Requiem

Een wreedaardige seriemoordenaar maakt de Nieuwe Wereld onveilig. Door zijn hand vallen regelmatig slachtoffers aan de rand van de zustersteden Tokio en Sanctuary. Yukiko Mitsokai heeft ook famileden verloren door deze moordenaar. Samen met Stephen March en een groep van vrienden zullen zij proberen om deze psychopaat te stoppen.

0Likes
0Comments
2704Views
AA

17. 17.

 

 

 

17

 

 

 

            ‘Ik wil dat je voor mij een gewetenloos persoon zoekt. Een koelbloedige moordenaar waarvoor ik een belangrijke opdracht heb!’ Dat was de eerste vraag geweest van de senator waarmee het project startte. Op dat moment was er nog geen sprake van het project die men de naam ‘Michael’ toebedeelde. Jack Sterlington herinnerde het zich nog alsof het gisteren was. Jack was een man van weinig woorden, toch trok hij even de wenkbrauwen op toen de invloedrijke vrouw hem die vraag stelde.

            ‘Gewoon een moordenaar…of iemand met speciale vaardigheden?’ was zijn korte repliek. Wanneer hij opgeroepen werd voor een nieuwe missie was er altijd wel iets dubieus aan verbonden. Verbazing was voor idioten, voor mensen die de wereld niet kenden. Een wereld van geweld, haat en vooral een wereld waar het draaide om de macht en het geld. De senator had de macht om aan bepaalde personen orders te geven die niet door de beugel konden. Toch niet door de beugel van de wetgevende macht van de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap. Een wereld waarvan de senator in kwestie een respectabel en democratisch verkozen vertegenwoordiger was.

            Ze had hem een moment stil aangekeken, van boven haar half brilletje met die kattenogen van haar. ‘Een seriemoordenaar, Jack! Eentje waarvan de schroeven goed los zitten, maar één die we kunnen buigen naar onze wil. Op welke manier we dat zullen doen, laat ik je nog wel weten. Zoek en breng mij de juiste man en dan laat ik je weten hoe we zullen te werk gaan en wat het doel is. O ja, je zal een drietal man nodig hebben om deze missie uit te voeren. Dus ik veronderstel dat je ondertussen dit team ook kan samenbrengen. Laat hen weten dat deze opdracht hen geen windeieren zal leggen als jullie die tot een goed einde brengen. Het vaste voorschot wordt zoals gewoonlijk gestort op rekeningen naar jullie keuze. Een kwestie om de motivatie erin te houden!’

            Ze had haar brilletje terug omhoog geduwd en een ander dossier vastgenomen. Het teken dat Jack kon beschikken. Het was een vrouw die de nodige woorden zei die gezegd moesten worden, niet meer, niet minder. Dat apprecieerde hij wel in haar. Professionelen werkten het liefst met gelijkgezinden.

            Jack Sterlington was de man en het middel om wetten te omzeilen, een man die in alle stilte en zonder veel stennis buiten het legaal systeem het gewenste resultaat kon bereiken. Zijn eerste stappen in deze wereld van geweld en macht had hij gezet na een paar jaren legerdienst en daarna als goedbetaalde huurling tijdens de Grote Oorlog.

            Zijn dossier vermelde dat hij voor diverse partijen had gewerkt in de Westerse Wereld. Hij had zelfs undercovermissies in de Oude Wereld uitgevoerd in opdracht van enkele grote bonzen uit het Oosten. Dat stond echter niet in het dossier dat de senator in haar bezit had. Dit was een geheim die hijzelf goed bewaard had. Het was iets waarvoor iedere Westerling hem aan de schandpaal zou nagelen.

            In de tijd na de Grote Oorlog kreeg een soldaat geen pardon voor het meeheulen met de vijand of voormalige vijand. Jack had altijd één belangrijk principe gehad. Wie het best betaalde werd zijn leenheer. Hij maalde niet om politiek of sentimenteel patriottisme. De centen, dat was waarom het draaide. Zijn bankrekeningen in belastingparadijzen, landen waar men de wet niet met de kleine lettertjes las, werden regelmatig gecrediteerd met aanzienlijke bedragen. Het waren dan ook altijd vergoedingen voor prestaties die het daglicht schuwden.

            Hij had zich in opdracht van de senator omringd met een drietal mannen waar hij, buiten Markus dan, al in het verleden menig vuil zaakje had opgeknapt voor diegene die op dat moment het best betaalde. Jack wist dat in zijn wereldje je nooit voor honderd procent op iemand kon vertrouwen en dat deed hij dan ook niet, maar hij wist wat hij aan Clint Ellory en Walter Fallon had.

            Clint leerde hij tijdens in zijn huurlingenperiode kennen in Mozambique gedurende een van de acties door de revolutionairen onder leiding van een uit de gratie gevallen legergeneraal. Sterlington had de gewoonte om alleen te werken. De opdracht van de Mozambiqaanse president werd een regelrecht fiasco. Jack werd door de bende van de opstandige generaal gevangen genomen en kwam met Clint Ellory in contact toen hij een primitieve cel met hem deelde.

            Tijdens een bombardement door de troepen van de regering van het rebellenkamp was Jack Sterlington gewond geraakt. Geen levensbedreigende kwetsuur, een beenbreuk waardoor hij op dat moment geïmmobiliseerd was. Clint had hem juist op tijd meegesleurd door het puin van hun ingestorte provisorische cel en in veiligheid gebracht, toen een zwaardere bom een krater sloeg waar ze een aantal minuten voordien nog vast zaten. Ze waren op het nippertje aan de dood ontsnapt. In zijn wereld schiep dat een speciale band.

            Toen de senator hem de opdracht gaf, dacht hij direct aan Clint Ellory. Het eerste lid van zijn team was er na wat marchanderen over de opbrengst met alle plezier voor te vinden. Zij waren beide al een paar jaar ouder en het veldwerk was de laatste tijd meer en meer vervangen door tactische operaties die zij van op afstand leidden. Niet dat ze zich niet in vorm hielden, maar ze waren ouder en slimmer geworden en lieten de kastanjes door een wat jongere generatie uit het vuur halen. Clint was militair raadgever. Hij maakte aanvalsplannen op, analyseerde de impact van de strategieën. In die functie was hij dan ook in de cel beland waar Jack hem had leren kennen en aantal dagen meer leed dan lief met hem had gedeeld. Zowel Clint als Jack vonden dat het weer eens tijd werd om nog eens het veld in te trekken.

            Walter Fallon was zijn tweede keuze. Een oude makker uit het leger en iemand die twee rechterhanden had. Techniek was voor hem een twee natuur. Wapens van allerhande makelij en uit diverse landen, hardware klein of groot en andere hoogstaande techno-snufjes hadden geen enkel geheim voor hem. Wanneer hij dan toch iets tegenkwam dat hij niet kende, rustte hij niet voor hij het mysterie had ontraadseld en het ding met zijn ogen toe in een mum van tijd uit elkaar kon halen en weer in elkaar had gezet.

            Hij had maar één grote fout, hij was een fervente gokker. Soms had hij geluk en won zijn inzet driedubbel terug, maar zoals de meeste verstokte gokkers was hij zo verslaafd dat hij niet wist wanneer hij moest stoppen. Meestal verloor hij daardoor zijn winst in de roes van eerder binnengehaalde winst. Een gokker had meestal grote sommen geld nodig voor zijn hobby. Zodoende werkte hij zonder gewetenswroeging af en toe voor mensen die de wet met een korreltje zout namen. Het gokmilieu dat hij regelmatig frequenteerde was immers een wereld waar je best je portefeuille zo dicht mogelijk bij je hand bewaarde of je was ze binnen de kortste tijd kwijt. Op zijn minst toch de inhoud als die van enig belang was. Walter had dan ook niet kunnen weerstaan aan de bedragen met vele nullen die Jack hem op zijn bankrekening had beloofd. Met een ferm voorschot als teken van vertrouwen die de senator in Jacks keuze had, was Walter Fallon dan ook in zee gegaan met Jack Sterlington en Clint Ellory voor dit project.

            Voor zijn laatste keuze had hij zich uitzonderlijk en voor de eerste keer laten leiden door familiebanden. Zijn zus Patricia die ooit gelukkig getrouwd was met dokter Albert Moore had met hem een zoon Markus. Het was een veelbelovende kid die prachtige resultaten behaalde op school en die na een geslaagde universiteitscarrière zich doctor in de psychologie mocht noemen.

            Na een mislukte bankoverval waarbij dokter Albert Moore een van de onfortuinlijke slachtoffers was, bleef Patricia als weduwe over. Haar man was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats geweest. Zij viel in een diepe emotionele put en leerde het witte goedje cocaïne kennen. Een gevaarlijk poeder die haar de troost verschafte die ze nergens vond. Ze had geen gebrek aan financiële middelen en als ze tekort kwam verkocht ze stuk voor stuk haar juwelen en verpandde haar prachtige meubels om dagelijks haar dosis te kunnen kopen.

            Dit duurde tot de dag dat Markus thuis kwam van zijn praktijk en zijn moeder zag hangen aan een van de stijlen van de trap in hun chique huis. Ze had hem verweesd achtergelaten en Jack had zich over hem ontfermd. Het was een moeilijke tijd voor de jonge man. Hij verloor alle zin in zijn werk en zijn onderzoek. Het is een cliché dat de beste psychologen zichzelf niet kunnen helpen, maar in het geval van Markus was dit ook zo. Zijn praktijk ging in de kortste tijd failliet en Markus werd depressief tot Jack hem van straat pikte als een weerzinwekkende zwerver zonder thuis en zonder doel. Jack had altijd al een zwak voor zijn enige zus gehad en op zijn manier had hij met Markus te doen.

            Jack was niettegenstaande hij begrip had voor de problemen van zijn familielid hard voor zijn neef. Maar uiteindelijk hielp hij hem er weer bovenop en werd Markus weer zichzelf. Hij keek nog meer dan voorheen op naar Jack en zou door het vuur voor hem gaan als hij dat zou vragen. Het boterde zo goed tussen hen dat het niet land duurde vooraleer Jack een tipje van de sluier oplichtte over wat hij als job deed. Hij romantiseerde meestal de verhalen en liet het uitschijnen dat alles wel legaal en uiterst top secret was. Markus, verblind door het avontuurlijke accent in hetgeen Jack deed, had hem al verschillende malen gevraagd of hij geen werk voor hem had. Nu bleek dat ze voor deze opdracht een psycholoog nodig hadden, iemand die ‘Michael’ kon lezen als een boek. Die de pagina’s die moesten komen al kon schrijven vooraleer ‘Michael’ ze zelf nog maar kon bedenken. Markus was jong, maar een natuurtalent en daarom ook werd hij het laatste lid van het team. Tot nu toe had Jack het zich niet beklaagd. Hij vertelde Markus nu wel dat er slachtoffers zouden vallen, maar dat deze vijanden waren van de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap. Markus bleek daar geen graten in te zien en zodoende was het laatste lid aangeworven.

            Jack had trouwens ook zijn vroegere kompanen Clint en Walter ingelicht over het verhaal dat hij Markus had verteld. Een paar leugentjes om bestwil en ‘Michael’ veranderde omwille van Jacks neef in een spion die in de Oude Wereld een groep van terroristen moest ombrengen in opdracht van het hoogste opperbevel van de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap.

            Het was geen gewone opdracht die Jack van de senator had gekregen. Hij had samen met Walter Fallon de nodige hardware op verschillende plaatsen gehackt. Jack en zijn oude legerkameraad hadden door het illegaal afluisteren via satellieten, – het loont zich ook soms op de geheime payroll van een senator te staan - het bekijken van duizenden beelden van vaste camera’s en uren beelden van sommige mobiele spybots waarvan zij de controle hadden overgenomen, hun seriemoordenaar gevonden. Het was zeker een man die volgens het boekje aan alle psychologische kenmerken van een seriemoordenaar voldeed en waarvan zij bewijzen hadden dat hij niet aan zijn proefstuk was.

            Na maanden zoekwerk en een aantal personen die zij getest hadden maar niet voldeden, hadden zij een jonge kerel in het oog gekregen die zich bezighield met het martelen en vermoorden van kleine dieren. Daar hadden zij zelf videobeelden van. De jongen was er zich niet eens van bewust dat hij gefilmd en gefotografeerd werd. Nadat zij bij afwezigheid van de jongen en zijn moeder in hun huis de nodige apparatuur hadden geplaatst zodat zij hun studieobject daar ook konden volgen, wisten ze na korte tijd dat ze de juiste persoon hadden gevonden.

            Het seksuele geweld dat van de beelden afspatte tijdens de slaapmutsjes van de moeder en de opwinding bij de zoon tijdens die fragmenten zei genoeg. Jack was wel voor het nodige profiel van de seriemoordenaar die ze zochten niet bij zijn neef Markus gegaan. Dat zou misschien zijn familielid te veel vragen doen stellen. Hij wilde Markus erbij, maar dan op zijn voorwaarden en zonder de kans te lopen dat de familiebanden werden verbroken.

            Toen de jongeman die ze uitgekozen hadden op een avond, na zijn keiko in Kenjutsu, een bedelaar tegenkwam was de uiteindelijke beslissing gevallen. Nadat hun proefobject en de bedelaar elkaar op straat waren gepasseerd, keerde de jongen terug op zijn stappen. Hij volgde de bezopen marginaal en toen hij een verlaten steeg insloeg waar hij waarschijnlijk onder een paar kranten of onder een versleten deken de nacht zou doorbrengen had een infraroodcamera zijn eerste moord op een menselijk wezen vastgelegd.

            De jongen had de man besprongen en hem overmeesterd en vastgebonden met een koord die hij blijkbaar in zijn vestzak mee had. Hij liep waarschijnlijk al lang te broeden om over te stappen van zijn gebruikelijke dierlijke slachtoffers naar een grotere uitdaging, de mens. Iets wat hem nog een grotere macht zou verschaffen, een grotere bevrediging. Hij had in een blinde waas van woede kipkap van de man gemaakt. Dat hij nadien opgewonden werd door het geweld werd ook op beelden vastgelegd. Op dat moment had men hun ‘Michael’ gevonden.

            Toen Jack Sterlington met dit ‘goede’ nieuws bij de senator kwam, bleef zij emotieloos even naar hem kijken en zei toen uiteindelijk toch met een glimlach om haar lippen. ‘Pluk hem morgen van de straat en breng hem naar de Kelder. Ik vertel je dan wel wat er moet gebeuren.’

            Jack en Clint hadden hem de dag erop verrast toen hij zoals altijd na de keiko naar huis terugkeerde. Zonder veel problemen hadden ze hem kunnen verdoven en met hun geblindeerde zwarte autobot binnengebracht via Jefferson Street naar de ondergrondse verdieping. In de Kelder werd alles in gereedheid gebracht voor de geboorte van een onmenselijk wezen. Men zou hem ‘Michael’ noemen, naar de aartsengel Michaël de zielenbegeleider.

            Het waren de verchristelijkte kenmerken van de Griekse god Hermes als zielenbegeleider of met de Oudgriekse benaming ‘psychopompos’ die aan de grondslag lag van de eigenschappen die aan de aartsengel Michaël werden toegeschreven. Hermes bracht de zielen naar Hades, god van de dood en bewaker en heerser van de Onderwereld of Schimmenrijk. De aartsengel Michaël bracht de zielen naar de hemel waarvan hij ook de bewaker was.

            Jack gaf een kort telefoontje naar een geheime en beveiligde lijn. ‘Onze Engel Michael is nedergedaald,’ hij kon het even niet laten om de spot te drijven met de keuze van de naam van het project. Het was de senator die de naam had verzonnen.

            ‘Goed, binnen het uur staan mijn mensen aan je deur. Zij hebben alle apparatuur bij zich die nodig is voor de geboorte van onze Engel. Hou mij op de hoogte!’ Zoals altijd kort van stof, maar in haar woorden had ze toch gerepliceerd op de ironische melding van Jack. Een wijf met ballen, dacht hij terloops.

      

……..

 

            In de naoorlogse periode hadden de Verenigde Staten van Amerika dat een deel werd van de Oude Wereld minder schade dan hun tegenstanders in het Oosten en als gevolg daarvan hadden ze hun vernielde gebouwen vlugger kunnen herstellen of terug opbouwen. Het strijdtoneel in de Grote Oorlog had zich vooral in een deel van de Oostbloklanden en China afgespeeld. Wat niet wil zeggen dat landen in Noord-Amerika en Zuid-Amerika er zonder kleerscheuren vanaf waren gekomen. Er waren enkele kamikazeopdrachten geweest van de Chinese Luchtmacht die op verschillende plaatsen in Midden-Amerika met name Mexico, Guatemala, Honduras en Nicaragua in grote verliezen werden vertaald. Er was ook een aanval geweest tegen de steden van de Westkust Los Angeles, San Francisco en San Diego. In deze regio met de San Andreasbreuk en ten gevolge van de platentektoniek resulteerde dit in een aantal aardbevingen, waarbij honderdduizenden mensen het lieven lieten.

            In Oost-Europa was het de paniekreactie van Rusland geweest die voor een nucleair inferno zorgde dat half Rusland en een deel van China in de as legde. In die zones was er geen nieuwe start mogelijk. Het was een kerkhof waarvan de enkelingen die deze Holocaust hadden overleefd nog generaties lang na de gevolgen zouden meedragen.

            Men had in de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap nieuwe wetten gestemd en men had daarbij gekozen voor de harde aanpak. De mensen waren te laks geworden. Voor de Grote Oorlog werd alles toegelaten. Het was een tijd waar veel werd toegelaten. Soms oogluikend, maar meestal als een verworven recht.  Een tijd waar privacy, vrije meningsuiting, stakingsrecht en bijhorende massale betogingen geen ijdele woorden waren. Een tijdperk waarin men big-brother praktijken als ernstige misdaden ten boek stelde en aldus ook bestrafte. Het decadente Westen tastte in eigen boezem en de democratie werd in vraag gesteld. Of op zijn minst toch zeker een aantal waarden hieromtrent.

            Privacy was een mooi woord, waar menig politieker stemmen mee geronseld had. Het bleek niet te werken. Dat was het uiteindelijke besluit van de leiders. Hoe meer privacy, hoe meer onlusten, hoe minder men voorbereid was op rellen, betogingen, overvallen of nog erger. Dat was de conclusie van de nieuwe lichting politiekers. De nieuwe regering van de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap had alle middelen die tot hun beschikking stonden gebruikt om een deel van die Westerse mentaliteit drastisch in te dammen en het roer om te gooien. Het werd een met ‘redenen’ beklede verandering van de maatschappij zoals men die gewoon was.

            Het chippen van iedereen was nog een van de gemakkelijkste opdrachten geweest. Vooral in Europa, waar men nog dichter bij de nucleaire zones zat, was men overtuigd van de voordelen van een lichamelijk ingebouwd alarm tegen straling. In de voormalige Verenigde Staten van Amerika moest men wel wat dwang gebruiken maar uiteindelijk werd iedereen in kaart gebracht.

            Over de nieuwe satellieten die men met tientallen de ruimte in schoot, gaf men niet veel uitleg. De persvrijheid was voor een groot deel beknot en van de kant van het Leger van de Westerse Gemeenschap kreeg men niet meer de vroeger voor zichzelf sprekende informatie over de mogelijkheden van deze satellieten. De waarheid was dan negen op de tien satellieten met een of andere spyware waren voorzien. Men kon op de dag van vandaag in het jaar 2112 op ieders huis en tuintje inzoomen, meeluisteren aan de telefoon of op ieder mobieltje een afluistertap zetten. Als Jan met de pet zijn achterwerk met het verkeerde papier afveegde werd dit ergens genoteerd en werd er een rapport naar een of andere Veiligheidsdienst gestuurd die, als het nodig was, de man van zijn bed lichtte, verhoorde en de gepaste maatregelen nam. In sommige gevallen werd er van de persoon in kwestie niets meer gehoord.

            In andere gevallen kwamen sommige mensen thuis en vertelden hun vrouw of man en kinderen dat ze tegen een muur waren op gebotst of per ongeluk een trap afgedonderd waren. De vrees om de waarheid te vertellen zat er bij de mensen zo diep geworteld dat ze liever tegen hun dierbaren logen, terwijl het tegendeel in hun ogen en op hun lichaam te lezen was. Het waren harde tijden, maar aan alles wordt men gewoon en na een  tijd werden sommige maatregelen ietsje soepeler. Niet omdat de opdracht van overhand kwam om in te binden, maar gewoon de laksheid waarmee mensen elkaar behandelen. De luiheid die mensen eigen is om niet steeds dat te doen wat moet, juist omdat dit in de meeste gevallen wat meer moeite kost. In plaats daarvan keek men even een andere kant op, wat de meesten heel wat gemakkelijker afging.

            Dan kwam de dag dat een vindingrijk man iets ontdekte waarmee hij de overheid te slim af was. Iemand die bijvoorbeeld de werking van de chip kon omzeilen of tijdelijk wat storen. Dat was het kleine zaadje dat kiemde en groeide. Hij of zij vonden een bondgenoot en zo ging het telkens weer. De mens is een creatief wezen, een overlever. Hij past zich vlug aan in slechte tijden en heeft een veerkracht die kan steunen op eeuwen evolutie.

            Zo ontstond ook in de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap haarden van verzet. Groepjes mensen die samensmolten en middelen vonden om de overheid een hak te zetten. Ze gaven hun vereniging een benaming zoals iedere rechtgeaarde verzameling van mensen zich een naam toekent. Een naam die eigen is aan het karakter van een in de hoek gedreven mens. Het was geen vernieuwende benaming. Het was er een die in de geschiedenis van de mensheid al dikwijls gebruikt was. De ‘Weerstand’ was een groep van mensen die tegenwerk wilden bieden aan sommige opgelegde regels van de overheid die kant noch wal raakten, vooral de regels die de privacy van de mens schonden. De stappen van deze leden van de Weerstand waren in het begin heel miniem en uiterst onopvallend. Zoals een van de eerste leden het ooit in het begin zei: ‘Beter kleine en voorzichtige stappen vooruit dan een verre onzekere grote sprong in de diepte.’

 

……..

 

            Feliciano Louis Díaz y Garcia wasGraduado inventor de cosas inútiles’ of ‘gediplomeerd uitvinder van nutteloze dingen’. Dat was toch de titel die zijn moeder hem steeds toebedeelde wanneer ze tientallen van zijn misbaksels moest opruimen die her en der door het huis zwierven. ‘Feliciano, je hebt toch een werkplaats waar je je speeltjes kunt opbergen, waarom laat je alles hier in mi casa rondslingeren. Busca una mujer amante. Het wordt tijd dat je jezelf een lief vrouwtje zoekt en in een groter huis intrekt anders breek ik hier nog mijn oude benen over je…dingen.’ Eigenlijk had ze rommel willen zeggen, maar ze was nog altijd la mamacita van Feliciano.

            Eigenlijk was hij afgestudeerd als burgerlijk ingenieur elektrotechniek. Hij werkte al een poos voor de overheid. In zijn vrije tijd zat hij altijd wel aan iets te prutsen of probeerde hij een ideetje uit. ‘Ooit doe ik een uitvinding die de wereld zal veranderen, ahora verá mama , je zal wel zien mama’ had hij zijn moeder verteld toen hij nog veel jonger was. Zijn moeder had zoals iedere goede moeder die haar kind probeerde te stimuleren in alles wat hij ondernam, hem die illusie niet ontnomen. Maar nu twintig jaar later was Rosita Margarita Garcia y Pérez daar niet meer zo zeker van.

            De ouders van Feliciano waren uitgeweken Uruguayanen en woonden nu al een twintig jaar in Asuncíon, de hoofdstad van de República del Paraguay. Zoals in elk land van de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap waar Paraguay ook deel van uitmaakte was er een afdeling van het ‘International Chip Scanning Agency’ of kortweg ‘ICSA’. Feliciano werkte als bediende bij de ICSA die in de hoofdstad Asuncíon alle gegevens in radar bracht van de gechipte burgers. Het was juist omdat hij deze job werd aangeboden, waarvoor hij net zoals duizenden anderen had gesolliciteerd, dat de familie verhuisd was. Hij had geen heimwee naar Uruguay, misschien wel een beetje naar het strand en de zee, maar zijn werk en hobby slorpte hem zodanig op dat hij daar niet zoveel aan dacht.

            Toen hij solliciteerde voor de job, was er een klein stemmetje in zijn hoofd aan het fluisteren dat dit juist iets voor hem was. Hij was uitermate benieuwd wat de chip zoal in zijn mars had en voor welke doeleinden die nog kon gebruikt worden buiten hetgeen de overheid aan de bevolking vertelde. Zijn vader had ook jaren overheidsambtenaar geweest vooraleer hij aan de gevolgen van een zware longontsteking was overleden. Misschien dat Feliciano daardoor een voetje voor had bij de sollicitaties.

            Feliciano was zelfs zo goed dat na een aantal jaar dienst bij de ICSA in Asuncíon er een promotie kwam die hem financieel goed van pas kwam. Een postje bij de ICSA in New York. Het hoofdkantoor! Zijn moeder overtuigen om mee te gaan, was een ander paar mouwen. Ze was dan nog verder van haar geboorteland. Maar ze was een moeder zoals vele moeders en ze hield verschrikkelijk veel van haar zoon, zodat ze uiteindelijk voor de argumenten van Feliciano zwichtte en verhuisde naar de stad New York.

            Normaal gezien werd iedere werknemer van  het ICSA bij het verlaten van de werkruimtes of bureaus gescand door speciale apparatuur om het stelen van overheidsmateriaal tegen te gaan. Feliciano, de uitvinder, had in zijn nieuwe thuis in New York gewerkt aan een toestelletje dat dit probleem of obstakel zou oplossen. Hij had dit voor zijn moeder verborgen gehouden. Als ze dit zou vernemen zou ze het zeker niet overleven, de arme ziel. De angst voor repressie zat er bij haar generatie zo diep in dat zij het hem zeker uit zijn hoofd zou hebben gepraat, hoe mooi hij het haar ook zou uitleggen.

            Zijn nieuwe uitvinding zag eruit als een klein plat, plooibaar envelopje in zwarte stof. Binnenin waren fijne metaaldraadjes verweven en vormden van het envelopje een minikooi van Faraday. Hij had thuis zijn uitvinding meerdere malen uitgetest met zijn eigen elektronisch materiaal en een scanner. De voorwerpen die hij door de scanner haalde wanneer ze in het envelopje zaten kwamen niet op de radar. De radar zou dus niet mogen reageren bij het scannen van de chip. Het was een eenvoudige oplossing op een ingewikkeld procedé. Misschien omdat het zo voor de hand liggend was, had niemand eraan gedacht.

            Feliciano Louis Díaz y Garcia had in zijn nieuwe functie als  afdelingshoofd toegang tot een aantal secties in het ICSA waaronder ook het magazijn en de plaatselijke medische afdeling. In het magazijn bewaarde men in speciaal beschermde dozen een aanzienlijke lading chips die men in de medische afdeling inplantte bij diegenen die ofwel nog niet gechipt waren of bij personen waarvan de werking van de chip om een of andere reden te wensen over liet en waarbij men een nieuwe inplantte zonder de oude te verwijderen.

            Op dit moment kon men de oude chip nog niet verwijderen vanwege de versmelting van de natuurlijke vezels die ontstonden tijden de inkapselingperiode van de chip met het brein. Via de centrale computer in het hoofdkwartier in New York kon de oude chip gedeactiveerd worden, dit zonder enig risico voor de drager. Er werden na verloop van tijd nieuwe verbindingen gelegd door de chip met het brein en er brandde weer een lichtje op de schermen van het ICSA. Het licht kreeg een codenummer en werd verbonden met de juiste identiteitsgegevens die in de databanken van de Agency aanwezig waren.

            Het was voor Feliciano op die manier een klein kunstje om een aantal van deze chips te ontvreemden, het voorraadbeheer aan te passen in de computer en de chips door de scanner te smokkelen zonder dat die een signaal gaf. Feliciano was het eerste lid van de Weerstand die de overheid een heel belangrijke hak had gezet. Ook dat vertelde hij niet aan mamacita Rosita.

 

copyright Rudi J.P. Lejaeghere

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...