Requiem

Een wreedaardige seriemoordenaar maakt de Nieuwe Wereld onveilig. Door zijn hand vallen regelmatig slachtoffers aan de rand van de zustersteden Tokio en Sanctuary. Yukiko Mitsokai heeft ook famileden verloren door deze moordenaar. Samen met Stephen March en een groep van vrienden zullen zij proberen om deze psychopaat te stoppen.

0Likes
0Comments
2344Views
AA

37. 37.


 

37

 

            Norino Vastai, Shi Udesama en Goro Fukamizu hadden afgesproken om na de werkuren eens gezellig te tafelen in een restaurant in de beurt van hun hoofdkwartier. Het was er niet duur, je mocht natuurlijk geen kristal en zilver verwachten, maar het eten was er goed en je kreeg meestal een ruimte portie. Norino Vastai had net zoals zijn adjuncten de visschotel gekozen. Die was licht verteerbaar en men serveerde er een heel goede betaalbare witte huiswijn bij. Norino had hen uitgenodigd en gezegd dat het zijn traktatie was. Even wat uitblazen, een paar uren weg uit de stress van het bureau en het whiteboard dat steeds maar met meer foto’s van slachtoffers werd opgevuld. Ze hadden bij verschillende slachtoffers teksten gevonden die verwezen naar het Requiem van Mozart. Het was de rode draad die de onfortuinlijke doden verbond in hun lot. De componist had het zeker niet zo bedoeld en zou zich in zijn graf omkeren moest hij dit weten.

            Ze waren alle drie nogal gespannen. Goro spartelde eerst wat tegen omdat hij zijn vrouw beloofd had om samen naar een bepaalde uitzending op TV te kijken, maar Norino had hem ten langen leste toch kunnen overtuigen. Shi leek ook blij dat zijn baas hem eens op een etentje uitnodigde. Hij verontschuldigde zich wel vijf maal omdat hij iets te laat op de afspraak was gearriveerd. Shi vond dit onvergefelijk van zichzelf, want een uitnodiging moest als een daad van respect behandeld worden. Een meerdere die verbroederde met zijn ondergeschikten was geen alledaags feit. Zeker niet bij de Veiligheidsdienst van de Nieuwe Wereld. Men was in het kader van hun beroep eerder wantrouwig tegenover sociaal contact met collega’s en men kreeg algauw vragen van de interne controledienst als men na de uren teveel met iemand op stap ging. Norino Vastai was van de oude stempel en vaagde al die vooroordelen aan zijn broek. Hij vond het juist gepast om te verbroederen met zijn mannen die elke dag hun hachje in de schaal wierpen om misdadigers op te sporen. Daarom maakte hij er ook geen punt van dat Shi iets later was. Hij had de tijd gevuld met wat lekkere sake en voelde zich wat los komen van alle beslommeringen van de laatste tijd. Misschien nog een glaasje en het kon nog een goede avond worden.

            ‘Wist je dat dit waarschijnlijk het enigste restaurant uit de beurt is waar nu eens géén kogelvis op het menu staat,’ stelde Norino vast. ‘Trouwens, met mijn hongerloon kan ik me dat gerecht maar een paar keer per jaar veroorloven. Maar ik beloof als we deze zaak tot een goed einde brengen dat deze lekkernij zeker op het menu zal staan.’

             Kogelvis wordt namelijk als een echte delicatesse aanzien in Japan. De vissen bevatten een gif, die de mens verlamt tot de dood erop volgt. Tetrodotoxine, het gif waarvan hier sprake is, is bekend als een verlammend neurotoxine. Japanse koks moeten hiervoor speciale lessen volgen en examens afleggen. Iedereen beseft natuurlijk dat de verwijdering van de ingewanden die het gif bevatten van primordiaal belang is, zeker als men de gastronoom in kwestie levend wil houden. Het gif van één kogelvis kan minimum dertig mensen doden en is dodelijker dan het pijlpuntvergif curare die de indianen toentertijd gebruikten. Toch gebeurt er af en toe eens een ongelukje en valt een toerist of zelf een Japanner neer die het niet meer kan navertellen hoe lekker kogelvis wel is. Het is tevens voor een Japanner ook een teken van grote moed om kogelvis te eten. You never know! En goedkoop is het dan ook weer niet. Nou, ja, je kan zowel duur betaald je einde tegemoet gaan! Norino Vastai glimlachte om zijn binnenpretje. Ja, de avond begon wat kleur te krijgen en zijn wangen nog meer terwijl hij aan zijn glaasje sake nipte.

            ‘Hoe is het met de vrouw, Goro, hopelijk zal ze mij het niet te kwalijk nemen dat ik je vanavond van haar weghoud.’ Goro toastte naar zijn chef. ‘Geen probleem, ik heb twee tickets voor het supermoderne bioscoopcomplex in Sanctuary op het hoofd kunnen tikken. Mijn vrouw zal er met haar vriendin een paar uurtjes kunnen genieten van een 3DV-film. Je weet wel, een film waar je virtueel in de film zelf alles meemaakt, tot de geuren en de gevoelswaarnemingen incluis. Ik vraag me soms af wat ze nog meer gaan uitvinden? De prijs van de bioscoopkaartjes zijn er natuurlijk wel naar, maar mijn vrouwtje is het dubbel en dik waard.’

            Shi lachte, ‘Goro, je kan het gewoon niet laten en je weet het. Je vrouwtje draait je rond je vinger en je vindt het nog leuk ook. Maar als jij er gelukkig mee bent, waarom zouden wij er iets op tegen hebben.’ Shi nipte nauwelijks van zijn sake. Hij dronk wel alcohol, maar probeerde dit tot een minimum te beperken. Hij wist dat dit de concentratie beperkte of op zijn minst die in de war stuurde.          

            ‘Ik heb ook nog een mededeling te doen,’ straalde Goro.

            Hoofdinspecteur Norino Vastai had bij Goro in de laatste maand iets van verandering gezien. Iets in de gedragingen van Goro was gewijzigd en Norino had daarover zijn eigen ideetje. Hij wachtte echter tot Goro klaar was om het zelf te vertellen. Het was er eigenlijk wel de gelegenheid voor. Even rustig te samen met de werkmakkers, een lekker sfeertje en zachte muziek.

            Toen brak Goro’s gezicht open in een brede lach, net als een zon door het wolkendek brak. ‘Mijn vrouw is drie maand zwanger, Ik word straks vader! We zijn enorm gelukkig. Het was niet evident om…die beslissing te nemen.’ Norino en Shi wisten wat hij bedoelde. Hun vak en ouderschap waren nu niet direct compatibele zaken. Maar zowel Shi als Norino beseften als het ‘iemand’ zou lukken om zijn politietaak met het ouderschap te kunnen combineren, Goro de beste kansen had.

            ‘Daarop moeten we toastten,’ zei een al door de sake benevelde Norino met luide stem. ‘Kanpai, santé, op de geboorte van je kind, Goro, dat hij of zij een lang en gezond leven mag weggelegd zijn.

            Goro voelde zich als een koning.

            Shi zat er echter wat bedremmeld bij.

            Goro had dit opgemerkt. ‘Niet wanhopen Shi, je bent nog jong en ik heb ook maar op oudere leeftijd mijn vrouw leren kennen. Er zit zeker ook wel ergens een lieve jongedame op je te wachten.’

            Shi knikte instemmend en toastte nu ook met Goro.

            Zo gebeurde het dat die avond een aantal van de beste leden van de Veiligheidsdienst bij het sluitingsuur van het restaurant hoog boven hun theewater waren en een taxibot moesten bestellen om hen veilig thuis te brengen. Ze hadden zich vermaakt en even de stress kunnen opzij zetten. Zo’n momenten in het leven van leden van de Veiligheidsdienst waren zo zeldzaam dat men ze moest koesteren als zeldzame juweeltjes.

            Jammer van mijn houten kop morgenochtend, dacht Norino toen hij zich in zijn bed plofte.

 

……..

 

            Stephen was met gemengde gevoelens vertrokken. Het was met pijn in het hart dat hij Yukiko achterliet. Hij was verwonderd en ook wat overdonderd door de gevoelens die de laatste tijd op hem waren afgestormd. Eerst de gewelddadige dood van zijn halfzus Suzy en nu Yu die zijn hart had gestolen. Het klikte gewoon, ze deed hem denken aan Suzy, maar dan meer qua uiterlijk. Haar karakter was heel anders, ze was een echte vechter. Letterlijk en figuurlijk. Misschien was het daardoor dat hij de taxichauffeur die hem naar de luchthaven moest brengen, weinig aandacht had geschonken. Hij had zonder nadenken vlug zijn bestemming doorgegeven aan de bestuurder en zijn creditcard in de daartoe bestemde lezer gestoken. Pas nadat ze op weg waren en hij zag dat de chauffeur niet de stadsring nam, maar dieper de stad inreed, bemerkte hij het litteken in de nek van de man. Toen was het al te laat want de man spoot iets in zijn gezicht en het licht ging uit!

            Michael draaide zich weer naar de console en glimlachte. Hij zou Stephen March beetje per beetje laten sterven. De Witte Engel had niet gezegd ‘hoe’ Stephen March moest verdwijnen. Het stond hem vrij de middelen naar eigen keuze te gebruiken als het doel maar bereikt werd. Michael verheugde zich reeds in het vooruitzicht van de volgende dagen.

            Hij keek nog even achterom. Die zou het eerste uur niet meer bijkomen en ondertussen zou hij in verzekerde bewaring gesteld worden. Jammer dat hij zijn hoofdkwartier naar een huis in de binnenstad had moeten verplaatsen. Het was er minder veilig, maar hij had jaren geleden al voorbereid geweest op zo’n beslissing. Hij had met alles rekening gehouden. Naast zijn appartement waar hij zijn publiekelijk leven leidde, had hij nog een huis met een grote kelder op een andere naam. Een valse identiteit creëren was voor hem een akkefietje. Hij had de nodige contacten in de onderwereld. Niemand uit zijn omgeving en zijn kennissenkring  wist dit. Simpelweg omdat hij hen dit nooit verteld had en omdat hij af en toe al eens een van zijn slachtoffers naar deze plaats had moeten brengen. Een geval van overmacht, zoals dit er nu ook een was. Een ruime kelder waar de muren en deur gecapitonneerd waren. Het zou de kreten van Stephen March in alle intimiteit binnenshuis houden. Toch was het altijd mogelijk dat men bij een minutieus onderzoek op zijn schuilplaats zou stuiten, alhoewel de kans betrekkelijk klein was. Hij had zelfs nog één grote verrassing in gedachten voor de ontvoerde man. Zou hij het Stephen vertellen vooraleer hij hem doodde? Misschien!

 

……..

 

            Het zweet liep me over het voorhoofd. Ik had dan weliswaar geen groene vingers maar ik had wel handen die ik uit de mouwen kon steken. De hoeveelste kruiwagen ik al uit de serre had gevoerd en op de composthoop had uit gekieperd, wist ik niet. Het moesten er al vele zijn. Mijn spieren deden pijn en mijn rug roerde zich ook al. Niet gewoon om te werken meisje, dacht ik bij mezelf. Je bent echt een watje, dacht ik ook nog!

            Eigenlijk voelde ik me al bij al goed. Het was een fijne gewaarwording iets te doen. Iets men mijn eigen handen te verwezenlijken. Misschien was het daarbij ook een symbolische daad. Ik maakte schoon schip in mijn hoofd en in de serre. Men zou me voor gek verklaren als ik mijn gevoelens zou uitspreken, maar ik voelde dat mijn ouders meekeken. Ze zouden het welletjes gevonden hebben dat ik zolang hun planten en bloemen waar zij zoveel tijd hadden ingestoken, had laten verkommeren. Ik had mij schuldig gevoeld, maar vandaag was het een soort verlossing en daarom wierp ik mij er voor honderd procent tegenaan. Al deed het pijn, het voelde verschrikkelijk goed!

            Mijn gedachten sprongen heen en weer tussen herinneringen aan mijn ouders en mijn recentere belevenissen met Stephen. Zou hij slagen in hetgeen hij van plan was? Een diplomaat had vele connecties en kon aan vele touwtjes trekken. Relaties die hij gedurende zijn loopbaan had opgebouwd en mensen die hem iets schuldig waren. Maar in een potje roeren die al van op een afstand stonk, was uitermate gevaarlijk. Het was voldoende om één iemand wakker te maken die aan de verkeerde kant stond en het zou voor Stephen verkeerd kunnen aflopen. Neen, geen negatieve gedachtes, Stephen zou de taak klaren als het enigszins mogelijk was. Ik had het volste vertrouwen in hem.

            Van de serre zou ik terug iets maken waar mijn ouders trots op zouden zijn. Eerst wilde ik beginnen met een deftige schoonmaak en dan zorgen voor nieuwe plantaarde en de nodige meststoffen. Mijn vader had ook een soort logboek waarin hij vele zaken in neerschreef. Handige tips voor het kweken van die of die bloem. Ik moest dat boek vinden! Het zou mijn handleiding zijn om er weer iets moois van te maken en het te doen op de manier zoals het voorheen gebeurde door de handen van mijn vader.

            Zou ik Stephen vanavond opbellen? Het was een non-stopvlucht en duurde ongeveer dertien uur. Normaal gezien was hij nog voor de middag vertrokken, dus zou nog voor middernacht in New York zijn. Hij zou wel moe zijn, misschien wat jetlag, misschien was het beter dat ik wachtte tot hij uitgerust was. Hij zou eerst wat contacten in New York aanspreken over die senatorhistorie en proberen uit te vissen over wie die Jack Sterlington het had. Dan zou hij naar Detroit reizen en kijken of hij met zijn referenties aan het kluisje van Jack kon geraken. Hoe hij dat zou klaarspelen was voor mij ook een raadsel?

            Mijn eerste taak na het uitmesten van de serre zouden de ramen zijn. Mijn vader had mij ooit verteld dat de ramen zuiver moesten zijn en vrij van schimmels. Daarvoor had hij een middel dat verneveld werd zowel buiten als binnen op het glas van de serre. Dat moest dan een aantal dagen intrekken. Omdat dit product nogal agressief was als reinigingsmiddel, gebruikte het men best als  de serre leeg was. Het kon dus geen beter moment zijn om dit nu te doen. Op de bijsluiter las ik trouwens dat het tevens de schimmels doodde die in alle hoekjes en kantjes tijdens het jaar waren gevormd. Ik veronderstelde dat gezien mijn inactiviteit in deze branche dit wel nodig zou zijn!

            Vader Arturo had verteld dat er drie belangrijke punten waren die men goed in het oog moest houden in een serre. Eerst en vooral de ph-waarde van de grond, het humusgehalte en de bijmesting. Dat zat er nog wel ingebakken maar de juiste getallen en de verhoudingen zou ik toch maar best even opzoeken en zelf misschien wat raad vragen in de winkels waar ik deze benodigdheden zou kopen. Misschien lagen er nog restjes in het bijgebouwtje en kon ik de merken opschrijven. Ik besefte dat ik, niettegenstaande een grote bewonderaar was van de creaties op dit gebied, daar zelf niet veel kaas van had gegeten. Maar het zou me wel lukken, mijn vader had ook ooit alles moeten leren. Voor alles is een begin.

            Na een tijdje kon ik wel een pauze gebruiken en besloot om wat te verpozen met een kopje thee. De jasmijnthee van mijn moeder stond nog altijd op zijn vaste plaats. Ik besefte dat ik bezig was met mijn eigen soort ceremonieën, oude gebruiken die ik me eigen maakte. Ik liep letterlijk en figuurlijk in de voetsporen van mijn ouders. Na een tijdje geurde het naar jasmijn in de keuken en ik dacht automatisch aan mijn moeder. Sachiko Matai was een zachte en opgewekte vrouw geweest. “Sachiko” wat trouwens geluk of gezegend kind betekende was een gepaste naam voor mijn ma. Ik had haar nooit haar stem horen verheffen en ze hield verschrikkelijk veel van mijn vader. Ik miste haar, het was een stuk die men uit mijn leven had gerukt en die nooit meer ingevuld zou raken.

            In de keuken had zij altijd haar stempel gedrukt. Sachiko was een goede kokkin en had gedurende haar vele levensjaren zich daarin beetje per beetje nog meer bekwaamd. Ik herinnerde me de vele uitzonderlijke gerechten die zij hier had klaargemaakt. Japanners probeerden van ieder eetmaal iets speciaals te maken en ook aan te passen aan het seizoen. Dit wortelde in hun bijzondere band met de natuur en de seizoenswisselingen. Naast de typische gerechten als sushi, had ik hier ook sashimi gegeten met de verste en fijnste vis en schelpdieren. Ook langoest en Sint-Jakobsvruchten gegrild in de schil van cederappel stonden op Sachiko’s lijstje van geliefde gerechten. Mijn favoriet was een flan van lauwe oesters met King Crab en heerlijk ruikende paddenstoelen. Mijn vader had het nogal voor de ingewanden van de pijlinktvis die zij af en toe klaarmaakte maar dat gerecht kon mij minder bekoren. Het is nu eenmaal zo, dat over smaken en kleuren je moeilijk kan discussiëren. ‘De gustibus et coloribus non est disputandum’. Het was een Latijnse spreuk die ik ooit eens had gelezen en die hier meer dan anders waarheid bevatte.

            Mijn moeder had een keuken waar men zoveel dingen terugvond die men gebruikte in de Japanse kookkunst. De Japanse gekookte rijst, de gohan of de meshi die de geest van Japan vertegenwoordigde, mocht natuurlijk niet ontbreken in de landelijke keuken, maar ook sojasaus en mirin, een soort sake maar minder sterk van alcohol was van de partij. Wasabi, de Japanse specerij die wat op mierikswortel lijkt en tofu en nori respectievelijk gemaakt van sojabonen en vellen zeewier kon je hier ook terugvinden. De gari, een soort ingemaakte gember moest men in de gerechten met mate gebruiken, gezien de sterke smaak. Dit had ik allemaal geleerd van mijn ma.  Soms mocht ik mijn moeder helpen maar meestal was het haar privédomein waar ze met zachte hand de plak zwaaide en me met vriendelijke maar onverbiddelijke gebaren de keuken uit weerde. Ik was nu eenmaal geen kokkin zoals Sachiko ooit was geweest, maar ik nam me voor om op zijn minst eens een van haar gerechten proberen te maken voor Stephen. Er was nog zoveel dat ik hem te vertellen had, zoveel dat ik met hem wou delen.

            Het was vreemd maar steeds kwam ik weer uit bij Stephen. Misschien zou ik even stout zijn en Gekko laten kijken via de satelliet waar Stephen zich juist bevond. Neen, dat zou hij absoluut niet kunnen waarderen. Trouwens waarom deden we nu al die moeite? Het was om die verregaande inbreuk op de privacy tegen te gaan. George Orwell met zijn boek ‘1984’ uit de 20e eeuw was een visionair geweest. Hij had niet kunnen vermoeden dat nu we nu in 2112, meer dan een eeuw later op een punt stonden die zijn visie ruim zou overschrijden. Deze keer was het geen fictie.

            Mijn pauze zat er bijna op. Ik had me zelf een uurtje gegeven om wat te bekomen en weer met nieuwe moed aan te vallen op de serre. Ik dronk het laatste slokje jasmijnthee op en trok weer naar buiten met vernieuwde moed. Gesterkt door de kracht van het verleden en de positieve gedachten die door mijn hoofd vloeiden, ging ik er weer tegenaan. Ik zou niet alleen hun respect verdienen maar ze zouden ook trots op me zijn als ik hier gedaan had wat ik van plan was!

 

Copyright Rudi J.P. Lejaeghere

 

 

 

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...