Requiem

Een wreedaardige seriemoordenaar maakt de Nieuwe Wereld onveilig. Door zijn hand vallen regelmatig slachtoffers aan de rand van de zustersteden Tokio en Sanctuary. Yukiko Mitsokai heeft ook famileden verloren door deze moordenaar. Samen met Stephen March en een groep van vrienden zullen zij proberen om deze psychopaat te stoppen.

0Likes
0Comments
2397Views
AA

10. 10.

 

 

10

      

 

 

       Zijn moeder gleed tussen de lakens zoals ze dat reeds een paar weken sinds zijn veertiende verjaardag regelmatig had gedaan. Hij kende ondertussen zijn taak. Op de bewuste dag, de dag van zijn verjaardag, was zijn moeder zijn slaapkamer binnengekomen. Ze had zich neergezet op zijn bed en hem met een ondoorgrondelijke blik aangekeken. Haar ogen schitterden in het licht van zijn leeslampje.

            ‘Proficiat met je veertiende verjaardag. Nu wordt je langzaamaan een man…mijn lieve jongen.’ Ze glimlachte, nam zijn hoofd in haar vlezige handen en gaf hem een plakkende zoen op zijn lippen. Ze rook terug naar alcohol, met een zweem van geparfumeerde zeep en een geur die hij moeilijk kon omschrijven. Het had iets te maken met die blik in haar ogen. ‘Ik heb je cadeautje mee. Wil je het openmaken of doe ik het zelf?’ Hij keek haar aan, zijn blik gleed enigszins argwanend terug naar haar lege handen. Hij haalde zijn schouders op. ‘Nou, goed dan, ik zal je nog heel wat moeten leren zie ik,’ reageerde ze geheimzinnig.

            Ze stond recht en trok haar nachtkleed uit over haar hoofd. Zo stond zijn moeder nu poedelnaakt voor hem. Met haar zware borsten en grote bruine tepelhoven bleef ze uitdagend voor hem paraderen, Enkele momenten om zijn reactie te peilen. Zijn ogen dwaalden over haar borsten en stijve tepels, daalden naar beneden en zagen haar weelderig behaarde venusheuvel of pubis. Hij kende de benamingen van uit zijn boekjes. Ooit had hij zelf eens de medische term opgezocht in een woordenboek.  Zijn ademhaling werd dieper en vlugger.

            Zijn moeder schoof tussen de lakens en pakte onzacht zijn hand en legde die op haar borst. ‘Je moet niet bang zijn, ze kunnen tegen een stootje. Nijp er maar eens goed in.’ Hij keek haar aan en voelde een kloppende erectie in zijn pyjamabroek. ‘Ze gaan er niet afvallen hoor, harder, ja…zo…nog harder,’ hijgde ze. Ze greep plots zijn piemel en begon hem langzaam te bevredigen, eisend om haar nog harder te knijpen. Hij kwam vlugger klaar dan een hete hengst in de zomer. Dat maakte haar echter kwaad en een stevige muilpeer was zijn beloning.

            Ja, het deed pijn. Maar zijn handen die vrijelijk over haar lichaam gleden bezorgden hem een nieuwe erectie. Het was dat vreemde gevoel, niettegenstaande de pijn vond hij het allemaal wel leuk. De nieuwe gevoelens die wakker werden in zijn puberende lichaam. De kennis dat zijn moeder hem op de ene of andere manier nodig had, deed hem goed. De manier waarop ze hem nodig had nog veel meer.

            Het ritueel herhaalde zich met tussenpozen. Hij leerde zijn lust beter bedwingen en haar langer haar pijn te geven die ze van hem verlangde. Ze vroeg hem soms dat hij op haar tepels zou bijten, dat hij haar op haar vlezige achterwerk zou slaan of erin knijpen. Ze waarschuwde hem wel haar niet te verwonden. Anders zou hij het aan de lijve wel voelen wat ze daarvan dacht. Zijn moeder was onverzadigbaar en kon inderdaad tegen heel wat pijn. Af en toe was het voor haar dan toch weer niet genoeg en kreeg hij als bevrediging een gevoelig toemaatje. Een pak slaag stimuleerde hem om het de volgende keer beter of iets harder te spelen. Hij aanvaardde de straffen van zijn moeder stoïcijns als een echte man, de man die ze verwachtte die hij zou worden.

            Steevast als dat gebeurde, probeerde hij de sluimerende boosheid, die hij onderdrukte in de nabijheid van zijn moeder af te werken op iets anders. Zijn lichaam, zijn geest vroeg erom, het was een echte bevrijding in het begin. De eerste keer dat het voorviel, was zijn slachtoffer een van de jonge katjes die de poes bij de buren had gekregen. Hij had het kleine ding eerst ontvoerd bij de buren, daarna met gemengde gevoelens gestreeld, waarna hij de miauwende kitten met een korte ruk het nekje had gebroken. Hij was wel zo slim om zijn sporen steeds uit te wissen. Hij begroef zijn slachtoffertjes steeds op een afgelegen plaats en keek altijd goed uit dat hij niet werd gezien bij zijn lugubere graafwerken. De buren stonden voor een raadsel. Zo verdween op menige plaats in de stad een jong dier, meestal kattenjongen of een enkele keer een klein hondje toen hij sterker werd.

            Soms ook verwerkte hij zijn gevoelens door het pesten van wat kleinere jongens die hij opwachtte en bedreigde. Hij wist ze uit te kiezen. Zij zouden nooit durven klikken, daarvoor hadden ze teveel angst voor hem. Hij raakte hen niet aan, maar hij kende hun zwakheden en lachte hen uit. Trok hun broek tot op hun enkels, zoals zijn moeder bij hem had gedaan, zodat zij hem niet konden ontvluchten. Vernederde hen met woorden. Hij kerfde wonden in hun geest. Naast een bevrijding voelde hij bij het kraken van de nek van de jonge dieren een soort bevrediging, ook bij het zien van de tranen van de gepeste kinderen voelde hij de macht die hij over hen had.

            Op een dag, zijn moeder was in een goede bui, vroeg hij haar of hij zich mocht aansluiten bij een plaatselijke club. Men leerde de leden van die vereniging allerhande gevechtstechnieken aan uit de oude Japanse scholen zoals Iaido, Koryu en Kenjutsu. Manieren om zich te verdedigen in een maatschappij die bol stond van het geweld. Een samenleving waar enkel de sterkste overleefde. Hij vond het nodig om zich beter te kunnen verdedigen tegen die vijandige buitenwereld, legde hij haar uit. Zijn moeder begreep zijn gedachtegang en stemde zondermeer toe. Hij koos voor een oude Oosterse gevechtschool Kenjutsu, een traditionele Japanse gevechtskunst.

            Miyamoto Musashi, een van de bekendste samoerai die leefde in de vijftiende en zestiende eeuw was de uitwerker van deze leer die de onderliggende drijfkracht was van Kenjutsu en werd door deze samoerai op het einde van zijn leven in de ‘Go Rin No Sho’ of ‘Een Boek van Vijf Ringen’ uiteengezet.

            De vijf ringen stonden voor de vijf hoofdstukken van het boek, die elk één van de elementen besprak namelijk water, wind, vuur, aarde en leegte. Het was van het allergrootste belang dat deze teksten van buiten werden geleerd door de leerling, als ook om in de training te volharden…jarenlang. Deze regel maakte hem echter ongeduldig en juist daarom werd hij dikwijls bij de meester geroepen, waarbij hij telkens een standje kreeg.

             Soms moest hij zijn moeder de aangeleerde bewegingen die hij tijdens de training of keiko had aangeleerd voordoen. Liefst in zijn nakie, vooraleer ze overgingen tot hun avondlijk seksueel ritueel die zijn moeder gekscherend ‘haar slaapmutsje’ noemde. Een kwestie om het kind een naam te geven.

            Zo groeide hij op en begon zich sterker te voelen dan ooit. Hij werd een goede leerling in Kenjutsu. De pijn die gepaard ging bij het uitoefenen van de keiko was klein bier voor hem. Gezien de avondlijke rituelen met zijn moeder harden en harder werden,verschoof de machtspositie iedere dag ietsje meer in het voordeel van de zoon. Pijn was voor hem een gegeven, een middel om iets te verkrijgen, iets te worden. Moeder en zoon werden aan elkaar gewaagd. Tot de dag dat hij ‘haar’ voorschreef wat er zou gebeuren en zij slaafs zijn wensen opvolgde. Hij was pas zestien geworden.

 

……..

 

            Vier sleutels. Wie ben je? Furious!!!

            Stephen March had veel tijd te doden tijdens zijn reizen van de Oude naar de Nieuwe wereld. Talloze nutteloze uren in treinen, vliegtuigen en helibots. Om die saaie momenten te overbruggen en om niet altijd met diplomatieke literatuur bezig te zijn, had hij altijd een digitale woordzoeker bij. Zijn vader Thomas had hem vroeger verteld dat zijn moeder Maddy Silverstone een fanatiek woordzoeker was. In die tijd kon men nog de papieren versie van deze puzzels in alle varianten en moeilijkheden verkrijgen. Heden ten dage, om papier te besparen en om verantwoord zijn hobby uit te voeren, werd er ook op het puzzelplezier een ecologische stempel gedrukt. Digitaal was in de mode, digitaal was natuurvriendelijker dan het rooien van ganse bossen.

            FURIOUS!! FOUR IS U!! Vier, dat ben jij! De U gebruikend als letter voor het Engels woord ‘YOU’, een veelvuldig gebruik in acroniemen. Het was geen vlekkeloos Schoolengels, maar volgens zijn gevoel klopte het. Zou het echt zo gemakkelijk zijn? Stephen zette de viewer op en laadde het gesavede spel. Hij bevond zich terug voor de deur met de naam op. De stem vroeg hem opnieuw: ‘Wie ben je?’. Onbewust had hij in spanning zijn adem ingehouden en in een verlossende zucht kwam zijn antwoord:’Vier, ik ben vier’. De deur opende zich en hij liet zijn virtueel personage de kamer binnengaan. De deur viel met een luide metaalachtige klap achter hem in het slot en hij draaide zich verrast om. Aan de binnenkant zat een ouderwetse klink maar toen hij probeerde of hij die kon bewegen, voelde hij dat de deur afgesloten was. Stephen schrok weer van de stem die hij hoorde. Het was de stem van Suzy.

            ‘Hoi, Stephen. Voor alle zekerheid zou ik willen dat je in het invoervak de naam en het aantal ingeeft van je verzameling. Je weet wel, het getal dat je bij je laatste bezoek aan mij hebt toevertrouwd. Een verzekering dat ik de juiste persoon voor mij heb. Vingerafdrukken en oogscans kunnen vervalst worden. Herinneringen en persoonlijke geheimen vind ik een betere manier om iemands identiteit te checken.’

            Stephen tikte verwonderd maar gehoorzaam het woord ‘Stripverhalen’ en het getal in. Ondertussen had hij er al tien meer maar die mocht hij niet meetellen. Het was voor hem een verzameling van onschatbare waarde was, gezien men geen strips op papier meer uitbracht sinds tientallen jaren. Het getal 1302 stond even te flikkeren in het numeriek invoervak. Voor hem verscheen plots het beeld van een virtuele Suzy die hem tegemoet lachte. Hij moest even slikken. Net zoals toen Stephen binnenkwam in het appartement voelde hij het verdriet en het gevoel van gemis prikte als tranen in zijn ogen. Hij moest zich vermannen. Hier was een reden voor. Suzy had wellicht een boodschap voor hem.

            ‘Je zal je wellicht wel afvragen wat dit allemaal betekent. Maar ik kan niet voorzichtig genoeg zijn. Zoals ik al zei, de techniek staat voor niets, oogscans en vingerafdrukken zijn al eerder nagemaakt of onrechtmatig en soms met geweld van de eigenaar verkregen. Met al deze boobytraps weet ik voor 100 procent dat jij het bent. Had je me niet de juiste antwoorden gegeven, zouden alle gesavede games gewist worden en zou de speler van punt nul weer moeten beginnen.’

            Stephen zat met open mond de beelden te bekijken die hij virtueel doorgezonden kreeg in zijn viewer. Waar was Suzy in beland, dat zij zo’n voorzorgsmaatregelen moest nemen om hem iets te vertellen. Het had tot haar dood geleid, dat was zeker. Ze had de situatie wel degelijk als gevaarlijk ingeschat en iets ontworpen om Stephen te verwittigen of…

            Suzy ging verder na een korte adempauze. ‘Stephen, je weet dat ik mama’s spullen altijd zorgvuldig heb bewaard. Het gebeurde soms als ik naar haar laatste rustplaats was geweest dat ik daarna die spullen bovenhaalde en…ja, wat sentimenteel werd.’ Haar blik werd onzeker, ze sloeg haar ogen neer en hij wist niet of hij het zich verbeeldde, maar hij zag haar onderlip even trillen. Zij slikte kort, hoestte even in haar hand en ging verder.

            ‘Ma had een klein muziekdoosje dat ze tijdens haar leven erg koesterde. Misschien herinner je nog het kleinood Het ene moment had ik het nog in mijn handen en door een stomme onhandigheid liet ik het vallen en brak het in stukken op de grond. Ik was danig geschrokken en ook verdrietig dat ik een herinnering kapot had gemaakt. Maar tot mijn verbazing zag ik dat door het breken van het doosje, er een opgerold papiertje was uitgevallen. Iets dat normaal gezien niet binnenin een muziekdoos hoort, zou je zeggen. Als je hoort wat erop staat, zal je waarschijnlijk evenveel verbijsterd zijn als ik op dat moment. Ik lees het je even voor.’

            Stephen was gebiologeerd door de stem en het beeld van Suzy, maar haar verschijning en haar verhaal was zo levensecht dat hij haar bijna tegen zich wou aantrekken en troosten. Maar…het was niet echt Suzy.

            ‘Hier gaan we dus. Ma schrijft het volgende.’

 

 

Mijn lieve Suzy,

           

            Ik heb dit briefje geschreven omdat ik je belogen heb. Het zal als een verrassing komen, maar het moet mij van het hart en ik kan het niet zomaar gewoon aan je vertellen. Als je kleiner was zou je het zeker niet hebben begrepen en nu… Je stelt iets uit en uit en dan komt het er plotseling niet meer van. Zo werd het moeilijker en moeilijker om iets uit te legen.. Ik voel mij daarnaast ook verschrikkelijk schuldig om wat ik heb gedaan. Op deze manier, het verwoorden op papier, is misschien een begin voor mij om met de situatie in het reine te komen. Een aanmoediging om het je toch op een of ander moment zelf te vertellen en anders blijft mijn geheim eeuwig bewaard in deze muziekdoos.

            Suzy, ik heb je altijd verteld dat je mijn enige dochter was. Helaas was dit een grote leugen. Je hebt nog een zus, een oudere zus. Drie jaar voor jij geboren werd heb ik mijn eerste kindje gekregen, ook een meisje. Ik was nog veel te jong, te onervaren. Ik heb haar laten adopteren. Op dat moment was ik geen echte goede moeder. Ik trok de verkeerde mannen aan. Ook jouw vader was niet een van mijn beste keuzes, maar dat weet je al. Maar mijn tweede kind wilde ik niet laten gaan, niet een tweede keer. De vader van je zus heeft niet eens geweten dat ik zwanger was van hem. Toen mijn zwangerschap merkbaar was, was hij al uit mijn leven verdwenen.

            Mijn moeder en vader hebben mij destijds geweldig geholpen om mij op te vangen en om voor mijn dochter een goede familie te zoeken. Zij hebben een organisatie aangesproken die de adoptieouders op een professionele manier screenden om er zeker van te zijn dat het kindje goed terechtkwam. Ter bescherming van de baby en de biologische moeder werd de identiteit van de nieuwe ouders geheim gehouden voor mij en mijn ouders. Dus ik kan enkel maar van harte hopen dat het goed met haar gaat. Zij is iedere dag nog in mijn gedachten.

            Het enige dat ik je kan meegeven is de naam van de organisatie die mijn ouders hebben gebruikt voor de adoptie van mijn kindje : LCR. Ik denk dat het de afkorting was  voor Lucky Child Relocation. Mijn ouders hebben mij niet meer verteld en zoals je weet sinds jouw geboorte, boterde het niet meer zo goed tussen mij en mijn ouders. Ondertussen zijn ze ook overleden. Het spijt me allemaal verschrikkelijk. Jouw geboorte heeft veel voor mij goedgemaakt en dan met Thomas en zijn zoon Stephen erbij heb ik toch nog wat geluk gevonden. Maar het zal nooit volmaakt zijn en dat is mijn eigen schuld, mijn eigen straf.

            Ik wou dat je dit wist. Ik hou zoveel van je, mijn kind. Vergeef het me!

 

 

Kathy Chang

 

            Stephen had met aandacht het voorlezen van de brief gevolgd, maar begreep niet goed waarom Suzy dit zo achter gesloten deuren en wachtwoorden verborgen had gehouden. Hij veronderstelde dat er nog wel extra uitleg zou volgen.

            Suzy plooide geëmotioneerd de brief toe en stopte hem in haar binnenzak van haar vest. ‘Je zal het je waarschijnlijk afvragen. Waarom al die  geheimzinnigheid rond deze zaak? Op het eerste moment was ik inderdaad van mijn melk toen ik die brief van mijn moeder las. We hadden geen geheimen voor elkaar, dacht ik. Al met al was toch wat boos op haar. Maar na een paar dagen begon er zich een zaadje in mijn gedachten te nestelen dat langzaam uitgroeide tot een prangende vraag: Hoe zou het met mijn halfzus zijn? Zou ik haar terug kunnen vinden? Misschien enkel om haar zeggen dat het mijn moeder altijd spijt had dat zij haar had afgestaan. Of zou ik daarmee haar enkel ongelukkig maken? Als haar nieuwe ouders het haar nooit hadden verteld dat ze was geadopteerd, zou ik daar eerder als een spelbreker onthaald worden.’ Suzy pauzeerde even en ging toen verder.

            ‘Maar mijn nieuwsgierigheid won het van mijn gezond verstand en ik begon te zoeken naar de organisatie LCR. Die was ondertussen ontbonden en ik begon te informeren naar de vroegere directie. Vanaf dat moment had ik het gevoel dat er iets niet pluis was. Er waren momenten dat ik het gevoel had dat ik gevolgd werd. Ik heb nooit iemand kunnen ontdekken, maar mijn zesde zintuig vertelde me dat ik gelijk had. Toen ik de krassen op de beveiligingsconsole van mijn appartement ontdekte, was ik pertinent zeker dat er iemand had willen inbreken. Gelukkig was hij of zij hierin niet geslaagd. Ik telde het een en ander op, mijn zoektocht naar mijn oudere zus, mijn vragen om haar terug te vinden. Ik vermoedde dat het daarmee te maken had. Daarom ook deze boodschap als zekerheid als er mij iets mocht gebeuren. Ofwel ben ik totaal paranoïde aan het worden. Je mag natuurlijk niets uitsluiten hé, Furious!’ Haar onzekere lach kon alles betekenen!

            Stephen luisterde verbaasd naar haar uitleg. Hij dacht aan de aanval met de rode autobot. Zou dit ook in datzelfde kader passen? Was haar dood het gevolg van haar zoektocht naar haar oudere zus? In plaats van antwoorden, kreeg hij meer en meer vragen voorgeschoteld. Waarom had men Suzy geviseerd? Wie was haar halfzus?

 

……..

 

            Op het bureau van de Veiligheidsdienst heerste een nerveuze drukte. Alle bureaus waren honderd procent bezet. De dienst administratie draaide overuren om de info op te slaan in de databanken zodanig dat de inspecteurs er zo vlug mogelijk gebruik van konden maken. Met de regelmaat van de klok werden arrestanten aan- en afgevoerd. De verhoorkamers werden ten volle benut. Tussen het normale lawaai van telefoongesprekken hoorde men het geluid van een protesterende prostituee die opgebracht werd en het gelal van een dronken agressieveling die men had opgepakt.

            De pers, met name de ‘Daily Sanctuary’ had met grote koppen de laatste moorden geblokletterd op hun voorpagina. De Veiligheidsdienst en politie kregen het natuurlijk het ergst te verduren. Hoe was het mogelijk dat één persoon zo’n terreur kon zaaien en dat een organisatie die beschikte over de modernste opzoekingmiddelen nog altijd in het duister tastte?

            Er ontstond een onderhuidse ongerustheid bij de bevolking. Men voelde zich onveilig, vooral ’s avonds en tijdens de nacht. De politie had de avondklok en een samenscholingsverbod ingesteld. In speciale gevallen kon men hierop een uitzondering aanvragen. De stadspolitie was reeds onderbemand en eventuele avondlijke escortes waren bijna niet te organiseren of je moest een invloedrijk persoon zijn of beroep kunnen doen op de juiste relaties. Iedereen was in de ban van de seriemoordenaar en tot nu toe had hij nog maar twee personen tegelijk ontvoerd. Het was ondenkbaar dat één iemand het tegen meer dan twee mensen tegelijk zou durven opnemen.

            Zo hoopte Norino Vastai toch. Hij zuchtte. Blijkbaar deed hij dit de laatste tijd wel meer. Hij keek naar het overzichtsbord van het dossier met alle gegevens over de Akai-moorden. Het whiteboard van weleer waar zoveel roemrijke zaken waren op geëtaleerd was vervangen door zijn digitale versie. Norino vond de hedendaagse methode van het opslaan van gegevens veel efficiënter. Niet alleen omdat de databank zelf referenties tussen gelijkaardige dossiers opzocht en aanduidde, maar ook omdat die veel interactiever  tegenover de gebruiker was. Sinds het begin hadden ze nu al elf moorden voor de kiezen gekregen…en ze waren nog geen stap verder gekomen. Zijn adjunct Shi kwam juist binnen en hij zwaaide even om zijn aandacht te trekken.

            ‘Wat denk jij Shi, de laatste twee gevallen zijn de burgemeester blijkbaar in het verkeerde keelgat geschoten. Ik kreeg daar voor een uurtje een telefoon van hem met de nadrukkelijke wens om zo vlug mogelijk een bruikbaar spoor te vinden en liefst nog een waar aan het eind van het touw een potentiële verdachte aan hing.’ Hij wreef vermoeid in zijn ogen. ‘De enigste overeenkomst dat wij hebben in al deze zaken is dat de slachtoffers de leer van de Akai volgden en dat de slachtoffers in stukken werden gesneden met een zwaard, een Nihonto blijkt nu uit de laatste onderzoeken. Maar wie kan er nu een wrok hebben tegen deze mensen? Zij zijn het meest vredelievend volkje dat er bestaat. Zij vereren de natuur en spreken meer over vrede dan de Paus van de Oude Wereld. Niet alleen spreken, hun dagelijkse leven staat er bol van!

            Shi trok zijn schouders op in een vertwijfelend gebaar. ‘Misschien moeten wij de gevallen nog eens één voor één wat nader bekijken…voor de zoveelste maal. Wie weet, hebben we vandaag wat meer geluk.’

            ‘Oké, oké…’ antwoordde hoofdinspecteur Norino Vastai. ‘Zaak 1… ‘

 

copyright Rudi J.P. Lejaeghere

 

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...