Requiem

Een wreedaardige seriemoordenaar maakt de Nieuwe Wereld onveilig. Door zijn hand vallen regelmatig slachtoffers aan de rand van de zustersteden Tokio en Sanctuary. Yukiko Mitsokai heeft ook famileden verloren door deze moordenaar. Samen met Stephen March en een groep van vrienden zullen zij proberen om deze psychopaat te stoppen.

0Likes
0Comments
2387Views
AA

5. 5.

 

 

 

5

 

 

            Net op tijd kon Stephen March zich met een zijdelingse sprong redden van een gewisse dood. De knalrode glider boorde zich met zijn gepantserde neus in de etalage van ‘Redstone & Son’, een filiaal van een Westers elektronicabedrijf dat vaste voet had gekregen in de Nieuwe Wereld. Een van de eerste concerns die deze machtiging in de wacht had kunnen slepen na de Tweede Koude Oorlog. De versterkte ruiten van de elektronicawinkel waren geen partij voor de kinetische krachten van het op hol geslagen voertuig. Het vensterglas spatte uiteen in ontelbaar aantal kleine stukjes. Op het laatste moment had Stephen in de weerschijn van de etalageruit het moordvehikel op hem zien afstormen. Zijn vliegensvlugge reactie, een instinctieve reflex op het moment zelf - was het geluk of misschien het resultaat van zijn dagelijkse work-out - had hem toch die kleine kans gegeven en zijn leven gered.

Doordat het merendeel van de stukken glas door de beweging van de glider binnenin de winkelruimte waren uiteengespat had March geen erge snijwonden opgelopen. Zijn broek en vest waren weliswaar gescheurd en besmeurd door het vallen en zijn linkerbeen was wat erger geschaafd door het onzachte contact met het beton, maar voor de rest viel het mee.

Terwijl hij nog aan het bekomen was van de eerste shock, hoorde hij nog boven het paniekerige geschreeuw van de voetgangers die getuigen waren van het gebeuren, vanuit de winkel een metaalachtig geschraap. Tot zijn grote verbazing zag hij de rode bolide zich uit de verhakkelde etalage bewegen en zich naar hem toewenden. Stephen fronste verbaasd de wenkbrauwen. Die moordmachine had het blijkbaar op hem gemunt, dit was geen toeval, geen gewoon ongeval. Zijn voorgevoel schreeuwde hem één enkel woord toe: ‘Rennen!’.

Hij nam de eerste straat rechts in een ijltempo, bijna slippend kon hij nog net een voetganger ontwijken die hem boos achternariep. Een tel later hoorde hij een bons gepaard met een griezelig schrapend geluid. Stephen keek even achteruit en zag de ongelukkige voorbijganger verpletterd door de achtervolgende autobot in een bloedrood patroon langs de muur afglijden. De angst klopte hem in de keel, de adrenaline deed hem nog vlugger lopen. De Metro dacht hij, die moet ik halen. Daar zou de op hol geslagen computerwagen hem niet meer kunnen volgen.

Hij sprong met twee treden tegelijk de trap op die hem via een paar binnenwegen naar de hoofdstraat zou leidden en tevens naar de ingang van het ondergrondse treinnet. Telkens hij het einde van een van die wegjes bereikte, hoorde hij het moordlustige voertuig naderen en als een hete adem in zijn nek blazen. Hij liep nog vlugger en het leek of hij vleugels kreeg door de angst die hem voortdreef.

Uiteindelijk kwam hij in de straat waar zich de ingang van de Metro bevond. Hij zag die als een verlossende mond die hem zou opslokken. Nog een tiental meter. Met zijn laatste adem perste hij er nog een laatste sprintje uit. Met een tijgersprong dook hij vooruit de trappen af en rolde pijnlijk tot op de bodem van de ingang, waar hij hoopte veilig te zijn voor de moordzuchtige autobot.

Stephen voelde zich geradbraakt. Het was een wonder maar blijkbaar had hij op het eerste zicht niets gebroken alhoewel hij overal pijn had. Hij kroop strompelend en steunend tegen een pilaar weer rechtop. Het rode monster bleef nog even dreigend voor de ingang van de Metro zweven en verdween dan onverrichter zake uit het zicht. De mensen keken hem met schrik aan en velen liepen in een wijde boog om hem heen. In de weerschijn van een venster van een trein zag hij de reden. Hij zag er gewoon als een wrak uit.

In het toilet van de ondergrondse probeerde hij zijn kleding wat te fatsoeneren en de ergste schade op te nemen. Al met al bleek het nog mee te vallen. Al zijn spieren waren stram door de heftige krachtinspanning maar niets voelde gebroken aan. Hij bloedde uit een aantal kleine wondjes aan de ellebogen en handen. De schaafwonde aan zijn been zag er ook niet echt levensbedreigend uit, al moest die wel professioneel verzorgd worden. Stephen zou zo vlug mogelijk een dokter moeten opzoeken voor een vakkundige oplapbeurt. Nu zag hij er niet meer uit als diplomaat Stephen March, maar meer als een door de mangel gehaalde clochard die in zijn alcoholische roes een aantal keer hard tegen de muur was gelopen…of misschien van de trap van de Metro was gevallen.

Zijn eerste idee was alles te vertellen aan de politie en klacht tegen onbekenden in te dienen. Dan pas realiseerde hij zich dat hij bij zijn moorddadige stalker geen kentekennummer had gezien. In de Nieuwe Wereld waren alle gliders of autobots genummerd op de onderzijde, de deuren en de bovenzijde van de voertuigen. Zo kon men direct zien of uitzoeken uit welke stad of gebied ze kwamen. Daarbij waren de ruiten verduisterd waardoor hij ook geen gezicht van de bestuurder of inzittenden had kunnen ontwaren. Vreemd! Hij zou nog even wachten met een bezoek aan de politie. Zijn zesde zintuig vertelde hem dat hij daar misschien meer kwaad dan goed zou mee verrichten.

Na een uurtje op de dienst ‘Spoed’ van het dichtstbijzijnde ziekenhuis kreeg hij de nodige jodiumtinctuur, speciale hechtpleisters waarin een antibioticum in verwerkt was en gaasverband - en wat vooral van belang was - een sterke pijnstiller toegediend. Zijn been was weliswaar niet gebroken maar toch erger geraakt dan hij eerst had vermoed. Stephen vertelde de arts van dienst dat hij door een misstap van de trappen van de metro-ingang was gevallen en daardoor die verwondingen had opgelopen. Al was dat maar de halve waarheid het was dan ook weer geen regelrechte leugen. Het klonk echt overtuigend hoe Stephen het bracht, maar deze uitleg vermeed ook eventuele vervelende vragen van de dokter van dienst of een verplicht bezoekje aan de ordediensten. Stephen March liep op dit moment niet hoog op met de Veiligheidsdienst, zeker niet na de onopgeloste moord op zijn halfzus Suzy.

Het idee om een blokje om te lopen en nog even bij Redstone & Son te gaan informeren, verwierp hij eveneens. Misschien herkenden eventuele getuigen hem terwijl de mensen van de politie daar nog de zaak onderzochten. Wat hem vooral intrigeerde was de reden achter deze onverwachte aanval op zijn persoon. Waarom werd hij belaagd, opgejaagd als een wild dier, uiteindelijk was hij ook bijna vermoord? Wat was de bedoeling, wat zat  hier allemaal achter, had dit een verband met de moord op Suzy? Allemaal vragen die in zijn hoofd rondspookten. Hij voelde zich opgejaagd en angstig en keek steeds maar om zich heen toen hij de weg terug zocht.

Toen hij terug op zijn appartement was, schonk hij zich eerst en vooral een flinke whisky in. Hij wist dat het niet verstandig was om geneesmiddelen en alcohol te mengen, maar dit was een uitzondering op de regel. Zijn hand beefde nog lichtjes na bij het ingieten van het gouden vocht in het kristallen glas. Hij nam een grote slok Chivas Regal. Stephen voelde het vocht dat hem direct verwarmde een weg zoeken naar zijn maag, die nu wat tot rust kwam.

Stephen liet de laatste uren voor zijn geestesoog voorbij gaan. Hij was na de identificatie met Suzy’s persoonlijke spullen die hij van de heer Huang had ontvangen wat gaan wandelen in de winkelstraten van Sanctuary. Even zijn gevoelens weer wat onder controle krijgen na de psychologische dreun die hij in het mortuarium had gekregen. Dan plots het rode moordvehikel dat op hem afdook?

Stephen zette de rest van zijn whiskyglas aan de kant en goot de inhoud van de kanariegele plastiekzak met de persoonlijke spullen van zijn zus, die hij wonder boven wonder nog had kunnen redden tijdens al die strubbelingen van de laatste uren, uit op de tafel. Daar waren de gewoonlijke spullen tussen die men meestal bij de bezittingen van een vrouw vond. Eerst en vooral haar gescheurde en bebloede klederen die hij met de gepaste eerbied en een groot stuk ontzetting apart legde. Weer een staaltje van het gebrek aan medeleven van de politiediensten van de Nieuwe Wereld. In de zak zat ook nog een gescheurde handtas, een gebroken lipgloss, een sleutelbos, een haarborsteltje die ook onder de val had geleden, een geplet pakje begonnen papieren doekjes en een portefeuille waar nog wat bankbiljetten inzat, een aantal foto’s, maar al haar kredietkaarten waren vermist of achtergehouden door de Veiligheidsdienst.

Verstrooid zat hij in alle vakjes van haar portefeuille te rommelen toen hij tussen twee foto’s in een in twee geplooid briefje vond. March herkende direct het mooie vrouwelijke handschrift van Suzy Chang. Er stonden maar één woord op en een cijfer: ‘Passage 6’. Het zei hem totaal niets. Dat kon niet het briefje zijn waar hoofdinspecteur Vastai het over had. Het bewuste briefje die naar hem verwees?

De sleutelbos van vier sleutels woog hij even overwegend in zijn handpalm. Hij herkende direct de blauwe rechthoeken sleutel van een autobot. Nummer SW280387. Niets verwees daarmee naar die Passage 6. Een van de andere drie sleutels moest van het appartement van Suzy zijn gezien de naam in de sleutelstaaf gedrukt was van de residentie waar zij verbleef: ‘Pinewood House Asurai’. Een nummer stond op het puntje van de staaf gedrukt: 837. Zoals hij reeds wist refereerde dit naar de achtste verdieping appartement 37.

De andere twee waren voor hem nog een raadsel. Een mysterie dat hij zeker zou proberen op te lossen. Hij vertikte het om te vragen aan de politie waar die sleutels voor dienden. Trouwens moesten ze enigszins van belang zijn geweest dan zou hij die waarschijnlijk niet hebben meegekregen. Misschien maakte hij vandaag wel een ommetje naar Pinewood House Asurai.

Stephen kleedde zich om en nam nog nahinkend van zijn val, de lift naar de ondergrondse garage waar hij zich met een pijnlijke grimas op zijn gezicht in zijn eigen autobot stapte en het adres van de residentie insprak. Het spraakherkenningprogramma zocht dit op in zijn intern geheugen, startte het bijna geluidloze aandrijfsysteem en het voertuig schoof automatisch in de file van de voorgeprogrammeerde route. Stephen leunde vermoeid achteruit in de zetel en wachtte met gesloten ogen tot hij zijn bestemming zou bereiken.

 

 

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...