Requiem

Een wreedaardige seriemoordenaar maakt de Nieuwe Wereld onveilig. Door zijn hand vallen regelmatig slachtoffers aan de rand van de zustersteden Tokio en Sanctuary. Yukiko Mitsokai heeft ook famileden verloren door deze moordenaar. Samen met Stephen March en een groep van vrienden zullen zij proberen om deze psychopaat te stoppen.

0Likes
0Comments
2398Views
AA

48. 48.

 

48

 

 

 

            Het alarm van het apparaatje op het nachtkastje wekte de senator. Normaal gezien rond dit uur was dit geen goed nieuws.  Nadat ze met een beweging over haar kastje het licht aandeed, zette ze haar brilletje op en toetste een nummer in. ‘Jullie hebben dit ook doorgekregen? Weet je iets meer…waarom is het alarm afgegaan?’ Er kwamen enkel maar ontkennende antwoorden. ‘Stuur direct een verkenningsteam naar De Kelder!’

            ‘Is al gebeurd mevrouw, die zijn al op weg,’ sprak een onderdanige stem aan de andere kant van de lijn. Het was de standaardprocedure. Haar vraag was overbodig. Bij een alarm werd steeds een ploeg op pad gestuurd om visueel te checken of het om een loos alarm ging of het een werkelijke bedreiging was . De dichtste ploeg was op dit moment waarschijnlijk nog een tiental minuten verwijderd van de ondergrondse lift. Het ging hier wel om een alarm in de nabijheid van de CCD. Daarom werd ook een blokkade aangelegd rond de toren als voorzorgsmaatregel. Op de uitvalswegen die van de toren wegleidden, werd op een afstand van een vijfhonderd meter tot één kilometer alles afgezet. Een muis zou moeite hebben om onopgemerkt te passeren. Dit was ernstig en werd op die manier ook behandeld.

            Wat was dat nu weer dacht de senator? Ze waren eerst de verbinding verloren met Michael II. Een bijkomend mysterie bij de zo vele die de laatste tijd opdoken in verband met hun project. Volgens hun apparatuur zou Michael I nog leven en zijn gedoodverfde overwinnaar was van het speelbord weggeveegd. Zij kregen net als voorheen, geen contact met Michael I. Niets liep zoals ze gepland hadden! Markus Moore die dagelijks de contacten met Michael I onderhield was ook van de aardbodem verdwenen. Ze zou haar plannen moeten versnellen. Het invasieleger zou ‘nu’ moeten ageren. De senator voelde nattigheid en wou toekomstige problemen voor blijven. De mannen waren klaar en wisten wat hun taak was. Ze waren geprogrammeerd als machines. Met wat verbeelding na hun behandeling waren ze niet meer of minder dan een robot in de handen van haar technische ploeg die hen stuurde. Enkel de opperbevelhebber, Douglas Porter kon naast haar ingrijpen. Nu was het moment!

Ze pleegde het telefoontje naar Douglas Porter waarop hij de laatste dagen op wachtte.

‘Oké, Mevrouw, binnen het uur vliegt de eerste militaire vliegbot uit, waarop iedere vijf minuten een nieuwe lichting volgt. We zijn klaar. De wereld is straks van u!’ En ook een beetje van mij, dacht Douglas Porter. Hij had gedroomd van dit moment. Het zou hem een postje bezorgen die hij nooit had durven dromen. Vicepresident! Hij zou zijn stempel drukken op het militair systeem in beide werelden. Douglas Porter had grote plannen en hij zag zichzelf reeds op de internationale tv-zenders een communiqué geven over zijn gezichtspunten qua veiligheidsbeleid en de militaire consequenties voor de gewone burger. Hij zou de man achter de vrouw zijn die alles in de goede richting stuurde. Althans, dat dacht ‘hij’ toch.

            De senator had op dit moment andere zorgen. Ze dacht op de laatste plaats aan het postje dat ze beloofd had aan Generaal Porter. Hij was een instrument dat zij kundig had bespeeld, zoals zij dat met alle mensen deed die iets voor haar konden betekenen. De rest liet ze links liggen, die waren van geen belang.

            Ze haalde uit een schuif een ander mobieltje waar één nummer was voorgeprogrammeerd. Ze toetste een lange alfanumerieke code in die ze van buiten had geleerd. Na een paar minuten kreeg ze haar antwoord in een even lange rij cijfers en letters. Ze duwde af en wist zeker dat de boodschap was overgekomen, begrepen en aanvaard. Het is was nu om doen, nu kon ze niet meer achteruit. De senator had zojuist in code het doodsvonnis getekend van James Loft en Irene Langham, president en vice-president van de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap! Wat smaakte de toekomst goed, dacht ze, al half vergeten dat ze zojuist een alarm doorgekregen had.

            Nu ze toch wakker was, nam ze vlug een douche en kleedde zich aan. Binnen een paar uur werd het dag en zou ze moeten optreden voor een grote zaal. Het grootste publiek dat ze ooit had toegesproken. De inwoners van de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap. Ze was haar speech al aan het oefenen in haar hoofd.

We betreuren ten zeerste de laffe moord op onze President James Loft en zijn vicepresident Irene Langham. Ons land is niet alleen in rouw maar geschokt tot op zijn grondvesten. We hebben de Nieuwe Wereld en hun bevolking de hand geboden in alle vriendschap en het vertrouwen altijd een kans gegeven. Zij hebben dit met deze onvergeeflijke daden beloond. Het is nu mijn taak als voorzitster van het Huis van Afgevaardigden en als plaatsvervangend president volgens onze grondwet dit als een oorlogsdaad te bestempelen en als zodoende ook te beantwoorden. Op dit moment dat ik jullie toespreek, wetende dat jullie verdriet nog zo vers is, kan ik beloven dat onder leiding van Generaal Douglas Porter, hoofd van de strijdkrachten van de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap, ons leger de Nieuwe Wereld van een gepast antwoord zal dienen. We hebben in het verleden nooit toegegeven aan terroristen en zullen dit vandaag ook niet doen. God zij met u en met onze moedige mannen en vrouwen aan het front.

De senator stond te pronken in een spiegel, toen ze beneden de voordeur hoorde toeslaan. Een van de veiligheidsmensen die zijn ronde deed. Geen paniek. Ze keek of haar pakje paste voor de gelegenheid. Grijs en zwart, een vrouw die haar rol als getroffene, als slachtoffer moest spelen, stond haar goed. Haar make-up was sober en haar kapsel verzorgd, maar zonder fantasietjes die ze zich anders op een feestje wel eens durfde veroorloven.

Ze daalde als een koningin de trap af en ging naar haar bureau om de nieuwsberichten af te wachten. Ze had vandaag geen bezoeken, geen audiënties gepland. Gewoon een dag waar ze wat papierwerk wou doornemen, had ze Rick Stanton verteld. Moest ook maar eens gebeuren had ze hem met een grijns meegedeeld, wetende dat hij wist hoe ze gruwde van dat saai bureauwerk.

Toen de deur van haar bureau langzaam openging en ze de gestalte in de deuropening zag staan, kreeg ze bijna geen adem van schrik toen ze hem zag.

 

 

 

 ……..

 

 

 

            Philip Collins was uiteindelijk na wat zoeken om een plaatsje waar hij zijn autobot kon achterlaten bij de Old World Highest gekomen. Nog een aantal minuten te voet en hij zou plots een uitermate drang hebben om te urineren. Hij hoopte dat zijn toneelspelletje lukte, want hij was een wetenschapper, geen veldagent die dit misschien regelmatig moest doen en veel bedrevener was in misleiding.

            Eigenlijk moest hij in zijn bed liggen, het was een vrije dag voor hem vandaag. Hij had wat overuren geklopt om toch het hoognodige nog af te werken en door die intrigerende grafiek had hij er nog wat uurtjes bijgemaakt. Philip kon het niet laten te geeuwen. Hij voelde zich moe. Het was bijna vier uur in de morgen. Straks werd het bijna licht en zou hij zijn vrije dag een deel moeten verslapen. Gelukkig recupereerde hij vlug en met een paar uurtjes onder zijn dekbed zou hij weer fris en monter tegen een nieuwe dag tegemoet kijken. Dat had zijn loopbaan in De Kelder hem wel geleerd. Aan alles was een positieve kant als je maar ver genoeg zocht, lachte hij in zijn binnenste.

            Mis, zag hij, het was een vrouw! Hij zag de vrouwelijke nachtwaker door de grote glazen ruit van het gelijkvloers achter de balie zitten. Ze was druk bezig met wat ze normaal gezien moest doen, dacht Philip. Hoe zou hij haar aandacht kunnen trekken? Hij had wel geen nachtsleutel en de deuren van de toren gingen ’s morgens maar om 7 uur open voor eventuele bezoekers.

            Iléna had de man al lang gezien vooraleer hij haar opmerkte. Ze keek heimelijk onder de klep van haar kepie zodanig dat…hoe heette hij weer, o ja, Philip Collins het niet echt in de gaten had. De man kwam nader en duwde op de knop van de buitendeurtelefoon.

            ‘Sorry, mag ik even wat vragen?’ Iléna keek gemaakt verbaasd op en duwde op haar paneel op de knop van de deurtelefoon. ‘Meneer, bent u een bewoner, gebruik dan uw sleutelkaart om binnen te komen. De toren is terug open vanaf zeven uur deze morgen.’ De man liet zich echter niet afschepen. Waarom was hij hier, vroeg ze zich gedurig af, waar was het verkeerd gegaan?

            Gekko fluisterde in haar oor. ‘Ik heb de oorzaak gevonden. Er draait een extra programma op de computers van de wetenschappers en bedienden van De Kelder die de gebruikte energie opmeet. Ik zie dat onze vriend hier dat programma heeft geraadpleegd en opgemerkt heeft dat er een toename was van de activiteit vanaf het dak naar de lift en dan naar De Kelder. Het zal hem gealarmeerd hebben. Ik hoop dat hij geen achtergrondtroepen heeft gestuurd anders moeten we helaas de missie afbreken.’

            Philip Collins stond te trappelen van ongeduld. Deed toch alsof. ‘Sorry, nogmaals, maar zou ik even naar het toilet kunnen. Ik moet nog een eind met mijn autobot en blijkbaar heb ik wat teveel koffie gedronken. In een paar minuten ben ik binnen en buiten. Het is echt hééél dringend,’ zei hij, de benen wat ongemakkelijk toeknijpend.

            Hoe zou een nachtwaker reageren, dacht Iléna. Je kon toch zomaar iemand niet binnenlaten. Ze zou het spelletje op haar manier moeten meespelen. ‘Oké, ik kom nader, maar geen geintjes, ik ben bewapend.’

            Philip Collins’ ogen knipperden zenuwachtig, zeker toen ze het wapen vermelde. Hij hoopte maar dat de vrouw eerst vragen stelde vooraleer ze begon te schieten. Hij was beter naar huis gegaan en zich van die grafiek niets aangetrokken. Het speet Philip nu al, maar ja, hij stond nu hier en kon toch niet meer achteruit. Dat zou pas verdacht lijken.

            Iléna naderde de deur met haar hand op de holster die ze ook geleend had van Peter Jackson. Met haar kepie en doordringende ogen die op dit moment heel streng naar de man aan de deur keken, liet ze een duidelijke lichaamsboodschap na. Ze hield niet van geintjes. Ze zag dat de man begon te zweten. Natuurlijk zou iemand met een dringende boodschap ook kunnen zweten om zo gauw mogelijk hiervan verlost te geraken, maar zij wist dat er een andere reden was.

            ‘Open je vest en draai je om, dat ik zie of je geen wapens verborgen hebt. Oké, goed zo en nu je broekspijpen omhoog.’ De man deed alles wat ze deed. Wat een schoothondje. ‘Laat die broekspijpen nu maar weer zakken, man, het heeft geen zicht,’ plaagde ze de man. ‘Mag ik nu even je pas zien, duw hem maar gewoon tegen het venster.’

Wat Philip dan ook deed.

‘Ik laat je nu binnen, geen geintjes, meneer Collins of dat zal je zuur opbreken. Nadat ze duidelijk zichtbaar voor Philip Collins haar holster opende, zodanig dat ze direct bij haar wapen kon, opende ze de grote deur met de sleutelbos van de nachtwaker. Gelukkig had ze de code onthouden, dus dat was geen probleem. Een nachtwaker die de code van de deur niet kent, zou direct als fake ontmaskerd worden. Ze wees naar de toiletten aan de rechterkant van de balie. ‘Ik riskeer hier mijn job kerel, door je binnen te laten. Dus maak voort.’

            Iléna zag dat de man, niettegenstaande hij bang was, zijn nieuwsgierigheid niet kon onderdrukken. Juist toen hij aan de toiletten kwam, draaide hij zich om.

            ‘Bedankt, mevrouw dat u mij…,’ begon Philip Collins maar stokte in zijn woorden toen hij achter haar iets zag dat blijkbaar niet mocht, gezien de ogen die hij opentrok en toen naar haar hand op haar holster keek.

            Iléna’s blik flitste even achteruit en zag toen ook een van de handen van Peter Jackson uitsteken langs de rand van de balie. Verdomme! Dat was een beginnersfout. Ze trok de Colt Combat Elite met het rozenhouten greep uit de holster en richtte dit op Philip Collins. ‘Ga maar binnen in het toilet…NU,’ zei ze wat luider omdat hij als versteend naar de loop van het pistool aan het kijken was. Toen ze binnen waren, stak ze vlug haar wapen terug in haar holster en paste vliegensvlug een ‘aikido atemi waza’ toe. ‘Atemi’ is op zich niet alleen een vuistslag. De ‘Atemi waza’ zoals Iléna toediende, kon gebruikt worden in het begin van een oefening om zich goed te plaatsen, ook om de verplaatsing mogelijk te maken of kracht mee te geven. Tenslotte kan je ‘Atemi waza’ ook gebruiken als afwerking. Het resultaat was hier dat  Philip Collins als een ledenpop in elkaar zakte en dat was hetgeen ze initieel voor ogen had met haar beweging. Ze sloot hem op in het onderhoudshokje dat zich binnen de toiletten bevond en waar men allerhande sanitair materiaal bewaarde. Ze vond zelfs materiaal om hem te boeien en te knevelen. ‘Sorry, maatje, maar je zal je plas nog wat langer moeten ophouden!’ Ze nam afscheid van Collins door even met de wijsvinger tegen haar kepie te tikken en deed daarop de deur toe. Iléna zou als alles goed afliep een boodschapje op de balie achterlaten waar ze de heer Philip Collins konden vinden. Nu maar hopen dat hij niemand anders had gecontacteerd.

            ‘Probleem opgelost, Gekko.’ liet ze haar contact weten.’ Laat ons hopen dat we geen onverwacht bezoek meer krijgen. ‘Hoe ver zitten Joeri en Nikolaj met hun opdracht?’

 

 

 

……..

 

 

 

            Ik, rode cirkel in de Kami Akai was als een zelfmoordpiloot, een kamikaze door het verkeer gevlogen. Hoe het mogelijk was dat ik geen brokken had gemaakt, het was een echt mirakel. In opperste concentratie had ik mij tussen voertuigen en langs voertuigen gewrongen, de topsnelheid van mijn autobot uitgetest en in een recordtempo mijn autobot bestemming mijn appartement gestuurd. Daar had ik tot mijn consternatie gezien dat Stephen er niet was. Ik vond geen sporen van inbraak of gevecht. Dus hij moest reeds naar het huis van mijn ouders zijn ofwel…ik mocht er niet aan denken, was hij weer ontvoerd.

            Zonder veel nadenken smeet ik mij weer als een waanzinnige in het verkeer en vloog als de wiedeweerga richting ouderlijk huis. Ik besloot om mezelf een paar huizen verder  te parkeren toen ik daar aankwam en de autobot van Stephen zag staan. De andere zwarte geblindeerde autobot die zich in wat verder bevond, deed mij kippenvel krijgen. Hier was hij! Stephen en zijn belager. Ik hoopte enkel maar dat ik op tijd was. Ik had onderweg nog tijd gezien om Ji en Eagle Eye op te trommelen, maar vooraleer die ter plaatse zouden zijn, kon het al allemaal te laat zijn. Ik alleen zou de taak moeten klaren. Zo stond het waarschijnlijk geschreven, het kon geen toeval zijn.

            De voordeur stond op een kier. Het elektronisch slot was intact, maar ik zag dat het alarm af stond. Er was een stukje hardware aangekoppeld waarmee ik vermoedde dat de insluiper binnen was geraakt. Michael was toch dood? Of was dit die andere die Michaels opdracht wou afmaken?  Dit was in korte tijd al de tweede maal dat ik sporen van inbraak tegenkwam. Eerst bij mijn vriendin, nu hier. Geen goed teken! Ik deed mijn schoenen uit en sloop verder door de gang langs de kersenhouten kasten de leefkamer binnen. Ik zag dat een paar zaisu en de kleine teburu omgegooid waren. Een spoor van omvergeworpen voorwerpen leidde naar buiten. De tuin! Ze waren in de tuin. Neen, deze keer zou, gelijk wie de belager was van Stephen niet ontsnappen. Ik deed mijn vest uit om meer bewegingsvrijheid te hebben. Wierp ze op een van de zaisu die nog rechtstond. Er viel een soort kalmte over mij die ik nodig zou hebben voor Stephen uit de handen van die kerel te redden. Maar het was niet alleen kalmte. Binnen in mij borrelde er iets naar boven dat ik moeilijk kon benoemen. Ik had er meer dan genoeg van! Hier, als men het mij gunde, zou ik er een eind aan maken. Tot der dood! Het waren de woorden die door mijn hoofd flitsten. Tot der dood, tot der dood… herhaalde ik steeds in mezelf. Een mantra die me moed en kracht gaf.

            De tuin was op het eerste zicht verlaten. Op mijn blote voeten sloop ik naar het chashitsu, maar ook in het theehuisje was er niemand. Mijn blik draaide zich naar rechts en ik zag door het matte glas van de serre twee gestaltes. Zou ik hem in de serre aanvallen of zou ik hem naar buiten proberen te lokken? Wat was de slimste oplossing? Binnen in de serre had ik minder ruimte om mij te verdedigen of aan te vallen als dat kon. Trouwens al Stephen daar aanwezig was, zou hij als doelwit van zijn belager een zwak punt voor mij zijn. Ik zou niet honderd procent kunnen uitpakken zonder het risico te lopen dat Stephen in het proces ook gewond of zelf gedood werd.

            ‘Hé, daar, …Michael? Of hoe noemen ze je? Is het makkelijk om iemand te doden die zich niet kan verdedigen. Bij ons noemen ze dat lafheid.  Je ben een lafbek! Of durf je niet te vechten tegen een vrouw. Je hebt Stephens zus wel durven doden en twee ouderlingen, die zich niet konden verweren.’

Ik zag de figuur stokken in een beweging, zich omdraaien in mijn richting en daarna in de serre weg en weer lopen. Hij liep van Stephen weg en dan weer terug naar Stephen. Ik veronderstelde dat het Stephen was, want hij was de enige persoon die zich niet bewoog. Als ik het goed in kon schatten, bevond Stephen zich dit ter hoogte van een van de steunen die zich halverwege de serre bevonden. Hij was daar waarschijnlijk aan vastgemaakt, daarom dat hij niet bewoog. Ik hoorde Stephen ook niet antwoordden op mijn geroep. God, het mocht niet waar zijn dat ik te laat was en dat die smeerlap hem al gedood had. Mijn woede probeerde ik met alle macht te onderdrukken en te ventileren in mijn woorden, ik moest Stephens vijand trachten te provoceren.

            ‘Kom naar buiten, moederskindje, dan kan je misschien nog iets leren van een meisje.  Of ben je ook bang voor meisjes. Nou ja je weet wat ze zeggen van mannen met een zwaard. Ze moeten compenseren voor dat een ietwat kleiner dingetje…!’

            De deur van de serre werd opengesmeten, zo hard dat ze uit haar hengsels vloog en het glas in stukken in het rond vlogen. Gelukkig stond ik ver genoeg en werd ik niet geraakt door de rondvliegende stukken. In het midden van de deur stond een Euraziaat in een zwart pak. In zijn rechterhand had hij de Nihonto vast in een vuist waarvan de knokkels wit zagen van de druk die hij erop uitoefende. De woede stond in zijn ogen te lezen. Hij spoog zijn woorden uit als gifpijlen.

‘Krijg de tering, je bent ook overal waar je niet moet zijn. Stephen is van mij! Hij moet boeten, maar eerst zal ik jou eens een lesje leren. Het zal de laatste keer zijn dat je een Engel een lafaard noemt. Ik ben uitverkoren en niemand zal dit offer van me wegnemen. Men heeft het me beloofd.’

            Ik zuchtte opgelucht. Dit wou zeggen dat Stephen nog leefde. En voor de rest was het praat van een waanzinnige psychopaat. Ik kon achter Michael nog juist de gestalte van Stephen ontwaren. Hij was inderdaad geboeid aan een van de steunen van de serre. Gekneveld zag ik van waar ik stond de woede in zijn ogen schitteren. Nu had ik andere prioriteiten maar als ik dit tot een goed einde kon brengen, zou ik Stephen inwijden in de Kami Akai. Die lieve beer had dringend nood aan een manier om zich tegen zijn vijanden te weren.

            ‘Beloofd, pfff! Je bent het schorremorrie van het vuilste wat ik ooit onder mijn schoen heb verpletterd. Een kakkerlak, een luis. Een gewone moordenaar, neen, sorry een smeerlap van een vent die weerloze mensen vermoord. Onschuldige slachtoffers maken, die zich amper kunnen verweren. Oh ja, je moet ze eerst nog verdoven, bang dat ze je ze niet meester kan. Of ben je bang van de woorden die ze je naar het hoofd zouden slingeren. Zouden woorden je boos maken, moederskindje!’ Alles wat me maar in mijn gedachten kwam om hem te kwetsen, te vernederen vloog als etter uit mijn mond. Ik spuwde haat en ademde zijn vertwijfeling die ik las in zijn ogen met genoegen in.

            Michael twijfelde! Wat een vrouw was dat? Hij kende ze wel. Die zwartharige feeks was de dochter van dat oude koppel dat hij uit de serre had ontvoerd. Ze hadden het voor hun ouderdom nog lang gemaakt. Vele jongere slachtoffers hadden het eerder begeven en gesmeekt bij de eerste druppel bloed die ze zagen. Haar ouders waren dapper gestorven, maar dat zou hij haar niet vertellen. Die feeks was het niet waard. Wat zij allemaal naar zijn hoofd slingerde. Hij wou zijn vingers in zijn oren stoppen om het allemaal niet meer te horen maar dan zou hij zijn wapen moeten loslaten. Neen, hij zou dat tengere ding eens een lesje leren!

 

copyright Rudi J.P. Lejaeghere

 

!!!!! Terug met de laatste hoofdstukken van Requiem rond half september. Een goede vakantie gewenst. :)  Rudi

 

 

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...