Requiem

Een wreedaardige seriemoordenaar maakt de Nieuwe Wereld onveilig. Door zijn hand vallen regelmatig slachtoffers aan de rand van de zustersteden Tokio en Sanctuary. Yukiko Mitsokai heeft ook famileden verloren door deze moordenaar. Samen met Stephen March en een groep van vrienden zullen zij proberen om deze psychopaat te stoppen.

0Likes
0Comments
2355Views
AA

14. 14.

 

 

14

 

 

 

            Markus Moore zat terug voor zijn scherm. Een plaats waar hij de laatste maanden vele uurtjes had doorgebracht. Gelukkig voor hem bestond het team die de man volgde uit vier personen en losten ze elkaar af om de zes uur. Zodoende konden ze hem 24 op 24 uur opvolgen en eventueel bijsturen. Ze hadden voor het gemak en ook voor de veiligheid van het project hem de codenaam ‘Michael’ meegegeven. Buiten zijn team waren er niet veel mensen op de hoogte van hun praktijken in het gebouw aan de United Nations Plaza, New York.

            De Trump World Tower die zich eertijds daar bevond werd na de Grote Oorlog wegens grote schade afgebroken en men had een nog grotere en nog meer prestigieuze wolkenkrabber gebouwd op dezelfde plaats. De Trump World Tower was ooit 262,44 m hoog en telde officieel 72 verdiepingen – niettegenstaande de liftpanelen vreemd genoeg 90 verdiepingen aangaven – en in het begin van de 21e eeuw ’s was hij 's werelds hoogste woontoren. Nu stond er een mastodont van bijna 915 meter hoog en 250 verdiepingen. De ‘Old World Highest’ was de hoogste wolkenkrabber van de hele Oude Wereld. Een gebouw die als een naald uit de skyline stak. Een knap staaltje architectuur die het tot een van de meest bezochte bezienswaardigheden van New York bestempelde.

            Er was nergens een papieren spoor naar de eigenaar van de laagste verdieping. Deze verdieping was ook niet te bereiken via de ‘gewone’ lift in de Old World Highest. Deze kelderverdieping was via tussenpersonen en stromannen in volle eigendom van een onderafdeling van een andere onderafdeling van de CIA. Deze dienst had niet eens een naam of acroniem en was een van de best bewaarde geheimen van de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap. Bij de weinig ingewijden sprak men over De Kelder. Een dubbelzinnige, onbeduidende en mysterieuze benaming voor iets dat meestal het daglicht schuwt. De verdieping was volledig afgesloten van de andere verdiepingen en had zijn eigen nutsvoorzieningen die onafhankelijk werkten van de rest van het gebouw.

            De ingang naar deze verdieping was enkel langs een ondergrondse garage te bereiken via 44th Street die met de 2nd Avenue kruiste ofwel via het dak waar er  een heliport was. Via een luik op het dak kon men op de hoogste verdieping met een speciale lift naar de Kelder en dan moest men nog over een code beschikken om die te bedienen. Die code werd regelmatig uit veiligheid veranderd. In de ondergrondse garage, na een ingewikkeld parcours, kwam men bij de toegang naar De Kelder. Daar bevond zich ook een lift met een code die regelmatig werd gewijzigd en die hen naar de plaats bracht waar Markus op dit moment aan het werk was. Vanuit deze kamer werden verscheidene top-secretoperaties op de poot gezet, gecoördineerd en opgevolgd.

            Het project ‘Michael’ was Markus, die de jongste aanwinst was in het team, zijn eerste grote opdracht. Met de half doorzichtige helm op zijn hoofd zag hij eruit als een straaljagerpiloot, alleen was geen vliegtuig dat hij bestuurde maar een mens. Hijzelf, Clint Ellory, Walter Fallon en de leider Jack Sterlington vormden het volledige team. Via de sensoren en de elektroden in de helm stond hij voortdurend in verbinding met ‘Michael’. Alle markers stonden op groen. ‘Michael’ was op dit moment volledig onder controle!

 

……..

 

            Stephen March stapte uit de lift van zijn hotel en ging de gang op naar zijn appartement. Hij was van plan om zo vlug mogelijk de videostick te bekijken en was benieuwd of die enig uitsluitsel zou geven over de vragen rondom de dood van zijn halfzus. Rechtover de deur van zijn appartement stond een vrouw hem op te wachten.

            Hij fronste de wenkbrauwen en nam haar in één oogopslag op. Een sportieve gestalte gekleed in een lederen zwart pak, zwart kort haar, waarschijnlijk een motobotrijdster. Hij kon moeilijk haar leeftijd schatten. Dat was meestal zo met deze oosterlingen. Hun huid bleef langer gaaf en strak dan deze van de mensen uit de Oude Wereld. De westerlingen grepen eerder naar een gezichtsrenovatie die heden ten dage bij de routineoperaties hoorden.

            Wat huid uit pluri-potente stamcellen kweken, een procedé dat al tientallen jaren op punt stond en die koppelen aan een 3D-printer en het gewenste gezicht werd zo op je bord gespoten. De chirurgen hadden er wel nog wat manueel werk aan, maar met de superfijne afgestelde operatierobotten die zij ter beschikking hadden, duurde zo’n operatie een stuk korter dan vroeger. Afstotingsverschijnselen werden met de nieuwste medicijnen tot een minimum herleid.

            Hij besefte plots dat de dame waarvan sprake, hem op dezelfde manier aan het taxeren was. Ze stond op haar gemak met haar rug tegen de tegenoverliggende muur van zijn appartementsdeur geleund, de armen gekruist en met één wenkbrauw geheven, het hoofd in een wat schuine houding. 'Kan ik je van dienst zijn?' vroeg Stephen beleefd.

            Ze zette zich af van de muur en stak haar hand uit. 'Yukiko Mitsukai,' en een korte maar stevige handdruk vergezelde haar woorden. De kracht met welke ze zijn hand greep was voor hem een verrassing. Stephen March had verwacht een slap handje te krijgen van het frêle vrouwtje. Nou ja, hij kende haar niet. Als zij hem dit toestond kon dat misschien veranderen. Die Yukiko Mitsukai zag er niet mis uit, zelfs voor een inwoner uit het andere deel van de Wereld. Ze werden in de wandelgangen van het Westerse diplomatieke corps als onbetrouwbaar afgeschilderd en moeilijk in de omgang. Ze hadden ook een cultuur waar de naar oosterse normen die ‘barbaren’ uit het westen niet konden aan tippen. Hij zou graag dat stereotiep beeld doorbreken.

            Niettegenstaande zijn lengte en zijn gewichtige verschijning kon hij er mee door. Hij torende op zijn minst een hoofd boven mij uit en zijn gewicht zou als stormram enorme voordelen leveren. Nou ja, toch in het geval je een deur in moest beuken. Maar een Rode Cirkel kon de kracht van deze grote blok van een vent zonder moeite en met een paar hand- en voetbewegingen in haar of zijn voordeel ombuigen. Mijn eerste indruk was dus gematigd positief, naar mijn gevestigde standaarden dan wel. Ik wist nu niet of men die zo hoog moest inschatten? Mijn twijfel ontsprong terecht aan het feit van mijn praktisch voortdurende vrijgezellenbestaan buiten enkele korte amoureuze bevliegingen. Uitzondering op de regel die ik mij achteraf steeds had beklaagd.

            Of ik hem van dienst kon zijn? 'Misschien wel,' antwoordde ik. 'Mijn ouders waren net zoals uw halfzus het slachtoffer van de Akai-moordenaar.’ Stephen March nam mij direct met andere ogen op. Enigszins op zijn hoede voelde ik en berekenend. Misschien geloofde hij me niet. We waren op zijn minst tegenstanders op wereldvlak, al was er dan wel vrede en toenadering van beide kanten, uitwisselingsprogramma’s, begeleide reizen en wat ik weet ik nog meer om het wantrouwen tussen de bewoners van de beide werelden weg te werken. De werkelijkheid was echter anders. Ik zag ook een spoor van onrust in zijn ogen. Misschien had ik hem op het verkeerde moment lastig gevallen. Mijn God, wat was ik een oen, toen ik het begreep.  Hij was nog in de rouw wegens het recent overlijden van zijn halfzuster.

            ‘Als het u niet past, wil ik gerust op een andere keer terugkomen, maar… misschien kunnen we elkaar…helpen om…?’. Ik, Yukiko Mitsukai, die nimmer verlegen zat om woorden, begon te stamelen. Nu nog  beter, die zou direct een totaal verkeerde indruk krijgen van mij.

            Hij knikte plots, wat mij oprecht verbaasde na mijn min of meer mislukte monoloog en opende met de kaartsleutel de deur van zijn appartement. ‘Kom binnen, rechtdoor kom je in de leefruimte, kan ik je misschien wat aanbieden? Een glas witte wijn of iets fris?’

            ‘Witte wijn is goed, als je er hebt open staan, anders iets fris. Voor mij hoef je geen moeite te doen hoor.’ Ik begon mij nu ook al te verontschuldigen. Yu, pak jezelf te samen, anders wordt dit een fiasco, moedigde ik mezelf aan.

            De heer March had een blijkbaar een knoop doorgehakt. Alleen hier op dit continent naar iets zoeken, zelf met zijn talrijke connecties zou een moeilijke zaak worden. Hij was en bleef een buitenlander, iemand van de andere kant. Misschien dan wel geen vijand, maar vriendschap was eerder uitzonderlijk dan voor de hand liggend.

            Als Stephen het hier slim aanpakte, zou hij misschien een handlangster aan zijn kant krijgen waardoor de juiste deuren opengingen. Wie weet? Hij vroeg zich af of hij het over de videostick zou hebben? Zonder hem vooraf te bekijken kon het een stommigheid zijn. Aan de andere kant, misschien zou juist het tegenovergestelde hem een tip kunnen geven in welke richting hij ‘zijn’, of als het Yukiko Mitsukai het wilde, ‘hun’ zoektocht zou gaan.

            Hij had een witte Chardonnay uit de Bourgogne gekoeld staan. Die kon hij zowel nu kraken. Het was de gepaste gelegenheid om het Westen en het Oosten wat nader bij elkaar te brengen en wellicht zou de alcohol de lippen wat losser maken. Met zijn gewicht kon hij wel tegen een stootje. ‘Onegai, Yukiko Mitsukai,’ en hij gaf haar een goed gevuld glas. ‘Het is een in houten vaten gerijpte wijn en hij zou “beurrée, toastée et grillée” moeten smaken volgens de kenners. Ik hou ervan, sommigen vinden de vetheid van deze wijn, zoals men het soms noemt, minder lekker en drinken hem liever jonger. Dan zijn de aroma’s minder uitgesproken en zijn de oenologen erover eens dat men er hazelnoot, meidoorn en zelf de geur van stro in ontdekt.’

           ‘Doomo Arigato,’ antwoordde ik. Ofwel was de heer March een kenner ofwel probeerde hij indruk te maken, hoewel ik dit niet in zijn ogen las. Er lag wel een soort van triestheid in die bruine ogen. Een gezichtsuitdrukking die ik van mezelf herkende. Het was de blik van een gekwetste ziel, een blik van een persoon die zopas een dierbare verloren had. Ik nam een slok. Mij smaakte het gewoon naar goed wit wijntje. Een koel biertje of een glas witte wijn waarvan ik achteraf geen hoofdpijn kreeg, voor mij was dit al ruim voldoende. Maar thee was meer mijn ding, daarvan zou ik hem nog wel het een en ander van kunnen bijbrengen. Ik vertelde hem, ondertussen nippend aan mijn ‘Chardonnay’ over mijn ouders en van het onderzoek dat ik en mijn vrienden gestart waren. Gemakkelijk was anders, maar ik voelde dat hij me de tijd liet om me mijn verhaal te laten vertellen.

            ‘Ik begrijp dat het moeilijk moet zijn,’ reageerde Stephen na mijn verhaal, ‘ik bedoel je beide ouders in één keer te verliezen. Ik kan er van meespreken. Mijn vader en stiefmoeder zijn me ook allebei in een ongeluk ontvallen. Ja, het is niet eenvoudig om dat te verwerken. Maar op zo’n manier, door een mens op een beestachtige manier vermoord te worden, dat is een drama waarvoor men geen woorden vindt. Mijn zus, eigenlijk mijn halfzus, was zoals je weet ook het slachtoffer van die Akai-moordenaar.’

            Stephen deed op zijn beurt zijn verhaal, vertellend over zijn vader en hoe zijn biologische moeder gestorven was aan kanker. Dat zijn vader na een aantal jaar als vrijgezel iemand anders had leren kennen, de moeder van Suzy. Hoe Stephen kortgeleden tijdens zijn diplomatieke missie een bezoekje kreeg van de Veiligheidsdienst met de verschrikkelijke melding dat Suzy Chang gewelddadig aan haar einde was gekomen. Hij liet het verhaal van de identificatie achterwege. De horrorbeelden stonden nog zo vers gebrand op zijn netvlies en dat zou hij niet zonder tranen over zijn lippen kunnen krijgen. Men mocht hem dan als een boom van een vent aanzien, zijn gevoelens kwamen recht uit zijn hart en waren even echt als bij ieder ander mens.

            Er viel een stilte die Stephen na een tijdje zelf verbrak. ‘Ik heb misschien iets…Suzy liet mij een videostick na in een bankkluis. Ze voelde zich achtervolgd en dacht dat men had proberen inbreken in haar appartement.’

            ‘Wat?’ kwam er nogal luid uit. Ik was geschrokken. ‘Deze week ben ik midden de nacht overvallen door iemand, was het de moordenaar of niet, ik heb er niet het flauwste benul van. Maar die maande mij met grote overtuigingskracht aan dat ik mijn privéonderzoek zou staken. Misschien was het dezelfde man. Mijn beveiliging is nu niet van de duurste. Ik kan het mij niet echt veroorloven maar ik veronderstel als hij bij uw zus niet binnen is  geraakt dat zij een iets betere huisbeveiligingssysteem bezat. Jammer dat …,’ ik beet op mijn tong. God, wat zei ik nu weer.

            ‘Inderdaad, ik weet wat je wou zeggen. jammer dat het haar niet heeft mogen baten,’ was de oprechte reactie van Stephen. Ik apprecieerde zijn reactie. Stephen nam de videostick uit zijn vest die over een stoel hing en woog hem even in zijn hand. Het niet-weten zou erger zijn dan de pijnlijkste waarheid. Hij duwde de stick in de daartoe dienende opening van zijn huisvideosysteem.

  

……..

 

            In een theeshop recht tegenover het ‘Oji’, het hotel waar  Stephen March uit de taxibot was gestapt en binnen was gegaan, zat een man blijkbaar te genieten van een dampend kopje thee. Hij las de plaatselijke krant of deed toch alsof. Tussen het nippen van de vloeistof uit zijn kopje luisterde hij geconcentreerd naar wat hij hoorde.

            Hij duwde het oortje wat dieper in zijn oorschelp. Zijn technische apparatuur was van hoogstaande kwaliteit. Zijn stemmen gaven hem wat hij nodig had. Vertrouwen, de voldoening die hij nodig had, altijd al gewild had. Hij geloofde onvoorwaardelijk zijn stemmen. Hij wilde dienen, net zoals een Engel zijn God diende. Men zou het zelf als een soort seksueel gevoel kunnen omschrijven. Hij had zich de laatste tijd in bloed gebaad en het had hem steeds opnieuw in een onbeschrijfelijke extase gebracht.

            Hij kende zijn opdracht, hij vond zijn doelen, de een na de ander, zonder twijfel en zonder genade. De genade die hij gaf, was enkel die van de dood. Enkel in de dood kregen zelf de ergste zondaars vergiffenis. Hij had de beschikking over heel wat hightech-apparatuur. De videostick was er een knap staaltje van. Op het eerste zicht een gewone videostick maar binnenin zat een minuscuul zendertje. Zo kon hij de melodramatische dialogen van Stephen March en Yukiko Mitsukai volgen. Ze zouden de stick bekijken. Dat zou pas een verrassing worden!

 

……..

 

            Jack Sterlington kwam de kamer binnen. Markus had al via een van zijn veiligheidsschermen het sein gekregen dat Jack op komst was.

            ‘En…gaat alles volgens plan?’ Jack kwam achter Markus staan. Hij was een slanke veertiger, blond haar en groenblauwe ogen. Zijn warme glimlach had vele harten al sneller doen slaan. Maar dat waren meestal onenightstands. In zijn beroep kon hij zich geen diepgaande intimiteit of amoureuze verwikkelingen veroorloven. Jack Sterlington was meedogenloos in zijn werk. Het was zijn leven, het was zijn roeping. Diegene die dit in gevaar bracht was een vogel  voor de kat. Er waren een paar mensen die het niet meer konden navertellen en hij had er geen minuut slaap voor gelaten.

            Markus was de analist van het team. Hij moest de situaties  inschatten, de mentale toestand van ‘Michael’ beoordelen en eventuele bijsturingen adviseren. Met zijn warrige bruine haardos en zijn korte baard die hij sinds een jaartje probeerde te cultiveren, wat hem niet echt lukte, zag hij eruit als een jonge universiteitsprofessor. Er bleven steeds stukjes in zijn baard die eerder rood kleurden dan bruin. Het had hem de bijnaam ‘Reddy’ opgeleverd, tot zijn groot ongenoegen die hij meestal niet onder stoelen of banken stak wanneer een van het team hem met die naam aansprak of plaagde.

            ‘Tot nu toe geen problemen. Alle markers staan op groen, onze Michael doet het goed. Hij volgt zijn prooi…en op dit moment mag ik wel het woord wel in het meervoud gebruiken,’ lachte Markus van onder zijn helm.

            Jack bekeek de schermen en stopte een draadloos oortje in zijn oorschelp om de zaken mee te kunnen volgen. Het was nog niet zijn beurt om Markus af te lossen, maar hij kwam af en toe binnen om even te checken. Hij had er alle belang bij dat dit project een succes werd. Alle belang, want de senator had hem gezegd dat De Kelder ten dode opgeschreven stond als dit project mislukte. Als het zover kwam was Jack niet een man die op één paard wedde. Hij zorgde altijd voor achterdeurtjes, tweede kansen. Als alles in het honderd liep zou zijn opdrachtgever dat nog wel ontdekken.

copyright Rudi J.P. Lejaeghere

 

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...