Requiem

Een wreedaardige seriemoordenaar maakt de Nieuwe Wereld onveilig. Door zijn hand vallen regelmatig slachtoffers aan de rand van de zustersteden Tokio en Sanctuary. Yukiko Mitsokai heeft ook famileden verloren door deze moordenaar. Samen met Stephen March en een groep van vrienden zullen zij proberen om deze psychopaat te stoppen.

0Likes
0Comments
2465Views
AA

26. 26.

 

26

 

 

 

            Jack Sterlington stond er nu alleen voor. Op vijandelijk grondgebied waar het gevaar ieder moment onverwachts toe kon slaan kon dit zowel een voordeel als een nadeel zijn. Iemand die je rug dekte was soms onontbeerlijk, maar anderzijds kon deze zich in de vuurlinie bevinden of je positie onbewust verraden. Het was een mes dat aan beide kanten sneed.

            Hij had op het afgesproken punt de goed verscholen kist met klederen en documenten gevonden en zich omgekleed. Bij de papieren bevond zich een visum voor een periode van een maand en verschillende pasjes om zich toegang te kunnen verschaffen in een aantal beveiligde overheidsgebouwen, waar hij anders persona non grata zou zijn.

            Zijn identiteitspapieren spraken op Josh Graham en daarop stond dat hij een zakenman op reis was en bij deze trip in deze wereld het aangename aan het nuttige paarde. Josh zou direct een aantal bezienswaardigheden uit de Nieuwe Wereld kunnen opsommen als men hem zou aanhouden en ondervragen. Hij had zijn tijd tijdens de vlucht goed besteed om deze en andere achtergrondgegevens van buiten te leren. Men had hem een hotelkamer geboekt in het Oji waar Stephen March logeerde. Dat kon altijd handig zijn om je mogelijke vijanden dicht bij je te hebben, zonder dat ze zich daarvan bewust waren. Hij had zelfs een geldig afgestempeld vliegtuigticket, moest men bij een toevallige controle hem erop aanspreken. Men moest in zijn beroep aan alles te denken. De documenten van zijn compagnons vernietigde hij, een standaardprocedure bij het wegvallen van een lid van het aanvalsteam. Jack Sterlington, nu Josh Graham dacht nog even aan zijn vriend Clint en hoopte dat men hem op tijd had kunnen redden. Naast zijn eigen identiteitspapieren had hij nog een lijst van adressen meegekregen. Een shortlist van bedrijven die transporten verzorgden voor allerlei goederen van de Nieuwe naar de Oude Wereld en omgekeerd. Josh Graham was vertegenwoordiger van een transportbedrijf in New York dat research deed naar nieuwe contacten. Een perfecte dekmantel!

            Het was niet de eerste keer dat hij in een undercoveroperatie zat. Soms waren de omstandigheden heel wat minder luxueuzer dan deze opdracht. Soms moest hij zich behelpen met wat hij ter plaatste vond in de natuur, met de weinige mogelijkheden die hem ter beschikking stonden. Soms werd hij op pad gezet om een lastige dictator te doen verdwijnen of een rebellenleider die niet in het plaatje van de plannen van zijn opdrachtgever paste. Hier in stad was het een andere soort strijd.

             De mogelijkheden om aan gegevens te geraken om zich bij een confrontatie met Veiligheidsdiensten of de politie te legitimeren waren onbeperkt. Maar toch was het heel wat gevaarlijker vandaag de dag. Met al de vaste en mobiele spionageapparatuur die in de steden hing of rondvloog was niemand meer anoniem. Onder zijn trui met rolkraag droeg hij een brede halsband waarin metalen draadjes waren vervlecht, een soort rooster die dienst deed als stoorder voor het scannen van zijn persoonlijke chip. Het was geen honderd procent veilige oplossing, maar McFinster had hem verzekerd dat men al heel wat fijne apparatuur in de strijd zou moeten gooien om hem in een korte periode op het spoor te komen. Jack had echter niet veel tijd nodig om in geval van nood te verdwijnen. De mogelijkheden of de beperkingen van de kraag zouden volstaan om te voldoen aan de eisen van zijn job die hij hier moest klaren. De halsband zou hem alleszins in staat stellen om Michael te kunnen benaderen zonder dat die Jack kon spotten op zijn gps-toestel.

            Jack had de marker op eenzelfde toestel gevolgd die aangaf waar Michael zich bevond. Hij was langzaam maar zeker zijn doel aan het naderen. Michael was geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Jack kende tot in de puntjes zijn achtergrond. Hij had verschillende keren zijn dossier gelezen en had hem als het ware zelf gerekruteerd, als was het dan in opdracht van de senator. Als beoefenaar van Kenjutsu was Michael een tegenstrever om mee rekening te houden. Zonder stoot of slag zou hij hem waarschijnlijk niet meekrijgen. Dat had hij beseft vanaf het moment dat hij de opdracht aanvaardde. Hijzelf beheerste heel wat gevechtstechnieken en kon daarin als een van de beste zijn mannetje staan. Het zwaard, de Nihonto namelijk, was voor hem echter een factor die een gevaar inhield. Jack had wel de beginselen van het schermen onder de knie, maar weerwerk bieden aan een Kenjutsu-beoefenaar met veel praktijkervaring zou hij op zijn minst als riskant bestempelen om niet het woord levensbedreigend te moeten gebruiken. Hij hoopte dat deze opdracht niet buiten zijn mogelijkheden zou liggen. Deze gedachten schoten hem even door zijn hoofd, maar hij bleef er niet lang bij stilstaan. Twijfel zou hem enkel hinderen in de uitoefening van zijn missie.

            De marker op zijn GPS dirigeerde hem niet naar de stad, wat hem enigszins verwonderde. Via een omweg, omdat hij niet direct door de omheining rond de Catacomben heen kon, werd hij naar een opening geleid in deze prikkeldraadomheining. Voor alle zekerheid injecteerde hij zich met een straling werend middel en nam nog een dosis medicijnen. Voor hij vertrok had de medische dienst hem de nodige antistoffen toegediend, maar hij voelde zich met deze extra dosis op die manier safer. Hij was tot veel bereid en een goed soldaat, maar zonder degelijke voorzorgen zijn gezondheid of zelf zijn leven in gevaar brengen, het mocht dan nog voor gelijk welk een doel of persoon zijn, volgens zijn persoonlijke maatstaven was dat een brug te ver.

            Michael had dus een schuilplaats in de Catacomben! Dat had hij noch zijn team verwacht. Hieruit bleek nog maar eens dat er iets niet in de haak was met de chip bij Michael. Ofwel hadden ze het psychotisch gedrag van deze persoon volledig onderschat. Misschien was de chip wel oké maar waren het de hersenen van Michael die de chip om de tuin leidde. Dit was echter een probleem voor de wetenschappers. Jack was geen wetenschapper, maar hij was wel vertrouwd met de berichten die zowel de Nieuwe Wereld als de Oude Wereld hadden bereikt over de Kannibalen. Hij controleerde voor alle zekerheid nog even gans zijn wapenarsenaal. Indien nodig zou hij zijn huid, al smaakte die nog zo goed, duur verkopen. Hij hoopte enkel dat dit niet nodig zou blijken.

 

……..

 

            Gekko had ons via onze mobieltjes opgeroepen. Hij had niet veel willen loslaten, maar uit zijn gelaatsuitdrukking kon ik uitmaken dat hij op zijn minst nieuwe informatie had. We waren tegelijk verrast en gerustgesteld om Stephen te zien toen we bij Gekko binnenkwamen.

            Hij vertelde ons zijn wedervaren over zijn begeleid bezoek aan de Veiligheidsdienst. Stephen verdedigde zijn standpunt waarom hij de stick aan hen had overgedragen. ‘Ik wist dat Gekko een kopie had. Het zou trouwens wantrouwen gewekt hebben als ik geen plausibele verklaring had voor de wisseltruc in de bank en op die manier zijn ze een tijdje zoet.’

            ‘En Gekko,’ ik was nieuwsgierig, ‘heb je nieuwe informatie over de stick of heb je betere beelden van onze moorddadige stalker.’

            Gekko grinnikte. ‘Jullie zijn veel te nieuwsgierig. Alles op zijn tijd.’ Hij downloadde iets op zijn scherm. Ik zag een groene balk die in procenten aangaf hoever de info die hij voor ons had opgeladen was. Uiteindelijk toen de honderd procent bereikt waren draaide hij zijn rolstoel naar ons toe. ‘Ik heb verschillende filters gebruikt op de camerabeelden uit de omgeving van het Oji en om deze beelden zo scherp mogelijk te krijgen. Eerst had ik noppes succes…en dat enerveerde mij enorm!’

            Ik kende Gekko al een tijdje en als iets hem zenuwachtig maakte, was dit enkel en alleen maar een stimulans om nog verder te gaan, nog dieper op de zaak in te zoomen en dat had hij zowel letterlijk als figuurlijk gedaan.

            ‘Rechtover het Oji heb je een aantal winkeltjes en ook een theehuisje. Ik heb via de beelden die ik van Eagle Eye’s oogmobieltje had gekopieerd en een paar aardige programma’s die gespecialiseerd zijn in gezichtsherkenning proberen te zoeken naar onze man…en ja hoor, ik heb hem ook gevonden.’

Iedereen was verrast en blij en hing aan zijn lippen om te weten en te zien wat te weten was gekomen.

             ‘Blijkbaar weten we nu ook dat hij een fervente theedrinker is. We kennen zelfs zijn favoriete thee namelijk gyokuro, een duurdere theesoort. Mijnheer kijkt duidelijk niet op een centje. Dat is weer een kenmerk van onze moordenaar dat we kunnen gebruiken.’

            We keken naar een uitvergroot beeld van de man die we nu al een aantal keer van de achterzijde hadden gezien. Het beeld was korrelachtig maar nu zagen we hem iets meer lateraal. Door de planten die voor hem stonden was het beeld nog te onduidelijk en kon men geen extra kenmerken aan de man ontdekken. Misschien een oor die wat beter zichtbaarder was maar zijn gezicht en identiteit was voor ons nog altijd een groot vraagteken.’

            Ik voelde de moed in mijn schoenen zinken.’ Gekko, akkoord, aardig gedaan, maar eerlijk gezegd, het helpt ons toch niet veel verder?’

            ‘O ja?’ was zijn reactie.’ Als jullie nu eens informeerden bij de eigenaar van het theehuis, ik kan jullie eventueel wel een fake legitimatiebewijs afdrukken van de Veiligheidsdienst die de eigenaar direct zal overtuigen om gewillig wat inlichtingen te geven over een klant die daar een lange tijd thee heeft zitten drinken. Zo iemand moet je toch herinneren. Ik heb ondertussen enige papieren uitgedrukt op naam van Ji en Eagle Eye, die kunnen morgen de eigenaar van het theehuisje aan de tand voelen. Jullie gezichten zijn bekend, waarmee ik Yu en Stephen bedoel. Ze waren al op het nieuws en misschien zou iemand uit het theehuis jullie kunnen herkennen en onze plannetjes in de war schoppen. De Veiligheidsdienst moet niet te weten komen dat jullie daar rondneuzen.’

            Ik had het op die manier nog niet bezien, maar ik was zo wanhopig en had verwacht dat nu de oplossing voor één enkele maal recht in onze schoot zou vallen. Het was blijkbaar teveel gevraagd, besefte ik. Maar moeilijk ging ook!

            ‘Mag ik ook nog iets zeggen?’ vroeg Stephen. ‘Ik heb jullie nog niet alles verteld over mijn bezoek aan de hoofdinspecteur Norino Vastai.’ Hij vertelde van het briefje dat de heer Daiki Ayumu in zijn hand had gehad en over de tekst met de dubieuze verwijzing naar het ongeluk of aanslag op zijn vader en stiefmoeder.

            ‘Terwijl de hoofdinspecteur mij de tekst toonde, kreeg ik een ideetje die ik na mijn bezoek aan hem in de praktijk heb gebracht…en met succes. Maar de oplossing is iets heel vreemds en ik denk dat ik jullie kennis van het terrein nodig zal hebben om dit raadsel op te lossen.’

             Hij schreef de tekst waarover hij het had op zijn touchpad en gaf hem door aan iedereen van het gezelschap. ‘Je weet dat ik via het spel Passage 6 voor een deur kwam te staan en dat ik door een anagram van Furious de toegang kreeg en daardoor via de virtuele Suzy de nodige informatie over het LCR ontdekte. Die info leidde me dan op zijn beurt weer naar de bank waar ik die vermaledijde stick heb gevonden.’ Stephen pauzeerde even, wat de spanning nog wat opdreef.

             Als hij nog een seconde langer had gewacht was ik waarschijnlijk ontploft.

             ‘De letters, of hier in dit geval de hoofdletters “WAS O MA” kan je natuurlijk op een groot aantal manieren schrijven. Ik vermoed dat Norino mij aan het testen was en wellicht de oplossing wist, maar echt ik moest hem op dat moment, gewild of niet, de uitleg schuldig blijven.’

            Ik stak mijn vinger op zoals een ijverige leerling op een schoolbank. ‘Zes faculteit dat is 720 mogelijkheden, daar blijf je wel een tijdje zoet mee al je dat in een game moet proberen.’

            Gekko knikte ontkennend. ‘Je vergeet Yu dat de letter A twee keer voorkomt. Dat maakt dat er een stuk minder mogelijkheden zijn, namelijk 360.’

            Stephen grinnikte even. ‘Dat wist ik zelf niet, maar blijkbaar had Suzy voorzien dat ik nu eenmaal geen wiskundig brein was. Om het kort uit te leggen, heb ik gewoon het spel verder gespeeld. Ik ben vanaf het gesavede spel de eerste deur niet binnengegaan en nog wat verder gespeeld. Ik kan je verzekeren dat in de huidige omstandigheden zo’n spel spelen niet aan te raden is.’ Stephen veegde werktuigelijk over zijn voorhoofd.

            Hij was duidelijk nog gestrest. ‘Mijn zenuwen stonden, staan nog altijd op het knappen en dan moet je je proberen te concentreren op enerzijds de nodige monsters neer te leggen vooraleer je weer van vooraf aan moet beginnen en anderzijds was ik in mijn hoofd de mogelijkheden van de letters door elkaar aan het husselen. Dan kom je na veel nagelbijten en spelen bij een console waar je, raar maar waar, zes letters kan ingeven. Hoe toevallig hé? Dus heb ik gewoon in willekeurige volgorde die bewuste zes letters ingegeven en het spel heeft mij dan weer een persoonlijke vraag gesteld over Suzy en mezelf en toen kreeg ik het volgende als resultaat op de console te zien:

 

Deeplands

Iro Masowa

37° 55′ 0″ N, 139° 3′ 0″ E

 

            Gekko was al druk aan het zoeken en het duurde maar een aantal tellen vooraleer hij een antwoord voor ons had. ‘Niigati, dat zijn de coördinaten van wat vroeger Niigati was. Het ligt aan de grens van de Deeplands juist voor de Catacomben en is min of meer bij de fall-outzone gerekend. Ik probeer mijn databanken even op de naam Iro Masowa te laten zoeken…’. Hij toverde weer met zijn handen en zelfs Stephen was gebiologeerd door de meesterlijke bewegingen van Gerekko Dai. De gevechtstechniek van ons technologisch wonderkind. Ik zag Gekko zijn wenkbrauwen fronsen en even van neen knikken.

            ‘Gekko, geen goed nieuws of toch?’ vroeg ik, terwijl Ji op het puntje van zijn zetel zat. Eagle Eye keek met gefronste wenkbrauwen naar de naam Iro Masowa op het touchpad en luisterde maar met een half oor naar de uitleg van Gekko.

            ‘Iro Masowa is geen naam die ik terug vind in de bevolkingsregisters….maar ik heb hier wel een verwijzing naar een persartikel, vreemd...Men maakt hier melding van raids van de Kannibalen en van een plaats waar men in een rots een aantal tekeningen had aangetroffen. Men kon met wat verbeelding uit de letters die eronder stonden MASOWA vormen. Is dit nu toeval of niet?’

            Ji Lang was blijkbaar aan de beurt om een inbreng te geven. ‘Ik heb van die rots gehoord. Er doen de gekste verhalen de ronde, ook in de Swift.’

             Eagle Eye knikte als bevestiging op Ji’s woorden.

             Ji wist nog meer. ‘Men zegt dat de tekening een wezen voorstelt die veel weg heeft van een beer, anderen zeggen dat het meer lijkt op een harige reuzenaap, daar zijn de meningen nogal verdeeld over. Maar wat nogal overeenkomt is dat iedereen zegt dat de tekening Masowa voorstelt, leider van de Kannibalen. Niemand heeft hem ooit gezien en diegenen die hem gaan zoeken zijn, kunnen het niet meer navertellen.’

            Ik zat met mijn handen in mijn haar. Wat had Iro Masowa te maken met onze moordenaar? Was het mogelijk om op een of andere manier met hem in contact te komen? Ik stelde die vragen ook hardop aan iedereen.

            Eagle Eye lachte even zijn bekende aanstekelijke lach, maar er klonk iets droevigs in zijn stem die ik niet kon verenigen met die lach. ‘Ik denk dat zoals in alle verhalen die mondeling doorverteld worden, ook in mijn thuisland in Afrika, men soms nogal de neiging heeft om iets aan te dikken en op de dramatische toer te gaan. Volgens mij gaat het hier om een grote kerel die nogal behaard zal blijken te zijn, maar ja, ik ben nu ook niet van de kleinste, heb misschien wat minder haar, dus ik zou er mij niet al te veel zorgen over maken.’ Hij pauzeerde even terwijl hij aarzelend over zijn kale knikker wreef. ‘Ik heb wel een ander verhaal gehoord en ik mag zeggen uit goede bron.’

            We waren een en al oor naar datgene wat Eagle Eye ons te vertellen had. Eagle Eye had ook dat mysterieuze over hem, iets wat je niet kon beschrijven maar wel voelde, een soort magnetisme die onbewust je aandacht trok. Het zorgde ervoor als hij iets vertelde dat men van het eerste moment aan zijn lippen gekluisterd was.

            ‘Ooit was Iro Masowa een inwoner van Sanctuary, weliswaar onder een andere naam,’ vervolgde hij. ‘De vrouw van… laten we hem voor het gemak maar Masowa noemen, was op zekere avond toen ze van haar werk naar huis ging, het slachtoffer geworden van een van de raids van de Kannibalen. Masowa zwoer wraak, nam op zekere dag een rugzak, stopte hem voor een deel vol met medicijnen tegen de straling en voor het andere deel, het overgrote deel…met C-4. Zoals jullie waarschijnlijk wel weten is dat een kneedbare springstof. Een heel stabiele springstof echter omdat er geen onstabiele bestanddelen zoals bijvoorbeeld nitroglycerine in zit. Volgens het verhaal zou hij de Catacomben binnen zijn gegaan en daar een slagveld hebben aangelegd die het aantal van de Kannibalen heel wat uitdunde. Uiteindelijk werd hij door de Kannibalen als een soort God of Tovenaar aanzien. Blijkbaar zou hij nu zelf een van de leiders zijn, misschien wel ‘DE’ leider van de Kannibalen. Vraag me niet waarom, dat vertelt mijn verhaal niet. Maar ja, zoals ik al zei, kleine verhalen kunnen zichzelf in over de tijd ontpoppen als heldenepossen.’

            Ik keek naar Eagle Eye. Blijkbaar wist hij nog wel meer van die Masowa. Ik zag het aan zijn goede oog want nu lachte hij niet meer. ‘Je kent hem, is het niet, Jérome,’ vroeg ik hem op de man af.

            Eagle Eye wreef met zijn hand over zijn kale kop en zuchtte. ‘Ja, ik heb hem wel eens tegen het lijf gelopen…en het overleefd. Maar dat betekent niet dat ik daar een tweede keer in slaag.’ Meer wou hij er op dit moment blijkbaar niet over kwijt.

            Ik wist dat het voor iedereen van ons een dodelijk avontuur kon zijn om de Deeplands, laat staan de Catacomben te betreden. Dit was geen game zoals Stephen speelde en waar men indien men gedood werd een gesavede game kon laden om vanaf dat punt weer verder naar de oplossing te zoeken. Daar bloedde je echt en een beet van een Kannibaal kon het einde van je leven betekenen. Daar was dood gewoon dood. En toch vertelde mijn voorgevoel, mijn zesde zintuig als het ware dat er bij Iro Masowa antwoorden lagen over onze moordenaar. De eerste moorden werden allemaal gepleegd in de nabijheid van de Catacomben. Misschien dat Iro Masowa daarom meer wist, dat hij meer gezien had dan de Veiligheidsdienst of wij met ons groepje tot nu toe.

             Maar wie zou zo’n avontuur durven aangaan met de inzet van zijn leven, zoeken naar de reden van al dat geweld van de laatste tijd, zoeken naar de man die al zoveel slachtoffers had gemaakt onder de Akai. Toen ik de vraag op tafel gooide was Gekko de eerste die reageerde.

            ‘Niet allemaal Akai, Yu! Neen hoor. De adjunct van hoofdinspecteur Norino Vastai heeft een aantal interessante zoekopdrachten op hun databanken losgelaten. Ik had de laatste keer dat ik hun databanken nazocht in hun systeem een verklikkertje geplaatst, je weet wel, als een bepaald woord in een tekst veel voorkomt dat mijn verklikkertje daarop reageert en de tekst kopieert naar mijn bestanden. Natuurlijk zonder dat zij daar weet van hebben. Die adjunct-inspecteur Goro Fukamizu is een slimme vogel, misschien heeft hij hier het begin van een totaal andere piste blootgelegd. Het blijkt namelijk dat niet alle moorden gepleegd zijn op Akai. Dus dit is geen vendetta tegen de Akai alleen. Ik denk dat we dit heel wat ruimer moeten zien.’

            Dat was inderdaad iets nieuws. We waren allemaal verrast en niet het minst ikzelf. Ik had met de moord op mijn ouders en die op Suzy Chang en de vrienden van Ji en Eagle Eye het voor vanzelfsprekend genomen dat ze allemaal onder dezelfde noemer konden geplaatst worden.

            ‘Ik vind het ook vreemd,’ voegde Stephen eraan toe, ‘ dat men het autobot-ongeluk van mijn vader en stiefmoeder ook als moord catalogeert en de hoofdinspecteur het briefje probeerde in verband te brengen met die andere moorden. Was het daarom dat Suzy vermoord is? Wellicht heeft Gekko gelijk en zit er achter de persoon van de moordenaar een of andere organisatie. Wat hebben de slachtoffers gemeen? Gekko, dat is een kolfje naar je hand. Als je nu van ieder slachtoffer zijn laatste jaren screent en vergelijkt, wat denk je, kan er daar iets uitgefilterd worden, een gemeenschappelijke noemer of kenmerk?’

            Terwijl Stephen nog aan het spreken was, tikte Gekko als een bezetene een paar opdrachten in op zijn hightech computersysteem. ‘We zullen nu wel een beetje geduld moeten hebben. Ik mag de zaken ook niet overhaasten anders zouden mijn computerbezoekjes bij de Veiligheidsdienst kunnen opgemerkt worden. Ik werk telkens maar een kwartier en log weer uit maar ik veronderstel dat ik jullie morgen wel iets meer kan vertellen en of het idee van Stephen een stap in de goede richting is geweest. Ondertussen kunnen Eagle Eye en Ji proberen iets te weten te komen van de eigenaar of bedienden van het theehuisje.’

            We namen afscheid, terug met wat nieuwe moed en spraken af om ’s anderendaags tegen de middag bij Gekko terug te vergaderen. Stephen zag er vermoeid uit. Ik wist wat hij doormaakte. Ik had het zelf allemaal beleefd. Nu hij nog eens begon te twijfelen over de omstandigheden van het ongeluk van zijn ouders moest hem dat extra zwaar vallen.

            Toen we buitenkwamen en afscheid hadden genomen van Ji en Eagle Eye legde ik even mijn hand op Stephens arm.’ Alles goed, Stephen, je kan altijd bij mij in de logeerkamer slapen als je niet alleen wilt zijn….en ik bedoel daar niets verkeerds mee. Ik heb op een bepaald moment in mijn leven ook iemand nodig gehad, alleen zijn op zo’n moment is niet goed voor de geest. Toen mijn ouders vermoord had ik niemand die me kon steunen, waartegen ik kon praten. Nu is de situatie anders, we moeten elkaar steunen. Het is niet omdat je van de andere kant van de wereld komt dat je geen recht hebt op medeleven.’

            Stephen knikte en wreef met een vermoeid gebaar langs zijn kin. Die kon wel een deftige scheerbeurt gebruiken. ‘Misschien heb je wel gelijk, laat ons dan even langs het Oji gaan en dan neem ik het hoognodige mee en Yu…bedankt voor alles.’

            ‘Hé, waar zijn vrienden voor,’ reageerde ik. Ergens was ik blij dat hij vannacht in mijn appartement zou zijn. Ik wist dat een mens tot op een bepaalde grens verdriet en leed kon verwerken. Stephen had zijn deel gehad! Hij had nood aan iemand die hij kon vertrouwen en aan wie hij zijn zorgen kwijt kon. Ik was verrast over mezelf, maar ik dacht dat ik die persoon wel wilde zijn.

 

copyright Rudi J.P. Lejaeghere

 

 

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...