De rus

Synopsis: Marco Hendriks, een jonge Amsterdammer, wordt politieagent in Amsterdam en belandt in het criminele milieu. Hij wordt benaderd door John Jacobs, de chef van de Criminele Inlichtingendienst (CID), die hem laat infiltreren in de Joegoslavische maffia. Jacobs verzamelt belastende informatie tegen hooggeplaatste figuren en krijgt steeds meer macht in de politieorganisatie. Op een gegeven moment vindt commissaris Edwin Bloem, een vriend van Jacobs, het welletjes. Jacobs is een gevaar voor de rechtsorde en moet worden gestopt. Maar het lijkt te laat te zijn. Door zijn terreurbewind is Jacobs oppermachtig.

0Likes
0Comments
1115Views
AA

21. De rekening vereffend

De Dienst Getuigenbescherming van de KLPD, die Marco Hendriks had voorzien van de nieuwe identiteit van Rolf van Doormalen, geboren te Purmerend op 8 november 1956, had er voor gezorgd dat Marco’s uittreksel uit het geboorteregister van Amsterdam werd verwijderd. Door zijn overlijden werden ook zijn strafblad en personele dossiers uit de verschillende systemen van politie en justitie verwijderd. Alleen de Dienst Getuigenbescherming wist wie Rolf van Doormalen in werkelijkheid was.

Na de rechtzaak tegen John Jacobs was Marco vrij man en kon hij gaan en staan waar hij wilde. De Dienst Getuigenbescherming drong er bij Marco op aan om naar de Verenigde Staten te vertrekken, maar dat weigerde Marco. Hij vertrouwde niemand meer, en zeker geen politiefunctionarissen. Ter afwikkeling van zijn relatie met de Dienst Getuigenbescherming werd een bedrag van € 633.625,- overgemaakt naar een Zwitserse bankrekening op naam van R. van Doormalen.      Op 20 december 2005 sloot Marco de deur van de flat in Hellevoetsluis voorgoed achter zich. Hij bewoog zich voorzichtig over straat, want het had gesneeuwd en hij had een zware rugzak op zijn schouders hangen. Hij nam de bus naar Spijkenisse, en van daar ging hij met de metro naar Rotterdam Centraal, waar hij een ticket naar Amsterdam C.S. kocht.

Zijn taxi arriveerde bij de Amsterdamse begraafplaats Westgaarde in Osdorp, en Marco vroeg de chauffeur om te wachten. Voorzichtig liep hij naar het urngraf dat Edwin Bloem hem had beschreven. Hij veegde wat sneeuw van het graf, las de naam “Marco Hendriks”, glimlachte en opende zijn rugzak. Uit de rugzak haalde hij het Boeddha-beeld van Bertus van Zimmeren, het beeld waar Bertus zo aan gehecht was. Marco plaatste het beeld midden op het urngraf, stond op, deed een stap terug en vouwde zijn handen, hoewel hij niet religieus was. “Dag Bertus, bedankt jong,” fluisterde hij.

Van Amsterdam nam Marco de trein naar Brussel International. De trein stopte in Roosendaal, vlak voor de grens, en op het perron was veel activiteit van marechaussee en douane. Toen de marechaussee de trein in kwam en alle paspoorten controleerde, voelde Marco zich uitermate ongemakkelijk. Op hun verzoek liet hij zijn paspoort zien. “Uw plaatsbewijs alstublieft,” vroeg een van de marechaussees. Marco liet zijn ticket zien. “Overstappen in Brussel Centraal,” zei de marechaussee serieus, alsof het normaal was dat Nederlandse marechaussees zich met dergelijke zaken bezighielden. Marco kon een glimlach niet bedwingen. “Heb je een bijbaantje als conducteur?” vroeg hij. De marechaussee begon te lachen. “Nee,” zei hij. “We controleren de tickets omdat mensen die de grens overgaan en geen ticket hebben doorgaans wat te verbergen hebben, en op dit traject controleren de controleurs van de spoorwegen liever niet. Dus nemen wij vrijwillig een deel van hun taak over.”  

In Brussel nam hij een vlucht naar Nice, waar hij overnachtte in een hotel tegenover het station. De volgende dag nam hij de trein naar Marseille, waar hij ook een nacht doorbracht. Van Marseille nam hij de trein naar Barcelona, waar hij werd afgehaald door een gebruinde man van een jaar of zeventig. “Oom Jan! Wat fijn om u te zien!” zei Marco. Jan Bonema, de broer van Marco’s moeder, had alle contact met zijn familie verbroken toen die niets meer met hem te maken wilde hebben nadat hij een bankroof had gepleegd en in de gevangenis was beland. Maar Marco was hem altijd ansichten en verjaarskaarten blijven sturen, ook nadat hij was aangenomen als politieagent. Hij was op oom Jan gesteld, maar dat mocht zijn moeder niet weten. Toen het slecht ging met Marco, nadat die erachter was gekomen dat zijn vader nog leefde en dat dit geen prettige man was, en Marco zich heel eenzaam voelde bij de politie, zeker nadat hij zijn naam had veranderd, had oom Jan hem uitgenodigd om een poosje bij hem te komen logeren in Sitges. Daar liet Marco zich in een vlaag van avonturierszin inschrijven onder de naam Marcus Bruins, en ook opende hij een bankrekening onder die naam. Na twee weken vakantie vertrok Marco weer naar Amsterdam, maar de inschrijving op het adres van oom Jan in Sitges bleef bestaan, en wanneer er post voor hem kwam handelde oom Jan dat altijd in de naam van Marcus Bruins af. In 1981 diende Marco een verzoek tot naturalisatie als Spaans staatsburger in, en in hetzelfde jaar werd de naturalisatie geëffectueerd. In die hoedanigheid beschikte Marco over een volkomen legaal Spaans paspoort en rijbewijs op naam van Marcus Bruins.

In maart 2006 werd Luka Pukanic door Nederland uitgeleverd aan Servië, om daar terecht te staan voor de misdrijven die Paul Gavrilovic hem in de schoenen had geschoven.

Op 20 mei 2006 belt Paul Gavrilovic in Podgorica om kwart over zeven ’s avonds vanuit zijn VW Golf met zijn 11-jarig zoontje Milos in Amsterdam. Plotseling stokt het gesprek. “Oh shit!” roept Gavrilovic nog, dan is de verbinding verbroken. Gavrilovic heeft de man die hem van achteren benaderde niet opgemerkt. Pas wanneer hij het pistool ziet dat op hem is gericht, en het gezicht van de man die het pistool in zijn hand heeft, weet hij wat er gaat gebeuren. De man schiet het magazijn van zijn pistool leeg. Ins Gesicht, zoals hij dat ooit heeft geleerd. Dan werpt hij het pistool over een schutting en loopt weg, door de troosteloze buitenwijk van Podgorica, waar om de hoek een taxi op hem wacht. Dezelfde avond neemt de man de ferryboot van Durres naar Bari, Italië, waar hij het eerstvolgende vliegtuig naar Rome neemt.

Op 23 mei 2005 las Marco in Sitges een artikel in een Nederlands dagblad, onder de kop “Weer kopstuk onderwereld geliquideerd”. Marco las aandachtig verder. Hij was met name geïnteresseerd in de reactie van Marcia Lucassen, de echtgenote van het slachtoffer. “Hier ben ik toch wel zo kapot van,” zegt Marcia, als ze samen met haar kinderen Suzanne en Milos na een autorit van ruim vierentwintig uur in Podgorica arriveert. “We hadden nog zo graag afscheid van hem genomen. Paul is altijd zo goed voor de kinderen geweest.” Voor Lucassen is het de tweede keer in anderhalf jaar tijd dat ze de vader van een van haar kinderen moet begraven. Eerder verloor ze haar ex-man Marco Hendriks door geweld in criminele kringen. De ex-hoofdagent – ook gerekend tot de bende van de ‘Joego’s’ – werd in op 18 maart 2004 geliquideerd nabij de open inrichting in Hoorn, waar hij het laatste staartje uitzat van zijn straf voor het doodschieten van maffiabaas Paul de Wit.”

Op 25 mei 2005 werd Luka Pukanic door de rechtbank in Belgrado in vrijheid gesteld omdat hun kroongetuige in de zaak tegen hem was overleden.

De Montenegrijnse politie kon er niet achter komen wie Paul Gavrilovic had vermoord. In samenwerking met de Servische politie onderzocht men zorgvuldig de passagierslijsten van vluchten, met name vanuit Nederland, maar zonder enig resultaat. Men ging er van uit dat de daders plaatselijke criminelen waren en dat de moord een wraakactie was.

En daarmee was de zaak afgedaan.

 

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...