maar hij kon er niets aan veranderen; hij was immers dood.

In november 2004 werd Paul Gavrolovic in Belgrado gearresteerd op verdenking van moord, wapenhandel, smokkel van harddrugs en vrouwenhandel. Paul Gavrilovic schoof de schuld van die misdrijven echter op Luka Pukanic, en verklaarde zich in ruil voor strafvermindering bereid tegen Pukanic te getuigen. Die werd op basis van de leugens van Gavrilovic bij verstek veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. Marco Hendriks was woedend op Gavrilovic, want hoewel hij wist dat Pukanic geen lieverdje was, wist hij ook dat die niet schuldig was aan de misdrijven waar Gavrilovic hem van beschuldigde.

Op maandag 10 oktober 2005 kon de rechtzaak tegen John Jacobs eindelijk van start gaan. Er waren in totaal 23 zittingen nodig voordat de rechtbank tot een oordeel kon komen. John Jacobs werd beschuldigd van het aanzetten tot moord, aanzetten tot mishandeling, misleiding van informanten en infiltranten, misleiding van de korpsleiding, misbruik van zijn functie, omkoping van getuigen, verduistering van overheidsgelden, verduistering van uit misdrijf verkregen gelden, schending van zijn beroepsgeheim en schending van de ambtseed. Marco Hendriks verscheen als getuige X1 in de rechtzaal, met een zonnebril, een valse baard en een pruik. Hoewel het O.M. geen enkel begrip had voor de misdrijven die hij als undercover agent had gepleegd, werden de gedetailleerde getuigenverklaringen van X1 zeer op prijs gesteld en was gebleken dat zij onontbeerlijk waren voor de totstandkoming van de zaak. Zoals verwacht ontkende Jacobs alle beschuldigingen. Van de onderwereld had hij geleerd dat je alleen iets bekent wanneer je voor de volle 100% weet dat het kan worden bewezen. Hij vertelde de rechtbank dat hij op kosten van de KLPD samen met dertien collega’s een opleiding bij de DEA in Amerika had gevolgd, met de expliciete opdracht zich de werkwijze en organisatie van de DEA eigen te maken en die in Nederland te implementeren. “Heeft u daar bij terugkeer in Nederland voorstellen toe gedaan bij de korpsleiding?” vroeg de officier van justitie van het O.M. team van Alvarez. “Jazeker,” antwoordde Jacobs. “En is er met die voorstellen iets gedaan in het kader van formele wijziging van de opsporingsmethoden?” vroeg de OvJ. “Nee, helemaal niets,” antwoordde Jacobs. “De korpsleiding ging er stilzwijgend vanuit dat de in Amerika geleerde opsporingsmethoden zich eerst maar in de Nederlandse samenleving dienden waar te maken, en dat er middels trial-and-error methoden op een gegeven moment een Nederlands praktijkmodel zou ontstaan, op basis waarvan de theorie kon worden aangepast en toegespitst. En exact dat hebben wij bij de CIE gedaan. Niets meer en niets minder.” “Het aanzetten tot moord en de andere misdrijven waarvan u wordt beschuldigd, behoorden die tot de dingen die u bij de DEA hebt geleerd?” vroeg de OvJ. “Laat ik zeggen dat die methoden daar in de praktijk niet ongebruikelijk waren,” antwoordde Jacobs. “En was de korpsleiding van die specifieke details op de hoogte?” vroeg de OvJ. “Ja, ik denk het wel,” antwoordde Jacobs. “Ik ben er tenminste altijd van uitgegaan dat dat zo was, en ik heb nooit signalen gekregen dat het niet zo was. De korpsleiding was altijd verheugd wanneer een zware crimineel uit de weg was geruimd en ik beschouwde dat als een teken van goedkeuring.”

In november 2005 was procureur-generaal Alvarez in zijn slotbetoog vastberaden in zijn stelling dat verdachte Jacobs schuldig was aan alle hem ten laste gelegde feiten, en dat hij diende te worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaar omdat de rechtsorde door het gedrag van deze hoge politiefunctionaris bijzonder ernstig was geschaad. De rechtbank ging daar voor een groot deel in mee en veroordeelde Jacobs tot een gevangenisstraf van 14 jaar. In separate zaken voor de rechtbank in Den Bosch, die evenmin toegankelijk waren voor het publiek, werd Ruud Boeket veroordeeld tot 6 jaar en John Kratt tot 4 jaar gevangenisstraf. Ex-OvJ Franciscus Arvidi werd schuldig bevonden aan het ten laste gelegde, zonder oplegging van straf. Reclasseringsambtenaar Rob de Rue kreeg twee jaar voorwaardelijk.

Ter bescherming van zichzelf, maar ook omdat de rechtbank hem vluchtgevaarlijk achtte, werd John Jacobs overgebracht naar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught.

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...