Requiem

Een wreedaardige seriemoordenaar maakt de Nieuwe Wereld onveilig. Door zijn hand vallen regelmatig slachtoffers aan de rand van de zustersteden Tokio en Sanctuary. Yukiko Mitsokai heeft ook famileden verloren door deze moordenaar. Samen met Stephen March en een groep van vrienden zullen zij proberen om deze psychopaat te stoppen.

0Likes
0Comments
2361Views
AA

11. 11.

 

 

11

 

 

 

            ‘…gaat over een vrouw van ongeveer veertig jaar, blank en is het enig geval dat in eerste instantie buiten de noemer van de Akai-moorden viel.’

            Ik was samen met Ji Lang en Eagle Eye in het heiligdom van Gerekko Dai. Na een telefoontje met mijn laatste wedervaren in de Swift waren we op verzoek van Gekko zelf naar zijn appartement gekomen om wat te brainstormen.

            ‘Waarom in eerste instantie…?’ vroeg Ji die tegelijkertijd met belangstelling de technische snufjes van onze gastheer aan het keuren was. Eagle Eye had zichzelf met zijn enorme gestalte in een lange divan gedeponeerd, zodanig dat ik mij maar terug in een van de intellingente zetels van Gekko zette.

            ‘De MO was gelijkaardig, ze werd in de nabijheid van de Catacomben weergevonden, in stukken gesneden en er werden ook sporen van een verdovend middel aangetroffen in haar versneden lichaam, net zoals bij de andere gevallen. Maar men kon niet echt vaststellen of ze Akai was. Men heeft haar ook nooit kunnen identificeren, een lijk zonder naam. Men hoefde ook niet zoveel te puzzelen om… nou ja, er waren minder stukken. Daarom heeft men ook gezien dat er een belangrijk deel ontbrak bij deze vrouw.’

            ‘Oh ja,’ mengde Eagle Eye zich in het gesprek, ‘toch niet haar oog!’ Niet iedereen leek dit echt grappig te vinden. ‘Sorry hoor, beroepsmisvorming wegens traumatische ervaring,’ verontschuldigde hij zich met een kwinkslag.

            ‘Eigenlijk ben je er dicht bij met je vermoeden, Jérome.’ Gekko wou pertinent niet de bijnaam Eagle Eye gebruiken, alhoewel wij dit wel deden. ‘De hele santenboetiek rond het oog ontbrak, ik bedoel, na de stukken aan elkaar te hebben gepast, ontbrak uiteindelijk het hoofd in zijn totaliteit. Het is pas vanaf de volgende gevallen, omdat deze allemaal onder de Akai zijn gevallen en met hetzelfde wapen als bij het eerste slachtoffer zonder naam, dat men het betreffende dossier van de vrouw zonder hoofd ook onder dezelfde noemer heeft gecatalogeerd. Ik moet er wel bijzeggen dat dit info is volgens de databanken van de Veiligheidsdienst.’

            Gerekkko schoof nog wat met zijn touchscreens en haalde een nieuw rapport op. ‘Hier heb ik een recent rapport over het wapen waarmee  men veronderstelt dat de moorden zou zijn gepleegd. Ieder wapen heeft zijn eigen inprenting of insnijding in het vlees en laat kenmerkende inkepingen in de beenderen achter die dan achteraf kunnen vergeleken worden. Men veronderstelt dat het in deze gevallen gaat om een samoeraizwaard of Katana. Om nog specifieker te zijn een Katana dat van Japanse makelei was. Daar heet het dan een Nihonto omdat het op een speciale manier gesmeed wordt van een uiterst zeldzame metaalsoort, het Tamahagane.’

            Iedereen luisterde geïnteresseerd en met open mond naar de technische uitleg van Gekko, mijzelf inbegrepen. Hij had opnieuw met succes de site van de Veiligheidsdienst gekraakt, een recente versie van hun gegevens gekopieerd op zijn harde schijven en was ons nu aan het bijpraten over de belangrijkste punten in de Akai-dossiers.

            ‘Wisten jullie dat Tamahagane gemaakt wordt van ijzerzand dat verwarmd wordt in een smeltoven, waarbij koolstof aan toegevoegd wordt? Een langdurig proces en een echt precisiewerk, zeker wanneer je een Nihonto wil krijgen die puur is. Daarom moet je de grondstof Tamahagane eerst zo goed mogelijk en met de juiste rituelen bereiden. Zo’n blok metaal wordt dan in stukken gehakt en dan is er werk aan de winkel voor de zwaardsmid. Er zijn er maar enkele die in staat zijn om de echte en originele Nihonto te maken. Deze moorden zijn allemaal gepleegd met zo’n specifiek wapen.’

            Gekko glimlachte om onze belangstelling en voegde er nog als een weetje aan toe, ‘dat hebben ze,’ waarmee hij de Veiligheidsdienst bedoelde, ‘niet aan de pers verteld. Het is de gewoonte bij hen om af en toe wat details achter te houden. Bij eventuele verhoring van verdachten laten die zich soms dan wat ontvallen die een onschuldige niet kon weten en bingo! Voor ze het weten, zit de verdachte achter een muur van staal voor de rest van hun miserabel leventje.

            ‘Zijn er nog overeenkomsten in al die gevallen of zijn er ook noemenswaardige verschillen die een licht op de zaak kunnen werpen? Waarom worden, behalve dan dat eerste geval misschien, Akai ontvoerd en vermoord? Er moet toch ergens een spoor zijn, iets waar men verder kan op werken,’ klonk ik wat ontmoedigd.

            Met zijn toverende handen bracht Gekko andere beelden en data naar de voorgrond op zijn schermen. Hij liet een periode van stilte vallen terwijl hij een aantal zaken aan het bestuderen was. Ik durfde hem niet onderbreken, ik wist dat Gekko geniaal was op zijn gebied en als er iets was, hij het wel zou vinden. Naast mij in de divan hoorde ik in de stilte af en toe het bionisch oog van Eagle Eye inzoomen op de gegevens die we te zien kregen.

            ‘Goede vraag Yu’, zei Gekko na een tijdje,’er zijn inderdaad ook verschillen. Alles duidt erop dat hij driester en driester wordt. De eerste vrouw werd aan de rand van de Deeplands, ter hoogte van de Catacomben gevonden. Zo ook de volgende twee gevallen. Gekko trok met zijn vinger over een plan van Sanctuary en omgeving en een rode lijn verscheen op het virtuele geprojecteerde plan. Vanaf zijn vierde slachtoffer nadert hij meer en meer de stad. Het laatste slachtoffer dat op de parking van de Megaskoop is teruggevonden was tot nu toe de dichtste locatie, eigenlijk juist binnen de stad van Sanctuary. Er was ook al een slachtoffer in Tokio, een zekere Suzy Chang. Ik vermoed als we nog van hem horen dat hij verder de stad binnentrekt. De tijdspanne tussen de moorden wordt ook kleiner en kleiner.’ Gekko keek rond op een inbreng van ons.      

            Ik probeerde aarzelend, ‘dat wil dus zeggen dat hij zich veilig waant. Ofwel wil hij de Veiligheidsdienst en de politie uitdagen, ofwel juist het tegenovergestelde en kan hij zich minder en minder beheersen en zoekt hij zijn slachtoffers waar hij er meest en gemakkelijkst kan vinden. In de stad zelf dus.’

            Ji knikte. ‘Misschien dat hij op die manier nu een fout zal maken en dat hij in de val loopt. Maar wat mij vooral intrigeert, is het waarom. Waarom hij het op de Akai heeft gemunt heeft? Yu, jij bent Akai, heb jij een idee?’

            Hoe diep ik ook nadacht en mijn hersenen pijnigde ik kon geen reden vinden. ‘Akai staat voor vredelievendheid en altruïsme. Wij maken geen vijanden, het zal nooit onze bedoeling zijn. Als we weet hebben van een misverstand of een ontluikende ruzie tussen Akai, wordt er geweldloos een oplossing gezocht en als men er met de betrokken partijen niet uitkomt wordt het een beslissing voor de Hoge Raad van de Akai. Wij leggen ons onvoorwaardelijk neer bij hun oordeel.’ Ik dacht aan mijn bloedeed voor het graf van mijn ouders. ‘Daarop is in één geval een uitzondering…!’ Ik kon het hen beter nu vertellen dan later.

            Iedereen keek verrast op en wachtte op verdere uitleg.

            ‘Hoe zou ik het formuleren?’ Ik dacht even na en vervolgde, ‘als een familielid in de eerste rang vermoord wordt krijgt de overlevende het bloedrecht om zich te wreken. Hij moet honderd procent zeker zijn dat er geen onschuldige wordt gestraft. Na de daad moet hij zich dan nog gaan verantwoorden voor de Hoge Raad van de Akai die hem of haar dan zal vrijspreken of …indien zij beslissen dat het niet zijn of haar bloedrecht was of dat er mogelijks iets verkeerd is gebeurd in het uitoefenen van dat voorrecht, een gepaste straf opleggen. Ik kan je verzekeren dat je als Akai dan best maar recht in je schoenen staat.’

            Iedereen keek naar mij. Ik voelde één bionisch en vijf andere ogen op mij gericht. Ik was Akai en mijn ouders waren afgeslacht. ‘Ja, jullie heb het recht om het te weten, ik heb voor hun graf mijn bloedrecht afgeroepen. Wanneer ik de schuldige zal doden, zal ik verantwoording afleggen. Als een van jullie hem zou doden, gezien jullie geen Akai zijn, zullen jullie waarschijnlijk verantwoording moeten afleggen tegenover de Veiligheidsdienst. Ik zou dan, als ik jullie was,’ ik keek beurtelings naar Ji en Eagle Eye, ‘…heel zeker zijn vooraleer je iets doet wat jullie je leven lang zou kunnen spijten. Ik heb om jullie hulp gevraagd, hulp om de schuldige te vinden, maar ik vraag jullie niet te doden in mijn naam. Dat zou regelrecht tegen mijn levenslange lering zijn en een smaad werpen op de dood van mijn ouders.’ Ik slikte even en bemerkte dat ik buiten adem was.

            ‘Dat zien we dan wel, mijn beste Yu’, zei Eagle Eye bemoedigend en hartelijk zoals altijd. ‘Op dit ogenblik zijn we nog niet aan het moment van wrake toe. Laten we ons eerst concentreren op het zoeken van de schuldige.’

 

……..

 

            Hij kwam wakker op een brits. Zijn hoofd deed pijn en zijn zicht was troebel. Veel van wat er gebeurd was, herinnerde hij zich niet. Op weg naar huis, na de Keiko in de gevechtsschool werd hij aangesproken door twee mannen in een zwart pak. Hij had hen nauwelijks opgemerkt toen ze in een even zwarte autobot naast hem in de lucht bleven zweven. Zoals gewoonlijk was hij onderweg naar huis, uittreksels van ‘Een Boek van Vijf Ringen’ aan het opzeggen in zijn hoofd. Dit was het boek van de leermeester van Kenjutsu, Miyamoto Musashi, het boek dat hij al zoveel keren had gelezen dat hij het bijna helemaal uit zijn hoofd kon opzeggen.

            De mannen in zwart en vooral hun ogen, dat herinnerde hij zich. Ze waren koud en berekenend. Het waren ogen die hij ’s ochtends ook altijd in de spiegel zag. Zonder bewijs wist hij dat dit gevaarlijke mannen waren. De mannen spoten een goedje in zijn gezicht en toen werd plots alles donker. Stemmen…af en toe stemmen, die in zijn half bewusteloze toestand doordrongen van buitenaf. Daarna pijn. Weer stemmen en vreemde geluiden, maar nu binnen in zijn hoofd. Dwingende stemmen!

            Langzaam werd zijn zicht beter en zag hij dat men hem had vastgebonden. Hoeveel hij ook aan zijn boeien wrikte of trok, hij kreeg ze niet losser, integendeel ze sneden dieper in zijn polsen en enkels. Ook rond zijn nek was een brede band bevestigd, zodat hij niet met zijn tanden aan het infuus kon. Het infuus dat in zijn linkerarm was aangebracht, waar druppel per druppel een onbekende vloeistof in zijn aderen verdween. Rond hem stonden nog een aantal monitoren die via draadloze elektroden op zijn lichaam zijn lichaamsfuncties aangaven in lijnen en flikkerende getallen. Hij sloot vermoeid en verward de ogen en wachtte af. Ondertussen hoorde hij muziek, een sombere melodie met stemmen die hem meetrokken in hun lied, steeds dieper tot hij op een moment niet meer wist of hij sliep of nog wakker was.

            Na een tijd, een uur of misschien wel meer - hij had geen besef van tijd - kwam er een man binnen met een witte jas en een steriel mondmasker over de onderkant van zijn gezicht. Hij antwoordde niet op zijn vragen maar verwijderde het bijna leeggelopen infuus en de elektrodes. Uit zijn jaszak haalde hij een injectienaald en een kleine flacon waaruit hij een geelachtige vloeistof opzoog en vervolgens via de katheter de aderen inspoot.

            Het werd weer donker om hem heen en hij hoorde enkel nog de woorden die de man met het mondmasker uitsprak.

            ‘Hij is klaar voor vervoer.’

            Blijkbaar had iemand de dokter gehoord want de deur zwaaide open en de twee mannen in zwart pak kwamen de ruimte binnen en maakten de boeien van de bewusteloze man rond de nek, handen en voeten los. Met hun beiden droegen ze hem naar buiten en deponeerden hem zacht in een brancard die zich in de passagiersruimte bevond van de autobot die na het sluiten van zijn deuren de nacht ingleed.

            Enige uren later werd de verdoofde van de brancard uit de autobot overgeladen in een speciale wagon van een langeafstandstrein van Amtrak die razend snel vertrok naar zijn bestemming.

            Af en toe kwam hij weer half bij bewustzijn en hoorde hij de stemmen.

 

            Alles komt goed. Je moet nu rusten. Wij zorgen voor jou. Jij zorgt voor ons. Alles komt goed. Je bent uitverkoren. Luister goed en alles komt goed!

 

            De bestemming van de trein was La Guardia, de belangrijkste vlieg- en helihaven van New York waar ze hem samen met een nog een andere persoon op zijn draagbaar in zijn volgende vervoersmiddel overbrachten. De speciale jet steeg ter plaatse een aantal meter vertikaal op, plooide langzaam zijn vleugels uit en gezien de piloot reeds toestemming had gekregen van de vluchtleiding, verdween hij met een duizelingwekkende snelheid. De piloot programmeerde zijn bestemming in de automatische piloot. Die had een van de mannen in het zwarte pak hem toegestopt net voor het inladen van zijn vracht. De piloot kende deze heren omdat hij vroeger nog enkele vrachtjes voor hen had vervoerd. Hij stelde geen vragen, de prijs was goed en hij tikte onbewogen nog enige supplementaire gegevens in de boordcomputer. Het toestel vloog in een grote boog over de skyline van de stad New York en begon zijn lange vlucht richting Nieuwe Wereld.

 

……..

 

            Ichirou Kato was adjunct-directeur geweest van het Lucky Child Relocation toen de halfzus van Suzy Chang door zijn organisatie werd geplaatst in haar nieuwe gezin. Stephen had deze informatie nog doorgekregen van de virtuele evenbeeld van Suzy. Nadien was zij van het scherm verdwenen en hij vermoedde dat dit het laatste bericht was dat zij voor hem had achtergelaten vooraleer zij gedood werd. Geen verdere uitleg over de twee sleutels en hun bestemming.

            Hij had terstond zijn diplomatieke bronnen aangesproken om deze man op te sporen wat betrekkelijk gemakkelijk was verlopen. Ondertussen had hij zijn thuisbasis verwittigd en de situatie omtrent het overlijden van Suzy Chang uitgelegd. Vermoedelijk bleef hij wat langer rondhangen om de familiezaken te behartigen, had hij aan zijn collega Reginald Holt verteld. Zij zouden zonder hem moeten terugvliegen naar La Guardia New York. Terwijl hij hen toch aan de lijn had, vroeg hij hen echter wel zijn visum te verlengen. Gezien zijn status werd dit in korte tijd in orde gebracht. Stephen kreeg drie weken extra om antwoorden te zoeken op al zijn vragen rondom de mysterieuze dood van Suzy.

            Hij had nu wel een naam maar Ichirou Kato was een moeilijk te spreken persoon. Zelfs voor iemand als Stephen March met al zijn diplomatieke invloed en zijn jarenlange ervaring bij de hoogste vertegenwoordigers van de Nieuwe Wereld. Ichirou had LCR verruild voor een directeurspositie bij de Fijutso Building Company.

            Verschillende telefoontjes vanuit zijn ambassade naar de firma werden koel onthaald en hij had na veel aandringen een afspraak kunnen regelen met de secretaris van Ichirou Kato. Men liet hem een klein kwartiertje wachten in een comfortabele lounge waar een lieftallige oosterse dame hem had achtergelaten met een frisdrankje.

            Een kleine man, Ayaka Sato, het stereotiepe figuur van een vooroorlogse Japanner groette hem beleefd en vroeg Stephen hem te volgen naar zijn kantoor. Stephen volgde hem door een doolhof van gangen die één reclamebord waren voor de Fijutso Building Company. Het was een vooraanstaande firma in de bouwwereld die miljardenprojecten afsloot in de Nieuwe Wereld en blijkbaar met een stevige ‘Return On Investment’. Alles wees op de hoge rendabiliteit van de firma en was luxueus en qua binnenarchitectuur volgens de laatste snufjes ingericht. Zo ook op deze etage van de wolkenkrabber, waar zich het hoofdkantoor van het FBC zich bevond.

            Op het grote bureaublad waarachter de kleine Ayaka Sato minuscuul overkwam projecteerden zich beelden van de beurskoersen en nieuwsberichten. Hetzelfde systeem als in het appartement van Suzy, maar dan nog wat meer gesofisticeerd en op grotere schaal. Ayaka nam een afstandsbediening in zijn hand en de schermen maakten plaats voor een beeld van een of ander exotisch strand met rollende golven. Het geluid werd gedempt tot een stil ruisen op de achtergrond.

            ‘Meneer March, mag ik u in naam van het FBC onze welgemeende deelneming aanbieden in uw verlies. Een mensenleven is maar een kleine korrel zand op het strand, maar op zich uniek en onvervangbaar. Ik hoop dat de golven van de zee uw verdriet en gemis mogen verzachten en helen zoals het water van de zee het zand keer op keer weer effen strijkt.’

            Stephen knikte kort als teken dat hij het apprecieerde wat de secretaris hem met uitgestreken emotieloos gezicht toewenste. ‘Doomo Arigato Gozaimasu,’ beantwoordde Stephen hem in zijn eigen taal. Hij wou met een positieve toon het gesprek beginnen. Een antwoord in de secretaris’ moedertaal zou misschien de ijdelheid van de man bespelen. Hij sprak geen vloeiend Japans maar deze woorden had hij de laatste tijd toch al heel wat moeten gebruiken: ‘Heel erg bedankt.’ De ogen van Ayaka Sato reageerden inderdaad op zijn bedanking.

            ‘Doo Itashimashite. Welkom! Waarmee kan ik je van dienst zijn Meneer March? Zoals ik u al telefonisch heb gemeld is de directeur Ichirou Kato verhinderd en biedt u zijn diepgemeende excuses aan voor zijn afwezigheid. Ik heb de bevoegdheid en ook de beschikking over alle informatie die de heer Kato-sama u kan verschaffen,’ vertelde Ayaka Sato aan Stephen die aan de overkant van het bureaublad met zijn een meter tweeënnegentig neerkeek op de heer Sato. Sato was dus wel degelijk ondergeschikt aan Ichirou Kato anders zou hij niet het Japans achtervoegsel ‘sama’ gebruikt hebben.

            Stephen schoof wat dichter bij het bureaublad en met de ellebogen voorover geleund en met de handen in elkaar gestrengeld maar met de beide wijsvingers wijzend op de heer Sato stelde hij resoluut zijn eerste vraag: ‘ De Heer Ichirou Kato was eertijds adjunct-directeur van het LCR, het Lucky Child Relocation. Hij heeft bemiddeld in de adoptie van een familielid van mijn overleden zus Suzy Chang. Het gaat over haar halfzus, kind van Kathy Chang. Ik had graag in contact gekomen met het geadopteerde meisje, ondertussen natuurlijk al een volwassen vrouw. Gezien het overlijden van haar biologische moeder en het feit dat ik bepaalde documenten heb die haar misschien kunnen interesseren of van nut zijn, had ik graag haar huidig adres bekomen.’ Een betere smoes had hij niet kunnen verzinnen. Hij hoopte op het medeleven van de Japanner, maar vreesde het ergste toen hij bij zijn laatste woorden de man al ontkennend zag reageren.

            ‘Meneer March, u moet begrijpen dat die informatie uiterst confidentieel is. De heer Ichirou Kato heeft toentertijd gehandeld volgens de voorschriften van het LCR en het is niet omdat deze organisatie is ontbonden, dat wij ons niet moeten houden aan de letter van de wet van de adoptie. Het kan voor de geadopteerde negatief zijn om terug in contact te komen met zijn biologische ouders of familieleden na een leven in een nieuw gezin.’           

            Natuurlijk had Stephen dit enigszins verwacht. Zonder slag om stoot zou hij die info niet boven water krijgen maar hij probeerde verder te vragen: ‘Als u nu, ter wille van de goede relaties tussen de Oude en Nieuwe Wereld, eens zou polsen of de vrouw in kwestie weet dat ze geadopteerd is. Misschien is het wel haar wens om te weten wie haar biologische moeder was. Wij kunnen ons natuurlijk moeilijk in haar plaats stellen, maar op een bepaald moment in ieders leven zoeken we naar de bron van ons bestaan. We hebben allemaal onze wortels waaruit we verder zijn gegroeid. Als we ’s morgens in de spiegel kijken zien we in onze ogen onze moeder, in onze lach onze vader. Wat als we in de spiegel kijken en een onbekende vrouw of man zien en ons afvragen: Wie ben ik, waar kom ik vandaan?’ Stephen was niet aan zijn proefstuk, had dikwijls als met delegaties van de Oude Wereld gesproken, kende hun sterkte maar ook hun zwakkere punten.

            Ayaka Sato dacht na, plooide zijn handen tegen elkaar voor zijn gezicht in een bijna religieus gebaar. ‘Ik begrijp het allemaal wel. Maar de wet…,’ hij begon toch tekenen te vertonen dat het pleidooi van Stephen March hem ergens had weten te raken. Hij nam plots van onder het tafelblad een mobieltje waar hij na het nummer ingetoetst te hebben in een niet te volgen Japans het een en ander vertelde. Stephen hoorde af en toe zijn naam en die van Suzy en Kathy vallen. Ayaka Sato bleef na een uitvoerige uitleg aan de telefoon een tijdje stil en knikte verschillende malen alsof de persoon zelf aan de andere kant van de lijn voor hem stond. ‘Hai, Doomo Arigato Gozaimasu, Kato-sama.’

            Stephen hield zijn adem in. Dat was een rechtstreekse verbinding geweest met de directeur in kwestie. Nu zou het komen. Nu zou het afhangen van het antwoord of hij zijn zoektocht verder kon zetten. ‘Hai’ betekende ‘Ja’, maar ja voor wat? Voor het wel of het niet geven van verdere informatie?

            ‘De heer Ichirou Kato wil voor één enkele keer een uitzondering maken. Maar daar is een voorwaarde aan verbonden. Enkel in het geval u als erfgenaam van Suzy Chang een veiligheidsleutel met een RFID-tag in uw bezit hebt die op een locker past van een kluisje van de ‘Sutimoto Bank & Insurance Company kan ik u verder informatie verschaffen.’

            Stephen haalde de sleutelbos boven en toonde triomfantelijk de sleutel met de RFID-tag. Ayaka Sato knikte bevestigend. Dus Suzy had deze sleutel van die bank op een of andere manier in haar bezit gekregen, misschien via haar moeder. Het was het bewijs en ook het voorrecht dat ze blijkbaar ook aan Suzy hadden verschaft om in het kluisje te komen.

            De kleine Japanner glimlachte voor het eerst. ‘Jawel, Meneer March, uw zus heeft ook bij ons dezelfde vragen komen stellen. Zij had natuurlijk, gezien haar rechtstreekse band met Kathy Chang nog iets meer overtuigingskracht om de toegang tot de kluis te verkrijgen. Wij hebben inderdaad ook eerst gepolst bij de ouders van de geadopteerde of de vrouw in kwestie op de hoogte was van haar adoptie. Dat was zo. Volgens de heer Ichirou Kato heeft hij hen de sleutel overhandigd die toegang gaf tot een kluisje waarin meer informatie beschikbaar was over het geadopteerde meisje. Wij hebben verder niets meer gehoord hoe het allemaal is afgelopen, of zij haar dan heeft teruggevonden of niet. U mag niet vergeten dat dit gegevens zijn van de locatie van bij het begin van de adoptie. Gezien de ontbinding van het LCR is de situatie niet meer verder opgevolgd door de heer Ichirou Kato en kan het zijn dat de familie verhuisd is. Het is niet mijn bedoeling u te ontmoedigen, maar ik wil u ook geen valse hoop geven.’

            Stephen stond recht en groette Ayaka Sato met het hand op het hart. Nu stak Ayaka zijn kleine hand uit. ‘Ik hoop dat uw zoektocht beloond wordt. Sayonara’. Het vaarwel van de heer Ayaka Sato betekende dat hij verder geen informatie meer zou krijgen. Dat was het en daarmee zou hij het moeten doen. Stephen was benieuwd wat hij in de kluis zou vinden en indien dit hem zou helpen om Suzy’s zus op te sporen.

 

copyright Rudi J.P. Lejaeghere

 

 

 

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...