Requiem

Een wreedaardige seriemoordenaar maakt de Nieuwe Wereld onveilig. Door zijn hand vallen regelmatig slachtoffers aan de rand van de zustersteden Tokio en Sanctuary. Yukiko Mitsokai heeft ook famileden verloren door deze moordenaar. Samen met Stephen March en een groep van vrienden zullen zij proberen om deze psychopaat te stoppen.

0Likes
0Comments
2386Views
AA

46. 46.

 

 

46

 

 

            Philip Collins was juist klaar met zijn werk en wou afsluiten maar iets in de rechterbovenhoek van zijn scherm trok zijn aandacht. Hij vergrootte het deelscherm en zag een grafiek die aangaf dat er in de laatste uren een toename was aan elektronisch intern verkeer. Er werden voor de boekhouding – een ploegje dat uitsluitend rapporteerde aan de senator - statistieken bijgehouden van de energiedragers van De Kelder. Ook zij ontsnapten niet aan de vraag naar kostenbesparing. Er werden verschillende energiedragers continu opgevolgd en geüpdatet in een database die grafieken genereerde qua verbruik. Philip had een van de curven die normaal gezien bijna horizontaal liep plots een duik omhoog zien nemen. Normaal gezien zouden de meeste werknemers zich daar niet druk om maken, maar het intrigeerde hem omdat hij heel recent thuis een gelijkaardig softwaresysteem had ingesteld. Het interesseerde hem om te ontdekken wat de oorzaak van die plotse verandering kon zijn.

            Toen hij de grafiek opende en uitsplitste in zijn deelgrafieken zag hij dat de toename gestart was op het dak van het gebouw en via het liftgebruik naar de kelderdieping was overgegaan. Vreemd! Op dit uur was De Kelder, buiten een paar hardliners, waartoe hij zichzelf nog altijd rekende - niettegenstaande zijn obstinaat geklaag over de lange uren tegen zijn collega  Jim McFinster - een verlaten ruimte.

            Zou hij de senator hierover verwittigen? Waarschijnlijk zou hij als hij contact opnam voor zo’n akkefietje de wind van voren krijgen. Eerst zou hij pertinent zeker moeten zijn over de oorzaak van deze anomalie. Er was op het gelijkvloers bij de nachtwaker een console die het dak bewaakte met de nodige beveiligingssoftware. Zijn eerste idee om deze te bellen, liet hij ook maar vallen, gezien de nachtwaker verplicht zou zijn om op zijn beurt de senator te verwittigen dat hij een telefoontje van Philip Collins had gekregen. Hij kende deze procedure maar dat zou hetzelfde resultaat hebben als het loos alarm was. Maar als hij eerst visueel de situatie kon inschatten, was al deze poespas misschien allemaal niet nodig.

              Hij besloot de lift te nemen naar de ondergrondse parkeergarage en vandaar naar de ingang van de toren rijden om het even te proberen uit te vissen bij de nachtwaker van dienst. Het zou hem wel wat extra tijd kosten als er niets aan de hand was, maar dat had hij er wel voor over. Als er dan toch iets verkeerds liep en hij had het niet gesignaleerd kon de senator hem ook ter verantwoording roepen. Nee, daar paste hij liever voor. Confrontaties met die vrouw probeerde hij tot het minimum te herleiden en als het dan toch nodig was, dan liefst nog via mail of memo’s. Was iets minder persoonlijk en…nou ja, hij gaf het toe, hij was wel wat bang van ‘Het Kreng’. Die uren waren geen probleem, die zou hij wel dubbel en dik aanrekenen. Zijn vest aan en hij logde uit en vertrok naar de parkeergarage.

            Terwijl hij op weg was, liet hij de mogelijkheden voor zijn geestesoog gaan welk scenario hij de nachtwaker zou voorliegen om naar de beelden van het dak te mogen kijken. Dat vond hij niet echt voor de hand liggend. Eerst en vooral zou hij een foefje moeten verzinnen om binnen te geraken want hij had wel geen nachtsleutel voor het gebouw zelf. ‘Mag ik even telefoneren,’ zou waarschijnlijk maar een flauw excuus zijn nu iedereen op zijn minst een of twee mobieltjes had. En dan waren er nog de praatpalen waarmee men via zijn creditcard iemand kon bereiken. Dringend naar het toilet moeten gaan, dat werkte meestal als het een mannelijke nachtwaker was, die zou meevoelend zijn voor een sanitair noodgeval. Als de nachtwaker een vrouw was? Wat zou hij dan zeggen? Oei, dat was een ander paar mouwen. Collins kreeg het al warm.

            Philip had ondertussen zijn autobot bereikt en programmeerde zijn bestemming. Hij dacht toch voor de sanitaire noodstop te gaan in dit geval met een gespeelde gêne, of misschien zou hij vanzelf al door de omstandigheden verlegen genoeg zijn dat het heel natuurlijk overkwam. Lukte het niet dan kon hij nog altijd terugvallen op plan B. ‘Het Kreng’ opbellen.    

 

……..

           

            Het was niet eenvoudig om zich bezig te houden, terwijl we wisten dat aan de andere kant van de wereld mensen bezig waren hun leven op het spel te zetten om de overheid schaakmat te zetten. Mensen die voor een nieuwe toekomst konden zorgen voor de beide Werelden. We hadden al alles geprobeerd van tv-kijken tot wat lezen. Stephen stelde even voor om een virtuele game te spelen met de gameviewer, maar daar had ik nu niet echt het geduld voor. Daarna begon hij te ijsberen door mijn appartement en in de beginfase had ik daar nog begrip voor, maar na een tijdje vroeg ik toch of hij niet liever mij een frisdrank zou wou uitschenken, enkel en alleen om zijn heen-en-weergeloop een halt toe te roepen

            Uiteindelijk stelde ik aan Stephen voor of hij het leuk zou vinden om mee te gaan naar de serre van mijn ouders. Ik had daar nog wat werk af te maken en probeerde iedere dag toch even langs te gaan om het werk niet teloor te laten gaan die ik de laatste tijd had verricht. Ik had niet de groene vingers van mijn vader, dat had ik ondertussen al ontdekt, maar ik leerde bij. De orchidee was een van mijn vaders lievelingsbloemen en ik had mij vooral op die soorten toegelegd. Het waren planten die heel gevoelig waren voor licht en vochtigheid. Te veel of te weinig van beiden en de plant ging dood. Dat had een vriendelijke verkoper in de florasupermarkt mij verteld. Ik kreeg het direct wat warmer en vreesde het ergste voor die kleurrijke, prachtige bloemen. Maar ik  had Arturo zijn aantekeningen en ook zijn boeken in mijn bezit. Wat zelfstudie dacht ik en misschien met vallen en opstaan zou ik er ooit wel geraken. Ik wou dit echt zelf doen.

            Stephen vond het een goed idee. Hij was zelf benieuwd naar hetgeen ik uitgespookt had. Zijn biologische moeder Maddy Silverstone had ook van bloemen gehouden. Haar lievelingsbloem was de iris. Een plant die zo oud was als de Egyptenaren. Stephen vertelde me dat men in de piramides afbeeldingen van lissen had gevonden waaronder men de iris ook klasseerde, dus moesten die minstens van 1500 voor de Christelijke jaartelling al hebben bestaan. Waarschijnlijk zelf nog veel ouder. Wilde irissen groeien uit een wortelstok vertelde hij me maar er waren er ook die uit een bol groeiden. Daarin onderscheidde je dan nog twee groepen maar Stephen was vergeten hoe die noemden. Het waren Latijnse namen, dat herinnerde hij zich nog, die zijn moeder net zoals Arturo van buiten kende. ‘Ronkende namen’ waren de woorden die hij gebruikte als hij beschreef hoe zijn moeder haar bloemen benoemde. Het deed me aan mijn ouders denken.  Blijkbaar hadden onze ouders iets gemeen. Leuk!

            Net toen ik de sleutels van mijn autobot nam, kreeg ik een boodschap op mijn mobieltje van een vriendin van het boekhoudingkantoor waar ik werkte. Ze vroeg wat uitleg over een van mijn dossiers. Ze zou het de volgende nodig hebben en het was een zaak die ik destijds zelf nog had opgestart. Ze vroeg of ik even wou binnenspringen voor wat meer uitleg. Ik twijfelde even, maar vroeg of laat zou ik de draad weer moeten opnemen. Ik was begonnen met de serre als eerste stap in mijn nieuw leven. Misschien was nu het moment om weer contact te leggen met een van mijn collega’s. Even een uurtje of twee wat bijpraten en de mensen waarmee ik jaren had gewerkt wat verder helpen. Het was wellicht nu het juiste moment om daarmee te starten, nu mijn vriendin mij om inlichtingen verzocht. Ik vroeg aan Stephen of hij met zijn eigen autobot eventueel reeds naar het huis van mijn ouders kon gaan. Ik legde hem uit dat ik nog even naar mijn werk zou moeten. Dat was de andere kant uit. Of hij ertegenop zag om voor maximum een paar uurtjes in mijn ouderlijk huis op mij te wachten?

            ‘Geen probleem, Yu, ik kan toch niet slapen, wetende dat er in de Old World Highest cruciale zaken aan het gebeuren zijn. Aan de andere kant draait de wereld verder. Dat heb ik in mijn leven al talloze malen ervaren. We mogen dan heel wat traumatische ervaringen achter de rug hebben, we zullen ons moeten herpakken als we willen overleven in die jungle die we onze wereld noemen. Doe maar kalm aan en neem je tijd. Ik wacht dan wel op jou…in het theehuisje?’ voegde hij er met een glimlach op zijn gezicht aan toe. Ik wist wat hij bedoelde en voelde me warm van binnen.

            Ik gaf hem de code van het huis en op straat in het zicht van iedereen onder het licht van een straatlantaarn namen we met een lange zoen schoorvoetend afscheid. De wereld mocht het weten, de wereld mocht het zien. Alhoewel op dat moment er niemand passeerde. Het  was immers avond. De meeste mensen keken niet naar buiten naar een verliefd koppeltje dat afscheid nam. Mijn harte klopte weer, ik had een reden om te leven. Ik hield van Stephen en ik was er zeker van dat de gevoelens wederzijds waren.

 

……..

 

            Iléna hield de schermen goed in de gaten. Op een bepaald ogenblik had ze een man de parkeergarage zien binnenkomen. Op de lift waaruit hij kwam stond ‘privaat’. Misschien was het iemand van de onderhoudsploeg van de toren die overuren had geklopt. Even liep hij heel dicht langs een camera en kon ze zijn gezicht goed onderscheiden. Het was een man met zorgen aan zijn hoofd. Zijn wenkbrauwen gefronst, zich niet bewust dat iemand hem bekeek, spoedde hij zich naar zijn vervoersmiddel. Wie weet waaraan hij dacht? Een vrouw die hem straks zou verwijten dat hij weer te laat thuis kwam. Misschien keerde hij terug naar de eenzaamheid van een vrijgezellenflat om een voorbereide smakeloze maaltijd op te warmen en voor de tv als een zombie op te eten bij een blik of vier bier of een fles wijn. En dan in slaap vallen als een blok, even de zorgen naar de achtergrond geduwd in de roes van de alcohol om morgen weer hetzelfde patroon te herhalen. Je kon het niet van hun gezicht lezen, het zal allemaal in hun hoofd.

            In haar hoofd en namelijk specifiek in haar oorschelp zat een oortje waar ze het bericht doorkreeg dat Joeri en Nikolaj de lift verlieten. Ze hadden nog wel een paar obstakels te gaan vooraleer ze aan de ruimte kwamen waar de CCD stond. Ze had wat activiteit bespeurd op een aantal verdiepingen. Iléna lachte in haar vuistje. Een man met twee glazen en een fles die op zijn kousenvoeten naar een belendende kamer sloop. Wat dacht die kerel, hij zag er uit alsof hij bang was iemand te ontmoeten? Een amoureuze ontwikkeling of ging de man vreemd terwijl zijn vrouw in dromenland verkeerde. Hij klopte aan bij een deur wat verder in de gang. Een vrouwelijke hand verscheen en trok hem binnen. ‘Vashe zdorovie! Proost,’ sprak ze tegen de vreemdeling op het scherm terwijl ze een flesje water hief en er even aan nipte.

            Ondertussen had ze ook het systeem onder de knie om over te stappen op de manuele bediening van de bewakingscamera’s. Ze had een handboek in een van de kastjes van de balie gevonden die daarbij een goede hulp was. Om de verveling wat te doden had ze wat zitten experimenteren. Nu ook was ze wat aan het zappen van verdieping naar verdieping. Ze had via de manuele bediening verschillende zaken ontdekt over de toren. Er was een restaurant en een modezaak op de eerste verdieping die op dit moment gesloten waren. Het was immers de sluitingsdag van het restaurant, dat had Feliciano vooraf uitgekiend en de modezaak sloot heel wat vroeger zodanig dat ze daar ook geen last van hadden. Plots zag ze iets dat haar aandacht trok. Op de tweede verdieping was er zoals op elke verdieping een ruimte voorzien waar men het vers beddengoed en dergelijke zaken bewaarde. Dat was niet abnormaal. Wat haar verontruste was dat er daar nu al activiteit was. Was dit een nachtploeg die aan het werk was en alles klaar legde voor de volgende morgen? Via welke weg zouden deze mensen vertrekken als zij klaar waren? Ze telde vijf mensen. Normaal gezien, zoals de vreemdeling zouden ze misschien via de privaatlift vertrekken maar als ze via de hoofdingang vertrokken en de verdoofde bewaker zouden zien, was zij de pineut. Een tweetal personen zou ze moeiteloos de baas kunnen, maar als ze besloten om allemaal via de balie te vertrekken, zou dit een probleem worden. Een iemand was genoeg om een alarm in werking te zetten.  Ze meldde via haar verbinding haar bevindingen aan Gekko.

            ‘Oké, Iléna, ik hou het in het oog. Tweede verdieping zei je,…ja, ik heb ze in beeld. Als het nodig blijkt sluit ik de toegang tot het gelijkvloers af en doe ze via de parkeergarage naar buiten gaan. Ik zoek even voor alle zekerheid de bediening van de lift op, dat we straks voor geen verrassingen staan. Goed van je om het te melden. Blijf alert want we zijn er nog niet.’

            Iléna voelde zich plots heel wat nuttiger. Vooraf had ze het een vervelende klus gevonden. Een nachtwaker uitschakelen en wat uurtjes voor schermen zitten was voor haar het synoniem van niets doen. Blijkbaar was haar job belangrijker dan ze gedacht had. Ze begon met meer concentratie de schermen te bekijken en van verdieping naar verdieping over te schakelen. Misschien waren er nog zo’n ploegen aan het werk. Maar na een tijdje zag ze dat dit de enige waren. Het zou de nachtploeg zijn en die zou zijn aantal verdiepingen doen en waarschijnlijk dan morgenvroeg vervangen worden door de volgende shift. Dat was het voor de hand liggende antwoord. Gelukkig voor hen waren niet alle verdiepingen voor hotelgasten. Er waren vergaderzalen, ontspanningsruimtes, fitnesszalen, zwembaden voor groot en klein en zelfs een bibliotheek. Een discotheek had ze ook al tegengekomen, maar die was enkel in het weekend open. Op dit uur waren de bars aan het leeglopen. De kans dat er iemand via de hoofdingang de toren verliet was eerder klein. Daar hadden ze het al over gehad. De parkeergarage met de autobots was op dit moment volgens de statistieken die Gekko had gehackt de enige gebruikte liftstop. Iléna zapte nog even naar de tweede verdieping met de onderhoudsploeg. Gezien de snelheid waarmee deze vrouwen werkten, veronderstelde ze dat ze een heel karwei hadden vooraleer ze afgelost werden en dus geen tijd hadden om te lanterfanten. Ze hadden hun handen vol, letterlijk en figuurlijk. Het deed haar denken aan de vreemdeling die vertrokken was. Een man! De onderhoudsploeg die ze hier zag bestond uit vrouwen?

            ‘Gekko, ik heb hier beelden van een man die uit een privaatlift is gekomen. De onderhoudsploeg zijn allemaal vrouwen. Ik heb hier op de opnames een close-up van zijn gezicht. Kan je hem misschien even door de molen draaien om te weten te komen wie hij is? Of kan je niet bij het personeelsbestand?’ vroeg een wulpse stem die wat vervormd in de oren van Gekko klonk.

            ‘Mijn beste Iléna, voor mij gaat alles die gesloten is open. Van “zakryto” naar “otkryto”, met mijn spullen hier zet ik alles van ‘gesloten’ naar ‘open’.’ Gekko sprak de Russische woorden natuurlijk weer met een verschrikkelijk accent uit wat resulteerde in een gniffelend gelach in zijn oor.

            ‘Mmm, lieve Gekko, jij weet hoe je een Russisch meisje het hoofd op hol moet brengen,’ plaagde ze hem een beetje.

            Gekko werd zo rood als een tomaat, maar dat zag Iléna gelukkig niet. ‘Oké…uh, ik laat je straks iets weten of ik iets over die man terugvind. Gekko out,’ sloot hij de conversatie af. Zo’n afleiding had hij op dit moment niet nodig.

            Hij zag Joeri en Nikolaj de deur naderen die leidde naar een gang die in het plan als een cruciaal punt was aangestipt. Als er een mogelijkheid was geweest om een ander weg te volgen, zou Gekko die aangeraden hebben. Maar die was er niet. Dus moesten ze proberen ongezien voorbij de wachtpost van ‘De Kelder’ te komen, hem te overmeesteren en de sleutel van de kamer waar de CCD stond binnen te geraken . Gekko had de man al een tijdje voor de gek kunnen houden met een loop van opgenomen beelden op zijn schermen te laten verschijnen van de punten die hij in het oog moest houden in ‘De Kelder’.

            Zodanig was die man rustig in zijn stoel blijven zitten. Hij zag er wat verveeld uit maar dat zou niet zo blijven moest Gekko een fout maken. Nu was het aan Joeri en Nikolaj. Op dit punt kon Gekko niet helpen. Deze mannen waren niet aan hun proefstuk toe maar de afstand van de vinger van de wachtpost naar de knop die rechtstreeks verbonden was met de veiligheidstroepen van de senator was amper twintig centimeter van elkaar verwijderd. Die was in een seconde overbrugd en dan zouden de poppen aan het dansen gaan. Dat wou zeggen dat ze minder dan één seconde hadden om de man zijn handen van het gevaar weg te houden. Gekko kruiste bijgelovig zijn vingers.

copyright Rudi J.P. Lejaeghere

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...