Requiem

Een wreedaardige seriemoordenaar maakt de Nieuwe Wereld onveilig. Door zijn hand vallen regelmatig slachtoffers aan de rand van de zustersteden Tokio en Sanctuary. Yukiko Mitsokai heeft ook famileden verloren door deze moordenaar. Samen met Stephen March en een groep van vrienden zullen zij proberen om deze psychopaat te stoppen.

0Likes
0Comments
2413Views
AA

9. 9.

 

 

9

 

            Hij was vaderloos opgegroeid. Zijn moeder sprak over zijn biologische vader in bewoordingen als nietsnut, klootzak, dat stuk onbenul dat enkel dacht met zijn lul, want verstand had hij immers nooit gehad of het had tussen zijn benen moeten zitten. Allemaal koosnaampjes die niet echt getuigden van ‘de grote liefde’ tussen zijn ouders. Ze had zijn natuurlijke verwekker eruit gebonjourd in de eerste maanden van zijn prille leven. Op zekere dag had ze zijn gitaar te samen met zijn mooie liedjes uit het venster van de eerste verdieping naar zijn hoofd gegooid toen hij voor een gesloten deur stond. De man begreep direct de hint die ze hem nariep. ‘Hit the road, Jack’. Zijn vader verdween met stille trom en liet nooit meer van zich horen. Gezien zijn eigen huidskleur moest zijn vader een buitenlander geweest zijn. Het gebeurde soms dat kwajongens uit de buurt hem soms achter zijn rug ‘De Mongool’ noemden. Hij had het maar een paar keer persoonlijk gehoord en dat was de jongen in kwestie niet goed bevallen. Hij liet niet met zich spotten.

            Hij groeide verder op in een eenoudergezin. Zijn moeder had een onderbetaald baantje bij een wegrestaurant als opdienster. Toch kwamen ze goed rond, beter dan de meeste gezinnen in de buurt die over betere jobs beschikten. Beter dan koppels die met hun beiden uit werken gingen. Het waren zaken die hij toen niet in vraag stelde. Zijn moeder koos hem een goede school uit en die was allesbehalve goedkoop. Hij kreeg regelmatig en voldoende zakgeld, waarbij hij zich als kind geen vragen stelde. Toen hij wat ouder werd begreep hij het allemaal beter.

           Op een avond toen hij al in een paar uur in zijn bed lag en de slaap niet kon vatten hoorde hij weer ‘de geluiden’. Zoals iedere twaalfjarige jongen was hij bang van ‘de geluiden’, zeker van deze die hij niet kon toewijzen aan iets concreets, iets tastbaars. Het was niet de eerste keer dat hij ze hoorde. In plaats van zoals gewoonlijk het donsdeken over zijn hoofd te trekken en zijn oren toe te stoppen, besloot hij deze keer toch zijn moeder wakker te maken. Stilletjes gleed hij met de moed der wanhoop uit zijn bed in zijn slippers en ging de gang van de overloop op.

           Er scheen licht onder de slaapkamerdeur van zijn moeder…en ‘de geluiden’ bleken afkomstig te zijn van uit haar kamer. Hij herinnerde zich nog goed het juiste moment dat zijn nieuwsgierigheid het won van zijn angst. Een kleine pyrrusoverwinning bleek achteraf. Hij opende voorzichtig de deur en zag een vreemde kerel die boven op zijn moeder lag. De man hijgde als een postpaard en zag zo rood als een tomaat. Zowel zijn moeder als de hijger waren poedelnaakt. Blijkbaar had hij ietsje teveel lawaai gemaakt en zijn moeders strenge blik wendde zich naar de slaapkamerdeur waar ze hem als een klein standbeeld stil en beschuldigend naar hen zag kijken.

            Gezien zijn moeder deftig in het vlees zat, sterker was dan menig man en haar bezoeker eerder mager uitgevallen bleek, had zij niet de minste moeite om die rode tomaat van zich af te werpen, haar nachthemd te grijpen, aan te trekken en naar de deur tot bij hem te lopen. Dit allemaal in een reeks vloeiende bewegingen, alsof zij niet aan haar proefstuk toe was. Wat hij echter niet zag aankomen, was die eerste oorveeg. Zijn oor en wang prikte van de pijn en hij voelde de slag nazinderen tot in zijn gebit. Zijn moeder nam hem hardhandig bij zijn oor vast en trok hem op die manier terug naar zijn eigen kamer. Daar werd hij met een stevige duw in zijn bed gedumpt.

            ‘Met jou spreek ik straks nog wel!’ Zijn moeder was een vrouw van weinig woorden en het zou hem verwonderen dat ze veel uitleg over de situatie zou geven. Na wat gestommel en vloeken die hij amper kon verstaan, laat staan begrijpen, werd het weer stil in huis. Hij wist wat er gebeurd was zonder dat zijn moeder de zaken zou moeten ophelderen. Hij had van een kameraad in school wat boekjes in bruikleen gekregen waarin heel wat naakte vrouwen en mannen in allerlei standjes probeerden wat hij zojuist in de slaapkamer van zijn moeder had gezien.

            Het had hem opgewonden om de foto’s in die boekjes te bekijken en zijn lichaam had er vreemd op gereageerd. Stiekem als zijn moeder van huis was, had hij meerdere malen gemasturbeerd bij het doorbladeren van de boekjes. Het zien van zijn moeder met die vreemdeling had niet hetzelfde effect gehad, eerder het tegenovergestelde. Walging en een stukje haat welde ergens uit een diepe duistere kern in hem op. Zijn moeder was dus gewoon een vuile hoer! Een vrouw die haar lichaam verkocht aan de eerste beste die wat geld op tafel kon leggen.

            Zijn slaapkamerdeur vloog open en voor hij het wist regende het slagen die hij tevergeefs probeerde af te weren. Hij weende niet, daarvoor was hij te kwaad op zijn moeder. Hij zag alle hoeken van de kamer, probeerde weg te lopen, maar zijn moeder was nog rapper en deed de kamer op slot. Hij kon geen kant meer op. Als twee kemphanen stonden ze op een moment hijgend tegenover elkaar. De een murw van de slagen, de ander moe van het slaan.

            Het wijde nachthemd van zijn moeder viel bovenaan enigszins open en hij zag haar grote borsten en hard opstaande tepels op en neer gaan bij elke zwoegende ademtocht. Niettegenstaande zijn pijn kreeg hij een erectie wat zijn moeder opmerkte. Ze grijnsde kwaadaardig, sprong nader en trok zijn pyjamabroek naar beneden. Het schaamrood van vernedering steeg naar zijn hoofd maar hij durfde niets te zeggen uit vrees voor nog meer slaag.

            Haar hoofd dicht bij het zijne zei ze stil maar heel uitdrukkelijk, ‘Nu moet je eens goed luisteren, klein mannetje van mij. Je komt nooit, luister goed…NOOIT meer naar mijn slaapkamer zonder dat IK het je ZELF vraag.’ Ze keek hem met een onderzoekende blik aan. ‘Je bent vannacht van de trap gevallen als men op school vraagt waarom je blauwe plekken hebt.’ Zij pauzeerde even om te kijken of hij het begreep. Het was alsof ze naar zijn penis keek, dacht hij, maar dat zou wel zijn verbeelding zijn. Hij was nu ook niet achterlijk en knikte bevestigend terwijl hij op zijn lippen beet om de pijn te verbijten. Nog nooit had hij zo’n pandoering gehad. Hij had trouwens ook nog nooit een erectie gekregen wanneer hij zijn moeder naakt zag.

           Zijn moeder bleef bezoekers ontvangen. Hij was nu niet meer bang van ‘de geluiden’. Het was één van de dingen die erbij hoorden. Zij kwam niet meer terug op het gebeuren maar een jaar later gebeurde er iets wat zijn leven thuis totaal veranderde. Voordien had zijn moeder niettegenstaande ze in een restaurant werkte waarschijnlijk meer dan genoeg de gelegenheid gehad om wat drankjes achterover te slaan tussen de diensten. Hij had haar echter nooit betrapt op overdadig alcoholgebruik. Nu rook hij dikwijls de weeë geur van alcohol in haar adem als ze ‘s avonds thuis kwam.

          Als ze in zo’n roes verkeerde, werd het gevaarlijk voor hem. De ene keer kon ze hem zo maar zonder reden een muilpeer geven terwijl ze op een andere keer hem kon knuffelen en strelen als haar liefste teddybeer. Hoe langer deze situatie duurde hoe meer het hem verwarde. Als hij zich minder hij verzette tegen haar schizofreen gedrag, hoe vlugger hij kon ontsnappen aan haar onvoorspelbare buien en zich opsluiten in zijn slaapkamer. En toen op zijn veertiende verjaardag gebeurde er iets wat de verzuurde moeder- kindrelatie nog meer schaadde. Het was een keerpunt in zijn bestaan. Soms wordt een mens door één bepaald moment zo getekend, dat hij het als een smet zijn hele leven als een juk meedraagt of af en toe is het een punt waar je als persoon voor de rest van je leven fatalistisch door getekend wordt. Het stuurt je onvermijdelijk naar één enkel moment in je leven waar alles te samen komt en die voor de rest van je leven je toekomst bepaald.

 

……..

 

          Stephen March stond voor een raadsel. Hij bevond zich letterlijk en figuurlijk voor een gesloten deur. Hij had dringend de juiste sleutel nodig voor die virtuele deur. Daarachter zou er iets te vinden zijn die voor hem persoonlijk bestemd was. Hij kende zijn halfzus zo goed dat hij wist dat hier een boodschap voor hem in besloten lag. In zijn hand lag de sleutelbos van Suzy met de vier sleutels waaronder twee waarvan hij niet wist waarvoor of waarop hij die kon gebruiken.

           De kleinste sleutel was een klassieke veiligheidssleutel met een elektronische transponder die werkte met een ‘radio frequency identificationtag’. Sleutelmakers noemden het kortweg een RFID-tag. Was redelijk veilig maar toch al van de vorige eeuw. Niets nieuws onder de zon en waarschijnlijk met de nieuwe technieken reeds achterhaald. Stephen had in zijn studietijd ooit eens een wetenschappelijke paper van een medestudent in het vak ‘economie en geschiedenis’ gelezen waar hij nog wel het een en ander van had onthouden. Een opdracht die niet echt in het laatje van een diplomaat paste maar die hem op dat moment wel had geïntrigeerd.

          Dit soort van sleutel die aan Suzy’s sleutelbos hing, was voorzien met een passieve tag. Deze speeltjes hadden zelf geen energiebron, maar ze benutten het elektromagnetische veld van een lezer in het slot om een stroom te induceren in een spoel, waarmee de chip in de sleutel wordt gevoed. Op die manier wordt de code voor het slot gelezen en zorgt voor een wonderbaarlijke klik en een ‘Sesam open u’. Over het algemeen kocht men zo’n sleutel samen met een boorveilig slot met eigendomscertificaat.

         De tweede wat grotere sleutel in de set van vier was heel wat ouder bemerkte hij en diende voor een klavierslot. Een hele mooie trouwens met een artistiek uitgesneden kop. Die paste waarschijnlijk op een of ander antieke kast of meubel. Hij had nooit geweten dat zijn zus Suzy een zwak had voor antieke meubels.

         Terwijl hij zijn hersenen pijnigde en zich probeerde gesprekken te herinneren die wat klaarheid in dit raadsel kon brengen had hij nauwelijks op zijn omgeving gelet. Misschien lag het antwoord ergens anders. De oplossing kon ook verborgen zijn in het appartement of zich mogelijk open en bloot in een of andere kamer bevinden. Het kon zijn dat hij er simpelweg over keek en dat het antwoord gewoon voor zijn neus op hem lag te wachten om ontdekt te worden. Stephen begon terug bij de toegangsdeur en begon systematisch alles af te zoeken.

         Na verschillende nutteloze pogingen gaf hij het op. Het enige dat hem restte was een gesavede game en een bijnaam. ‘Furious’ en vier sleutels. Vier sleutels? Zou het zo voor de hand liggen, dacht hij plots?

 

……..

 

            Eagle Eye haalde uit een binnenzak van zijn vest een touchpad en logde in door het apparaat zijn bionisch oog te laten scannen. Ik las mee en zag dat er verbinding tussen de twee stukjes hardware werd gemaakt. Er verscheen een lijst van data met een korte omschrijving en hij tikte op een specifieke lijn. Op de touchpad verschenen beelden van die dag, die hij wat doorspoelde om te komen tot bij het fragment dat hij mij en Ji Lang wou tonen.

            ‘Ik heb één voorwaarde vooraleer ik jullie de bewuste beelden van die avond toon,’ zei Jérome terwijl hij het beeld pauzeerde, ‘Ik doe mee als jullie hier iets van kunnen maken. Myo en Dakai waren heel goede vrienden van mij. Toen ik het nodig had, waren zij daar voor mij. Ik kan enkel die schuld terugbetalen door jullie te helpen hun moordenaar te vinden en hem op gepaste wijze  te berechten. Anders stopt hier de rit voor jullie?’ Eagly Eye’s glimlach was warm maar de blik in zijn ene echte oog was ijskoud. Dat betekende ‘geen ruimte voor discussie’. Het was dus te nemen of te laten. Ik knikte! Vooraf had ik toch al voor mezelf besloten dat het voor mij alleen wellicht te hoog  gegrepen was om die zoektocht alleen te voeren. Hiervoor zou een team nodig zijn, die de taken kon verdelen. Een team met leden die elk zijn eigen bronnen had en elk zijn eigen steentje zou kunnen bijdragen om tot bij de moordenaar te komen.

             ‘Oké dan. Wat je hier zult zien is een opname die mijn oog heeft gemaakt van iets die op zich op zijn minst honderd meter ver heeft afgespeeld van de plaats waar ik mij bevond. Als je hier buiten de Swift komt en de straat uitloopt op het T-punt naar links driehonderd meter verder, daar is dit allemaal gebeurd. Ik hoorde het geluid van een autobot op een plaats waar ik die niet absoluut niet verwachtte. Autobots krijgen hier statistisch gezien nogal veel pech of verdwijnen zo maar. Ik zou echt niet weten waarom. Mijn oog stelde door mijn reactie automatisch de zoomfunctie in werking. De beelden zijn scherp genoeg, maar gezien het avond was en de straatverlichting te wensen over laat op die plaats heb ik er zelf niet veel van kunnen maken. Jullie misschien wel?’ Zijn grote duim duwde op ‘Play’.

              Ik keek als gebiologeerd naar de beelden op het kleine scherm. Twee mensen liepen in de richting van Eagle Eye. Ik veronderstelde dat het ging om Myo en Dakai. Een paar seconden later werd blijkbaar hun aandacht door iets getrokken want ze bleven stilstaan. In het beeld verscheen een donkere autobot die naast hen tot stilstand kwam en landde. Het luik van de autobot opende zich en er verscheen een persoon die op de twee mannen afliep. Er werd druk gegesticuleerd en de man wees naar zijn autobot. Myo en Dakai stapten in de passagiersruimte terwijl de man vlotjes in de bestuurdersruimte sprong en de autobot zich verwijderde en uit het zicht verdween.

            ‘We hebben hun lijken een drietal dagen later op diezelfde plaats teruggevonden. Het was moeilijk om te weten wat bij wie paste. Het zijn beelden die ik bewust niet heb opgenomen. Vreselijk om zo aan je einde te komen,’ verklaarde Eagle Eye.

            ‘Mag ik nog even een close-up van die man van de autobot zien?’ vroeg ik.

            ‘Geen probleem,’ hij overhandigde me zelf zijn touchpad nadat hij enkele gegevens voor mij had ingevoerd en mijn oogscan als toegangscode invoerde. Op die manier, vertelde hij ons, kon ik zelf het apparaatje bedienen. Rewind, play, de gewone rimram, was gebruiksvriendelijk als een golden retriever en je moest het niet eens te eten geven.

             Ik zag de man uitstappen en zoomde zover in als het apparaat het toeliet. De man, toeval of niet, stond op ieder moment met zijn rug naar Eagle Eye. Ik zou hem een meter vijfentachtig groot schatten, zwart of bruinharig – waarom was er daar juist geen goede straatverlichting – en er viel mij iets heel belangrijks op. Ik keek naar Ji en hij knikte bevestigend.

             De soepele tred van de man, als een tijger gespannen en toch lichtvoetig. De sprong in de bestuurdersruimte, vloeiend als snelstromend water en de snelheid waarmee het gebeurde, het bewijs van ervaring. Dit was niet zijn proefstuk. Wat was er nadien met Myo en Dakai gebeurd in de passagiersruimte? Werden ze verdoofd of had hij ze met een smoes meegelokt? Ik vermoedde op zijn minst niet veel goeds gezien het resultaat enige dagen later.

             ‘Kan je het contrast op deze zoompositie wat versterken?’ vroeg ik Eagle Eye. Hij nam de tablet van mij over en na een minuutje had hij het gewenste resultaat. Ik zag de achterkant van een hoofd. Nu kon ik echter wat details beter onderscheiden die mij eerst vaag leken en ik had toegeschreven aan de afstand van het gebeuren. Juist onder zijn haargrens had de man een littekentje, een lijn die in kleur verschilde van zijn huid. Misschien amper een tweetal centimeter lang. Voor de rest…niets om over naar huis te schrijven. Ik vertelde mijn bevindingen aan Ji en Jérome.

            ‘Je hebt scherpe ogen die je trouwens nog goed gebruikt ook, jongedame’, lachte de man met de witte stetson. Ji knikte ook goedkeurend. ‘Dat ik daarover heb kunnen kijken. Het is niet veel maar we hebben nu tenminste toch één paar aanknopingspunten.’ Jérome vatte voor ons even samen. ‘De ontvoerder is een man van middelmatige lengte, donkerharig en met een litteken van een tweetal centimeter op het achterhoofd net onder de haargrens en hij gebruikt een donkere autobot om zijn slachtoffers te ontvoeren.’ Eagle Eye nam zijn stetson af en legde hem op het tafeltje naast hem. Hij wreef het zweet van zijn kale knikker af met een witte zakdoek die hij uit zijn kleurrijke broek toverde en dacht even na. ‘We vragen gewoon beleefd aan elke donkerharige middelgrote inwoner van de Nieuwe Wereld om zich even om te draaien en zijn achterhoofd aan ons te tonen, is toch een alledaagse vraag niet? Tjonge, dat limiteert de mogelijkheden niet echt.’

            Als ik het zou toegeven zou ik zeggen dat ik er meer had van verwacht. Maar het was een begin en ieder begin is moeilijk troostte ik mezelf.

 

copyright Rudi J.P. Lejaeghere

 

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...