Requiem

Een wreedaardige seriemoordenaar maakt de Nieuwe Wereld onveilig. Door zijn hand vallen regelmatig slachtoffers aan de rand van de zustersteden Tokio en Sanctuary. Yukiko Mitsokai heeft ook famileden verloren door deze moordenaar. Samen met Stephen March en een groep van vrienden zullen zij proberen om deze psychopaat te stoppen.

0Likes
0Comments
2391Views
AA

12. 12.

 

 

 

12

 

           

 

            Luister goed, alles komt goed! Wij zorgen voor jou! Jij zorgt voor ons!

            De stemmen in zijn hoofd stelden hem gerust. Soms herinnerde hij zich beelden die hem verontrustten en die  hij niet begreep, maar steeds hoorde hij deze mantra in zijn hoofd en werd hij terug kalm.

            De eerste keer dat hij op zijn kamer in de spiegel keek was hij geschrokken. Hoe zag hij er uit? Zijn eigen woorden klonken hem vreemd in de oren en toch begreep hij ze. Zijn gezicht was niet het vertrouwde gezicht dat hij zich herinnerde.

            Je bent nu een nieuwe mens. Je bent herboren. Een nieuwe kans, een nieuw leven. Je bent uitverkoren.

            Hij voelde zich inderdaad nieuw in alle aspecten van het woord. Ergens herinnerde hij zich een moeder. En pijn. Pijn hoorde bij het opnieuw geboren worden veronderstelde hij, net zoals een moeder bij een kind hoort. Hij zag flarden van beelden, een verlaten desolate plaats en een vliegtuig. Mensen die een brancard droegen met een vrouw erop.

            Je moeder is nu bij ons. Wij zorgen goed voor haar. Zorg voor ons en wij zorgen voor jou zoals wij ook voor je moeder zorgen. Ooit, indien je het waardig bent zal je elkaar terugzien. Je bent uitverkoren!

            Kalmte straalde van binnen zijn hoofd naar zijn hele lichaam. Het voelde goed zo. Hij hoorde vreemde woorden in zijn hoofd en toch begreep hij wat ze wilden zeggen en hij voelde zich gezegend.

 

Cunfotatis maledictis,

Flammis acribus addictis,

Voca me cum benedictis.

 

Als de vervloekten uitgestoten zijn,

en prijsgegeven aan de felle vlammen,

roep mij dan tot de gezegenden.’

           

            Zonder te weten waarom, duwde hij op de knop van zijn bescheiden muziekinstallatie en de intro van een somber en toch tegelijkertijd hoopgevend muziekstuk vulde de ruimte. Zijn brein registreerde het opschrift op de lcd-display van het apparaat: ‘Requiem, W.A. Mozart’.

            Hij zette zich in zijn zetel en met gesloten ogen hoorde hij de woorden. Hij begreep ze. Er was voor hem een grote taak weggelegd. Hij was herboren en de Heer was hem genadig. Hij zoog de woorden in zich op, voelde de muziek als een tweede huid, wist dat het waar was. De Witte Engel sprak tot hem.

            Jij bent de Engel die hen naar het heilig licht moet leiden. Jij moet de schapen redden van de bokken. Jij moet de bokken, de vervloekten opsporen en straffen. Jij bent onze Wrekende Engel.

            Hij zag naast hem op de tafel in een houder zijn Nihonto liggen. Het middel waarmee hij zijn taak zou uitvoeren. Hij sloot terug zijn ogen. De beelden vervloeiden… een vrouw op een brancard…hij en zijn geliefde Nihonto…de vrouw die men terug tot leven wekte….zijn woede die ontbrandde, zijn pijn en bloed, veel bloed.

            Hoe zoet was de wraak van de Engel. Zo zoet als het bloed dat kleefde aan zijn Nihonto. Het bloed van zijn moeder, het bloed van zijn wedergeboorte.

 

……..     

 

             Na de brainstorming bij Gerekko Dai hadden we besloten om in de volgende dagen naar de plaatsen delict te gaan kijken. Niet dat ik er veel van verwachtte, maar het was beter dan niets doen. Onverrichter zake keerde iedereen na de taakverdeling terug naar zijn huis of appartement. Ik was wat teleurgesteld over de beelden die Eagle Eye ons had getoond en uit de rapporten van de Veiligheidsdienst geraakten we ook niet veel wijzer. Deze diensten hadden de makers van zo’n zwaarden allemaal afgegaan, maar daar was er niets positiefs uit gekomen. Het kon ook dat het zwaard van oude makelij was en niet geregistreerd was. Er waren over de voorbije tientallen jaren heel wat van die zwaarden gestolen. Wellicht was het moordwapen een van deze. Dit spoor was op niets uitgelopen voor de Veiligheidsdienst.

            We hadden ook afgesproken dat Gekko af en toe de vordering bij de Veiligheidsdienst nakeek op voorwaarde dat hij geen onnodige risico’s nam. Enerzijds zou dit voor hem faliekant kunnen aflopen en anderzijds zou ons privéonderzoek direct aan het licht kunnen komen en in de kiem gesmoord worden. Wat we natuurlijk ten alle prijs wilden vermijden.

            Ji Lang en Eagle Eye kregen de opdracht de familie van Myo en Dakai te polsen over eventuele vijanden en of ze problemen hadden met een of ander persoon de laatste tijd. Misschien kwam er daar een bruikbare piste uit voor die we konden volgen.

            Mijn eerste taak was een afspraak maken met Stephen March. Voor zover Gekko mij had verteld was hij een invloedrijke man uit de Oude Wereld. Een vooraanstaande diplomaat die al vele jaren contacten onderhield met belangrijke personen uit de Nieuwe Wereld. Volgens Gekko was er zelf sprake van een familiale band. De vader van Stephen March was gehuwd geweest met een zekere Kathy Chang. Dat de dochter van Kathy Chang ook op de slachtofferlijst van de Akai-moorden stond, waar hij reed melding had van gemaakt,  vergrootte de kans dat hij een goedingelichte bron was die hun wat meer kon vertellen.

            Toen ik de ambassade belde, vertelde me men na veel aandringen dat het diplomatieke corps vertrokken was. Ik vloekte binnensmonds. Te laat. Altijd te laat! Gefrustreerd klapte ik mijn mobieltje toe. Ik stond als het ware voor een muur. Telkens als ik dacht om iets meer te vernemen omtrent de Akai-moorden greep ik achter het net. Ik had mijn bloedeed gezworen, maar de uitvoering bleek niettegenstaande de hulp van een paar vrienden niet erg vlotjes te verlopen.

            Zou Gekko telefonisch in contact kunnen komen met Stephen March? Misschien moest ik hem morgen eens vragen om de computer van de ambassade van de Oude Wereld te hacken, nu we toch al een tijdje bezig waren met illegale middelen info aan het verzamelen. Iets meer of minder zou nu het verschil niet meer maken. Ik besloot er een punt achter te zetten en hoopte na een goede nachtrust met een frisse geest en volle moed er weer tegenaan te gaan. Mijn hoofd raakte nauwelijks het hoofdkussen of ik dommelde weg in een onrustige slaap.

            Was het geluid van de deur van de slaapkamer geweest die mij had gewekt of was het mijn zesde zintuig die overuren klopte, ik weet het niet? Gezien ik half slapend, nog enigszins vertoevend in een of andere nachtmerrie niet volledig over mijn natuurlijke reactiesnelheid kon beschikken had ik mij laten verschalken door een pro. Iemand die zo vlug iemand kon overmeesteren, boeien en daarbij nog blinddoeken zonder dat ik maar één hand kon uitsteken om enig verschil uit te maken, moest van het juiste hout gemaakt zijn. Alhoewel de lamp die ik in mijn schrikreactie een dreun had gegeven het waarschijnlijk niet had overleefd had ik  liever gezien dat mijn hand de neus van mijn overvaller had geraakt. De overvaller draaide mij op mijn buik en ik voelde zijn adem in mijn nek.

            Kalm blijven Yu, zei ik tegen mezelf. Maar mijn ademhaling en mijn hart die in overdrive gingen, getuigden van het tegenovergestelde. We hadden onze neus een keer teveel in de verkeerde zaken gestoken. De vrees dat ik het volgende slachtoffer van de Akai-moordenaar zou worden, schoot als een brandende pijl door mijn gedachten. Ik riep zo hard ik kon om hulp, maar na een enkele kreet werd daar prompt een einde aan gemaakt en smaakte ik een vieze prop in mijn mond.

            ‘Blijf stil en je krijgt een kans om een nieuwe dag mee te maken,…dit te overleven als je begrijpt wat ik bedoel,’ fluisterde de man stil in mijn linkeroor. De korte maar krachtige hoofdstoot die ik uitdeelde was misschien niet de juiste reactie op zijn voorstel, maar ik hoorde met genoegdoening een gesmoorde kreet.

            Na een paar minuten stilte die mij veel langer leken, kwam zijn reactie. ‘Nog zo’n onverstandig antwoord op mijn vragen, Juffrouw Mitsukai en ik snij je mooie keeltje open van hier tot hier,’ terwijl hij zijn knie hardhandig in mijn rug drukte, maakte hij met de duim van zijn hand onder mijn hoofd een niet verkeerd te verstane beweging. Een standbeeld zou vast nog wat kunnen leren van mijn plotselinge onbeweeglijkheid. Ik wilde beleefd vragen wat hij van me wilde, maar ik hoorde mezelf mompelen: ‘mmm, hmmmm,mmmmrm’. Blijkbaar scheen ik toch verstaanbare universele geluiden voor te brengen, een taal die geknevelde personen meestal spreken veronderstel ik,  want hij beantwoordde direct mijn vraag. Evenwel juist nadat hij nog een extra pijnlijke por met zijn knie in mijn rug had gegeven.

            ‘Ik wil dat jullie je privéonderzoekje staken. Leg het stil, ga verder zonder om te kijken. Ken je het verhaal van Sodom en Gomorra en de vrouw van Lot, mijn beste Yukiko? Probeer je best te doen om aan de verleiding te weerstaan. Ga door en kijk niet om. Een zoutpilaar worden is nauwelijks benijdbaar. De naam van de vrouw van Lot word nergens genoemd in de bijbel, laat ze niet de geschiedenis ingaan onder de naam Yukiko Mitsukai. Ik ben zeker dat je begrijpt wat ik bedoel. Een lijk of een zoutpilaar, er is voor mij niet veel verschil, ze zijn even dood!’

           Ik voelde de druk in mijn rug wegvallen en een verraderlijke stilte bleef in de ruimte hangen. Nog zeker een kwartier bleef ik bewegingloos liggen, tot ik kramp in mijn kuiten begon te krijgen. Toen wist ik zeker dat de man mijn kamer had verlaten. Het duurde op zijn minst nog een half uur voor ik mezelf van mijn boeien had bevrijd. Ik veronderstelde dat ik van geluk mocht spreken, ik zou het kunnen navertellen. Maar aan wie? Was het de moordenaar van mijn ouders geweest of was het iemand die er belang in had dat de moordenaar gewoon zijn gang kon gaan en verder de toestand in de stad en omstreken destabiliseerde?

           Hoe was hij in hemelsnaam binnengeraakt? Ik controleerde de deur en zag dat die niet geforceerd was. Daarna volgden de logbestanden van mijn veiligheidssysteem en toen constateerde ik dat de indringer mijn code had gebruikt om binnen te geraken en bepaalde bestanden had gewist! Ik kon hem niet identificeren. Hoe kon mogelijk zijn?

           Op hetzelfde moment schoot me een herinnering door het hoofd van een of andere actiefilm die ik ooit eens had gezien in de Megaskoop. Gangsters in die film gebruikten een soort lampje om de meest aangedrukte toetsencombinatie te ontdekken. Een soort van infraroodlamp of  had het nu weer te maken met fluorescentie of de slijtage van de toetsen? Gekko zou het antwoord wel weten, maar dat maakte nu geen verschil meer uit. Als die kerel dacht dat deze stunt mij zou tegenhouden en mijn onderzoek zou staken, dan kende hij Yukiko Mitsukai nog niet.

 

……..                 

           

            Bij de Sutimoto Bank & Insurance Company werd Stephen March onthaald door de adjunct-directeur. De heer Ayumu was klaarblijkelijk gebrieft door Ayaka Sato van de Fijutso Building Company. Zodoende gingen gesloten deuren voor Stephen open als in het sprookje uit ‘Duizend-en-één-nacht’.  Sesam open u, dacht Stephen terwijl hij tegelijkertijd dacht aan het kluisje en de sleutel die hij aan de heer Ayumu toonde.

            ‘Hajimemashite! Aangename kennismaking! Meneer March, wilt u mij volgen. We gaan met de lift naar de benedenverdieping waar de kluizenzaal is. Daar zal ik u de beschikking geven over het kluisje die bij uw sleutel past.’

            Ze stapten in een lift die zo groot was, dat men minstens met een tiental mensen in die ruimte een feestje kon bouwen. Een licht muziekje maakte onze afdaling ‘iets’ aangenamer. Niettegenstaande de heer Ayumu de ganse tijd een quasi beleefde glimlach op zijn gezicht toverde, twijfelde Stephen aan de oprechtheid van deze man.

            Nou ja, bankiers, een volkje apart, ook in de Oude Wereld. Ze lagen aan de oorsprong van de destabilisatie van de economie in de 21e eeuw waarvan de ‘Grote Oorlog’ een van de voornaamste gevolgen was. Ze maakten de armen armer en naaiden de rijkelui met net zo’n glimlach op hun gezicht. Ze hadden veel meer gezichten dan de God Janus uit de Romeinse mythologie.

            De lift stopte en Stephen kreeg even een wee gevoel in zijn maag en ingewanden. Wat zou hij ontdekken? Hij volgde de nog steeds glimlachende bankier door de gang. De Heer Ayumu schoof een deur open en duidde op een kamer aan zijn rechterkant.

            De ruimte contrasteerde met het moderne design in de inkom van de bank. Hij zag een klassiek Japans ingerichte kamer in Sukiyastijl met uitschuifbare fusamadeuren die aan beide zijden beplakt waren met niet- transparant papier. Binnenin was de ruimte ingericht met tatamimatten van geperst rijststro en een tokonoma, een belangrijk focuspunt in een Japanse kamer. Vroeger, vele eeuwen terug, werden in de Japanse huizen, in zo’n tokonoma, een altaartje opgericht. In de 21e eeuw was dit geëvolueerd naar een ingebouwde nis, waar men er een speciaal voorwerp in plaatste, een weloverwogen uitgekozen object. Hier was het een sculptuur van aardewerk dat de naam ‘Veiligheid’ droeg. Een toepasselijke naam voor het gevoel dat een goede bank aan de belegger moest geven.

            Gewoonlijk werden zo’n ruimtes afgesloten door shojideuren die enkel het licht filterden. Zo’n deuren waren hier minder geschikt, omdat die voor minder privacy zorgden dan de fusamadeuren. Shojideuren bestonden immers uit een soort houten rasterwerk die enkelzijdig beplakt was met transparant papier. De Heer Ayumu vroeg mij hier even te wachten en ik zette mij neer aan de lage teburu, de traditionele Japanse lage tafel. Het deed Stephen ergens denken aan de Japanse theeceremonie. Straks kwam de glimlachende man met een dienblad met twee kopjes en een kannetje thee in plaats van met de kluisbox zoals hij hoopte.

            Het duurde amper een tiental minuten en de Heer Ayumu verscheen terug met een langwerpige metalen doos in de vorm van een balk met een lengte van ongeveer veertig centimeter en een hoogte en breedte van vijftiental centimeter. Aan de voorkant bevonden zich twee kleine ronde glazen oogjes ter grote van het topje van een sleutel met de RFID-tag. Stephen haalde zijn sleutel boven en richtte die naar de linkse uitsparing waarboven het woord ‘huurder’ stond gedrukt. De Heer Ayumu gebruikte een gelijkaardige sleutel voor de tweede holte. Of het zo moest of niet, Stephen hoorde een klikje en het voorste paneel kwam los.

            ‘Ik laat u hierbij in uw privacy, Meneer March, als u mij terug verwacht gelieve uw hand op de sculptuur te leggen. Die zal een elektronisch signaal doorgeven zodanig dat ik weet dat u klaar bent.’ Met die eeuwige glimlach op zijn Aziatisch gezicht verwijderde de man zich nog even buigend met een groet de kamer.

            Stephen aarzelde een moment. Zou hij uiteindelijk een antwoord krijgen op zijn vragen? Wie was de zus van Suzy? Waardoor was zij zo in moeilijkheden gekomen dat het haar het leven koste? Zijn hand trok de binnenkant van de doos uit.

 

copyright Rudi J.P. Lejaeghere

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...