Requiem

Een wreedaardige seriemoordenaar maakt de Nieuwe Wereld onveilig. Door zijn hand vallen regelmatig slachtoffers aan de rand van de zustersteden Tokio en Sanctuary. Yukiko Mitsokai heeft ook famileden verloren door deze moordenaar. Samen met Stephen March en een groep van vrienden zullen zij proberen om deze psychopaat te stoppen.

0Likes
0Comments
2454Views
AA

42. 42.

 

 

42

 

 

            Het was een job waarvan hij baalde. Norino Vastai had zelf bij een paar zaken te maken gehad met de interne dienst. Het waren mensen die je binnenste buiten keerde en eenmaal ze klaar met je waren, had je geen geheimen meer voor hen. Nu moest hij hetzelfde doen met zijn personeel. Hij had gevraagd aan het secretariaat om een lijst te maken van de mensen die op deze zaak werkten. Toen hij al die namen las op het lijstje, schrok hij dat het er zoveel waren. Ja, de zaak was zo geëscaleerd dat men er steeds meer mensen op had gezet. De druk van de publieke opinie en de pers en vooral het groeiende misnoegen bij de directie dat Norino Vastai met geen resultaten kwam, speelden daar een grote rol in.

            Hij wou direct een tiental namen schrappen omdat hij zuiver uit zijn buikgevoel niet kon aannemen dat die achterbaks waren en inlichtingen aan de moordenaar zouden doorgeven. Maar iedereen moest door de zeef. Hij kon het zichzelf niet veroorloven iemand over te slaan en achteraf voor aap te staan als het bleek dat die dan juist de mol was. Zijn eerste idee was om de directie daarover in te lichten, maar bij nader inzien bleef het langs die kant stil en dat directeur Taketani had niet meer gereageerd. Ze zouden ze van hetzelfde laken een pak krijgen.

            De avond was gevallen en hij had zijn gegevens op een datastick meegenomen naar huis. Daar zou hij op zijn terminal verder werken. De dagen schenen voorbij te vliegen en hij kwam in het donker ’s morgens op zijn werk aan en ging pas laat weer naar huis terug, ook weer als een dief in de nacht. Het was een deprimerende tijd. Norino at ook niet meer op vaste tijdstippen en wat hij dan at was nu niet echt gezond te noemen. Een snelle hap doorgespoeld met wat frisdrank of thee. Hij voelde zich wat minder kwiek de laatste tijd. Het waren de jaren natuurlijk, maar zijn gezondheid was ook niet van de beste. Hoe lang was het geleden dat hij een volledige medische check-up had aangevraagd? Te lang, hij had gewoon geen tijd om naar de dokter te gaan. Waarschijnlijk zou hij op een of andere dag gewoon dood achter zijn bureau neervallen. Statistisch gezien was de mogelijkheid, gezien de vele uren die hij daar klopte, heel groot. Hij grijnsde in zichzelf. Wat galgenhumor kon nooit kwaad.

             De dood zelf had geen geheimen meer voor hem. Hij had tijdens zijn dienstjaren al zoveel leed gezien. Zo veel moorden en geweld dat je erdoor afgestompt zou raken. Je moest er op een of andere manier afstand van nemen. Sommige jonge kerels in hun beginjaren gingen eronderdoor omdat ze de beelden niet konden verdringen. Ze hadden er geen speciale plaats voor in hun hoofd. Er waren er zelfs een aantal die zichzelf het leven hadden ontnomen omdat zij zichzelf de schuld gaven of omdat ze de machteloosheid die je voelde bij vele van die moordzaken niet kon verwerken. Het had hem ook jaren gekost en veel meer dan die jaren alleen om die afstand te bewaren die nodig was om te overleven. Norino keek niet meer naar de ogen van de slachtoffers, als hij kon zelf niet naar hun hoofd. Het hielp…een beetje. De kern van de mens, zijn ziel lag in zijn gedachten en gevoelens. Die kon je lezen op hun gezicht, ergens diep in hun ogen.

            Druilende regen en een temperatuur waarvan je kleren aan je lijf plakten. Een typisch weertje die met zijn humeur overeen kwam. Hij overbrugde de afstand van zijn autobot naar zijn huis met een loopje. Al was het niet echt ver, hij hijgde alsof hij buiten adem was. Misschien kwam het door de warmte of door het feit dat hij uit conditie was, hij nam het goede voornemen om zeker nog deze week eens bij de dokter een afspraak te maken. Het automatische licht in het portiek schoot aan en hij zag een figuur juist buiten de lichtbron staan. Norino schrok. In gedachten verzonken en proberend de meeste regen te vermijden had hij hem te laat opgemerkt.

           De eerste stoot zag hij nog aankomen, maar toen was het al te laat. Hij greep naar zijn hals waar het bloed uit spoot en wankelde nog een enkele pas vooruit maar viel toen op zijn knieën. Even schoot in die laatste flits bewustzijn nog even door zijn gedachten dat hij dan toch niet achter zijn bureau zou sterven!

 

……..

 

            Gekko had alle gegevens doorgekregen van Feliciano omtrent de wisseling van de nachtwakers en hun ronde die ze deden. Hij had in samenspraak met de cel van Lucy Nicholson van de Weerstand een datum vastgesteld wanneer ze de CCD zouden saboteren. Gekko had zijn virus zo verfijnd dat het een domino-effect zou hebben en dat het ganse systeem van de chipopvolging volledig in de war zou raken. Normaal gezien zou het virus zich zo snel kopiëren in al de computersystemen dat ze een volledig andere methode of project zouden moeten opzetten om het euvel te verhelpen. Dit zou tijd vergen! Tijd die mensen van goede wil, zoals Stephen March, de mogelijkheid zou moeten verschaffen om de schuldigen aan de kaak te stellen die het Big-brothersysteem hadden opgezet en hen proberen ondertussen buiten spel te zetten.

            Hij had ondertussen gehoord dat Jack Sterlington met succes uit het ziekenhuis was ontvoerd. Ji en Yu waren een succesvol duo. De Kami Akai had nog maar eens gezegevierd. Hun capaciteiten waren in dit geval weer duidelijk efficiënt  gebleken. Hij had er gewoon zijn schik in dat zijn beste vriendin dit klusje geklaard had zonder zijn medewerking. Zonder overdrijven wist hij van zichzelf dat hij nogal bewust van zijn eigen kunde. Maar Yu en Ji waren op hun gebied, iets waar Gekko misschien wel een ietsepietsje jaloers op was, professioneel en uiterst vakkundig te werk gegaan. Iedereen zijn specialiteit. Samen waren ze sterk. Hij hoopte alleen maar dat hun tijdsschema niet in de war geraakte.

            Jack moest zo vlug mogelijk terug naar de Oude Wereld om die senator aan de kaak te stellen. Voor zover hij had begrepen, stond die man nu aan hun kant. De man had een appeltje te schillen met die vrouw die hij altijd met ‘zij’ of ‘de senator’ benoemde. Jack Sterlington was op dit moment waarschijnlijk de enige die deze opdracht op een effectieve manier tot een goed einde kon brengen.

           Ik had een vlucht geboekt voor Jack onder nog een andere alias, het was een man met vele identiteiten. We waren met de autobot naar zijn schuilplaats gezweefd en daar had hij identiteitspapieren van een zekere Eric King bovengehaald. Als de luchthavenautoriteiten zouden checken wanneer Eric King in de Nieuwe Wereld was gearriveerd zou hun scherm een datum en uur aangeven die door de mensen van zijn organisatie op voorhand hadden geüpload in de systemen van de luchtleiding. Hij had zijn wedervaren verteld met Michael en zijn positie tegenover een zekere vrouwelijke senator die de ganse zaak in handen had. Hij wou de naam niet prijsgeven van zijn opdrachtgeefster. Jack Sterlington zwoer wraak. En het zou een zoete wraak zijn, waren Jacks exacte woorden. Hij zou de senator niet doden. Het was een van de opties die iedereen van ons groepje wel voor ogen had, gezien de slachtoffers die Michael hier had gemaakt. Het had allemaal te maken met de chip. Zover waren we tot dezelfde slotsom gekomen dat het rond die verdomde chip moest draaien die alle westerlingen ingeplant kregen en iedereen van de Nieuwe Wereld die op reis ging, als een bijkomend vervelend bijverschijnsel aanvaardde. Dat dachten we toch. Maar Jack vertelde ons een gans ander verhaal!

 

……..

 

            Michael II had het sein van zijn voorganger opgevangen nog voor hij de stadsgrenzen van Sanctuary had overschreden. Hij had ondertussen al een aardig aantal kilometertjes gewandeld om hier te geraken, maar dat was niet te vergelijken met wat zijn lichaam allemaal kon verduren. Niet alleen was hij met een de CB-chip voorzien, maar hij had ook een aantal bionische lichaamsdelen die zijn oorspronkelijke vleselijke componenten hadden vervangen. Het maakte hem tot een soort übermensch. In normale omstandigheden zou men hem niet kunnen onderscheiden met een doordeweekse werknemer, maar in levensbedreigende crisissituaties werd hij geüpgraded naar een militaire vechtmachine zonder weerga.

            Niets was hem onbekend. Hij beheerste alle vechtdisciplines tot in de puntjes. Zijn chip verschafte zijn brein met data en kennis over het terrein die enkel maar beschikbaar was via computerprogramma’s. Hij beschikte over de toegang tot een database waar de meeste verscheidenheid aan info was opgeslagen. Van kennis omtrent wapens en hun gebruik tot de fabricatie van alle soorten bommen en granaten die je met huis-tuin-en-keukenmiddeltjes kon fabriceren, er was van hem een menselijke computervechtmachine gemaakt die niet te verslaan was.

            Hij kreeg naast het chipsignaal van Michael ook het signaal binnen van Stephen March. Dit gegeven was ook in zijn database van de chip opgeslagen. Er stond geen opdracht gelinkt aan deze persoon. Zijn primaire doel was Michael I. Vinden, opzoeken en vernietigen. Michael II versnelde zijn pas en schatte dat hij binnen het uur de confrontatie met zijn naamgenoot kon aangaan!

 

……..

 

            Er komt een ogenblik in een leven dat men het gewoon opgeeft. Stephen March was al verschillende malen bezocht geweest door Michael. Iedere keer had de man een nieuwe manier gevonden om hem te folteren. Stephen was een man uit één stuk, een beer van een vent. Maar op een bepaald moment, na alle strijd die je levert en niettegenstaande de hoop die je koestert in het diepst van je gedachten op een miraculeuze redding, geef je het op. Niettegenstaande Michael hem steeds iets te drinken gaf, had hij nog geen voedsel gekregen. Hij voelde zich zo verzwakt dat hij nauwelijks op zijn benen kon staan.

            Hij hing verslagen in zijn boeien. Het hoofd gebogen, de kin rustend op de borst. Overgegeven aan de genade van zijn folteraar. Zijn adem stokte verschillend malen en hernam zich weer in een hijgend ritme. Zijn hartslag was onregelmatig. Hij had hartoverslagen vanwege de stroomstoten die Michael hem had bij verschillende gelegenheden had gegeven. Hij was ten dode opgeschreven dacht hij en wat het ergste was…hij had alle hoop laten varen. De volgende maal zou hij smeken met al wat nog in zijn lijf aanwezig was om het einde. De pijn die door zijn lichaam trok, zijn gedachten die hem geen alternatief voorschotelden, lag aan de oorsprong van zijn huidige mentale toestand.

            Als een mens kon je veel weerstand bieden, maar op een bepaald moment had iedereen zijn grens bereikt. Stephen had het lang uitgehouden, niet lang genoeg volgens zijn eigen normen had hij op sommige momenten gedacht, maar er waren mensen die bepaalde martelingen niet zouden overleefd hebben die hij wel had doorstaan. Je kon niet zeggen met succes. Want datgene wat hij nu meemaakte, aardde uit in een onvermijdelijke nederlaag en zou uiteindelijk resulteren in zijn dood, net zoals Michael hem had gezegd.

           Hij had afscheid genomen van zijn leven zoals hij het kende, ook van zijn ontluikende liefde voor Yukiko. Het deed hem pijn maar niemand wist waar hij was. Anders zou hij hier niet geradbraakt hangen. Hoelang al? Stephen had nieuwe vrienden gemaakt in de Nieuwe Wereld. Speciale mensen waar hij ook een bijzondere genegenheid voor had ontwikkeld. Ook van deze mensen had hij reeds in zijn gedachten afscheid genomen. Eagle Eye, de Afrikaanse leeuw met zijn gouden hart. Ji, de partner van Jérome Shumbwa, vriend van Yukiko, Rode Cirkel in de Kami Akai net zoals Yu, waar hij verliefd op was geworden.  Eén voor één had hij ze in gedachten bedankt voor alles. Jammer voor hen dat het voor niets zou zijn geweest.

           Voor de zoveelste keer sprong het licht aan en kwam de moordenaar binnen. Stephen hief met inspanning zijn hoofd op en zag dat Michael deze keer zijn zwaard, de Nihonto, bij zich had. Hij had een laken als een cape met een kap over zich gedrapeerd waarbij uit twee gaten waar de ogen zich bevonden een dodelijke blik op hem werd geworpen. Stephen slaakte een diepe zucht. ‘Eindelijk,’ fluisterde hij, hoorbaar voor zijn folteraar.

           Michael keek hem even verward aan. De reactie van zijn slachtoffer stond hem niet aan. Hij was gewoon aan het karakteristieke smeken, het aanbieden van alles wat het slachtoffer maar kon bedenken om zijn leven te sparen. Dit waren niet de woorden van iemand die gered wou worden.

           ‘Alsjeblieft, maak er een einde aan. Het geeft niet. Ik ben er klaar voor!’. Langs de wangen van Stephen liepen tranen. Tranen van verdriet om al de mensen die hem voor waren gegaan, hij had geen verschil kunnen maken. Dat vond hij heel jammer.

           Michael liet de Nihonto die hij bij zijn binnenkomst klaar had gehouden om tot actie over te gaan wat zakken en trok het laken over zijn hoofd en smeet het met een woedende beweging achter zich weg. Neen, dit ging verkeerd. Stephen March moest wenen en smeken om genade. Hij moest om vergiffenis vragen voor zijn zonden. De Witte Engel had Stephen aan hem overgeleverd als het nageslacht van de zondaar die haar lang geleden in de wielen had gereden. Michael twijfelde! Hij was van plan geweest om er nu een einde aan te maken. Hij zou Stephen beetje bij beetje gevild hebben. Zijn vingers een voor een verwijderd hebben met het korte mes dat hij in zijn broeksband droeg. Dan zou hij hem met zijn Nihonto aangeraakt hebben. Korte aaien met zijn vlijmscherp wapen die hem zouden pijnigen maar niet direct doden. Maar nog voor het moment dat hij zijn plan tot uitvoeren kon brengen smeekte die man om de dood. Michael begreep die reactie niet.

           Nog minder begreep hij dat de deur met een geweldige kracht uit zijn voegen vloog en geplooid in een hoek van de kamer weg werd geslingerd. Een Japanner stond in de deuropening naar hem te kijken. In zijn rechterhand lag de Ishime Kiku Tamahagane  met het bordeauxkleurig handvat. Het was het reservewapen van Michael. Hij had zelf nog een derde zwaard, een Tamahagane Unokubi  Zukuri waarmee hij nooit vocht omdat het te waardevol was. Hij verkoos zijn Ishime Mokko Tamahagane met het blauwe handvat. Dit zwaard was ietsje zwaarder dan de Kiku. Zo’n honderd vijfentwintig gram maar dat maakte voor hem soms juist het verschil. Een betere balans en bij de juiste handeling een grotere slagkracht. Deze feiten schoten door zijn gedachten omdat hij wist, neen hij het zag in de ogen van de man in de deuropening, dat die voor ‘hem’ kwam.

            ‘Wie ben jij en wat kom je hier doen. Je beledigt me in mijn eigen huis om mij met mijn eigen zwaard te bedreigen?’ verwoordde Michael het heel bondig terwijl hij zich in een aanvallende houding positioneerde en het snijvlak van zijn Nihonto naar de man draaide. Een vijandelijk signaal dat hij als eerste waarschuwing aan de vreemdeling gaf.

            De man deed nauwelijks geïntimideerd  een stap voorwaarts en Michael zag dat ook zijn zwaardsnede in de richting van Michael gedraaid was. ‘Ik ben je opvolger! Je hebt je tijd gehad en je doel gediend. Waarom hield je je niet aan je instructies? Je bent een doorgedraaide psychopaat voor zover ik heb gehoord. De Witte Engel kan je niet meer vertrouwen. Ik geef je het voordeel van de eerste slag. Dat is de enige genade die “ik” je zal geven. Wees klaar om te sterven!’

            Stephen had dit allemaal met open mond gadegeslagen. Was dit voor hem positief of zou hij van de regen in de drup komen? Gelukkig bevond hij zich met zijn rug tegen een muur van de kamer en namen de protagonisten een positie in links en rechts van hem. Hij was gefascineerd door het schitteren van de bladsnede van hun wapens waarin het licht weerkaatst werd. Hij was doodvermoeid , klaar om de dood in de ogen te kijken en plots stond de wereld op zijn kop en keek zijn belager naar een tegenstander die op het eerste zich niet met zich zou laten spotten.

            Michael, rood van opwinding en woede viel de vreemdeling aan. Die pareerde zijn slag met zo’n gemak alsof hij die van uren ver had zien aankomen. Het deed Stephen goed om Michaels verbazing te bemerken. Toen begon het gevecht pas echt. De geluiden van botsende klingen, de zwierende bijna dansende bewegingen van de beide krijgers. De vreemdeling had Michael enigszins onderschat. Woede en waanzin was onberekenbaar en kon voor verrassingen zorgen. Michael was een wervelwind, maar de vreemdeling deed niet onder voor hem. Verschillende slagen sloegen zo dicht bij Stephen in, dat hij met al de kracht die nog in zijn lichaam zat, zich zo dicht mogelijk tegen de muur drukte. Michael draaide iets te ver door in een slag en raakte de ketting waarmee Stephen vastgemaakt was.

            De vreemdeling had Michael een kleine wonde toegebracht aan zijn rechterschouder. Het bloed liep over Michaels borst, maar blijkbaar was het niet levensbedreigend want Michaels aanvallen werden driester en volgden elkaar in frequentie vlugger op. De vreemdeling was weliswaar niet in de verdediging gedrongen, maar hield zich op dit moment enkel bezig met het pareren van de Nihonto van Michael. Als hij een goede kans zag probeerde hij een korte aanvalsstoot. Eenmaal was hij er al in geslaagd om de verdediging van Michael te doorbreken met de kleine wonde als resultaat.

            Stephen had gezien dat de ketting door de slag vervormd was en als hij er bij zou kunnen zou hij de schakels uit elkaar kunnen halen. Maar die twee vechters draaiden zo vlug rond elkaar dat hij het zeker met de dood zou bekopen als hij zich naar het midden van de ruimte zou wagen. Plots gleed Michael uit, maar kon in een laatste moment zijn wapen voor hem houden om de doodslag te pareren die de vreemdeling hem wou toebrengen. De man had zijn knie in de buik van Michael geduwd en de twee zwaarden duwden in een krachtproef tegen elkaar wat een sinister metaalachtig geluid maakte.

            Nu, dacht Stephen! Hij nam de beschadigde ketting, maar met zijn bevende handen en zijn verzwakte lichaam duurde het veel te lang. Toch kreeg hij de schakel los en hinkte weer naar de muur waar hij de ketting door de lus in het plafond naar hem toe trok. Michael had de man weer van zich af kunnen duwen en het gevecht was weer in alle hevigheid losgebarsten. De vonken sprongen er soms af, zo krachtig raakten de zwaarden elkaar. De twee vechters waren volgens Stephen aan elkaar gewaagd, maar dat maakte zijn rekening niet. Hij probeerde steeds als ze het verst van hem verwijderd waren om de koorden rond zijn voeten los te maken. Zijn vingers hadden geen kracht en de knopen waren vakkundig gemaakt. Toch beetje per beetje losten ze. Op een bepaald moment had hij ze open. Net toen een van de Nihonto’s op een paar centimeter voor zijn gezicht zwaaide. Stephens hart klopte als een razende in zijn keel. Hij was niet zover gekomen om nu nog als bij toeval gewond te geraken of zelfs gedood te worden. Stephen had weer dat sprankje hoop. Hij had het nooit durven dromen. Op de drempel van de dood had hij gestaan en had in de afgrond gekeken en het aanvaard. Nu was het mogelijks anders met een beetje geluk. Hij probeerde een paar passen links en rechts terwijl hij steunde langs de muur. Zijn benen waren heel zwak, maar het moest lukken. Meer en meer begon de Japanner zijn strategie te veranderen. Als het ware had hij Michaels bewegingen bestudeerd en nu ging hij meer in de aanval, dwong bij momenten zijn tegenstreven in de hoek. Het was op zo’n moment dat Stephen met de ketting in zijn geboeide handen maar zijn voeten los naar de deur wou lopen. Het werd meer wankelen en bijna vallen, maar toch was hij vlugger buiten dan hij gedacht had. Hij keek niet om maar vluchtte verder. Hij wist dat het zijn enige kans was!

            Zowel Michael als de Japanner had het gezien. Michael schreeuwde van onmacht en frustratie. ‘Neen, Stephen March! Jij moet sterven! Dit mag niet, dit kan niet.’ Met bovenmenselijke kracht begon hij een reeks aanvallen. Als een wervelende wind draaide hij rond de Japanner. In zijn woede vergat hij alle voorzichtigheid en kreeg een paar slagen toegediend, maar zijn woede en kracht was zo groot dat er toen gebeurde wat de vreemdeling nooit had verwacht op het moment dat hij de deur uit zijn voegen had doen springen. De Ishime Mokko Tamahagane sneed als boter door de slag-arm van de Japanner, die verrast even stil stond en dan door zijn knieën zakte, zijn arm met het zwaard op de grond zag liggen. Hij keek omhoog naar zijn beul die hem nauwelijks de tijd liet. Michael sloeg in alle razernij nog één keer toe!

 

copyright Rudi J.P. Lejaeghere

 

 

 

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...