Bloeddorst

De gemeenschap van de nachtwandelaars, door de mensen vampiers genoemd, wordt in hun bestaan bedreigd. Een oud Kwaad is opgestaan, een dagwandelaar met onmenselijke krachten. Vreemde allianties worden gevormd om deze vijand te vernietigen. Vampiers, heksen en weerwolven slaan de handen in elkaar om deze wrede en bloeddorstige moordenaar een halt toe te roepen.

0Likes
0Comments
847Views
AA

14. 14.

 

 

14

 

            Vladimir Sango bekeek aandachtig de instorting. De blokken rots die voor hem lagen waren niet echt een probleem voor hem. Hij had genoeg kracht om deze te verplaatsen. Hij rook echter dat het geurspoor niet van achter de geblokkeerde gang kwam. Eerder van zijn linkerkant waar hij een grote rotsblok tegen de wand zag liggen. Een normaal mens zou deze nooit alleen kunnen verplaatsen of opheffen. Hij duwde zonder echt veel inspanning te leveren tegen de steenmassa en wist dat hij het bij het rechte eind had.

            Er kwam een opening vrij achter de rots die hij juist aan de kant had geduwd. Een walm van ongewassen mensenvlees kwam hem tegemoet. Er was een accent in datgene wat hij rook dat hem tegenstond. Vladimir wrong zich door de krappe opening en begon op gehurkt verder te kruipen. Het bleek een korte verbindingstunnel te zijn naar een andere gang. Daar kon hij weer rechtop staan. De weg daalde langzaam en draaide in een spiraal naar rechts. Langzaam als een roofdier dat zijn prooi ruikt, daalde hij het ruwe stenen pad naar beneden af.

            De wanden dropen hier van het water dat in kleine stroompjes naar beneden vloeide. Vladimir keek goed waar hij zijn voeten zette. Niet dat hij bang was om zich te kwetsen, zijn Oude Kracht zou hem daarvan behoeden of direct genezen. Maar hij moest zich telkens indenken en vooral niet vergeten dat hij eruit zag als een mens en ook gekleed was als een mens. Hij verwachtte straks ook weer buiten de grotten te staan. Het zou heel vreemd overkomen als zijn kleren besmeurd en gescheurd zouden zijn. Hij kon zich niet permitteren dat hij gezien werd. De mensen zouden vragen stellen en hij hield niet van pottenkijkers.

            Toen hij een tijd gedaald had, leidde de gang naar een nieuwe grot. Een grot die zich ver uitstrekte en die middenin uitgesneden was door een rivier waar het water met een snelle stroming voorbij vloeide. Een normaal mens zou zich niet staande kunnen houden in dit woelig water. Zijn eigen menselijk omhulsel zou meegesleurd worden als hij zou proberen de rivier over te komen. Het spoor kwam nochtans van aan de overkant. Hij zou een andere oplossing moeten vinden.

            Zijn blik speurde door de donkere gewelven en ontdekte op manshoogte aan de rechterkant een klein plateau waar de rivier het smalst was. Hij zag ook een andere rotsblok dat aan dezelfde kant op een afstand van een meter van de andere oever van de rivier lag. Hij berekende zijn kansen en ontdekte dat het mogelijk was om op die manier ongeschonden aan de overkant te raken. Terug via die weg zou niet gaan en hij zou bij zijn aftocht de zaak moeten herbekijken.

           Via een paar uitsteeksels in de wand klauterde hij moeiteloos op het plateau. Vladimir schatte even in hoe hard en hoog hij moest springen. Het plateau was een tweetal meter lang en zijn aanloop was heel kort. Zijn bovennatuurlijke kracht bracht hem na zijn sprong op de rotsblok waar hij even wankelde, zijn evenwicht herwon en gemakkelijk naar de overkant sprong. Hij bekeek zijn kleding en zag er hier en daar wel een vochtige plek was door het klimwerk. Dat was het minste van zijn zorgen, dat zou wel drogen.

          Plots had hij een beweging opgemerkt aan zijn rechterkant. De kluizenaar had hem bemerkt. Eligo wist nu dat hij er was en Vladimir ging langzaam in de richting waar hij hem gezien had. ‘Eligo, n’ai pas peur, wees niet bang. Ik wil je enkel wat vragen stellen.’ Hij luisterde even en hoorde geen stappen meer. Eligo luisterde ook naar hem en stond stil. ‘Ik ken Abigor die je het eeuwig leven heeft gegeven. Ik kan je misschien helpen om je tijd van gevangene in deze grotten te beëindigen. Wil je niet naar buiten en je krachten die je gekregen hebt van Abigor ontplooien? Wil je tot het eind der tijden hier in het duister ronddwalen? Je kan een koning worden in de wereld der mensen met wat Abigor je geschonken heeft en je rijk zal generaties en generaties duren. Spreek met mij, Eligo en beantwoord mijn vragen en ik geef je wat je altijd gewild hebt.’

          Een tijdje hoorde Vladimir niets, maar hij rook nog altijd de aanwezigheid van Eligo. De man was aan het denken. Hij kon de man in het nauw drijven maar dan zou het moeilijker worden om antwoorden te krijgen. Men vangt meer vliegen met honing dat met azijn. Plots hoorde hij weer schuifelende stappen die naderden. ‘Bedankt, Eligo, ik beloof het je, ik zal je bevrijden van je eeuwigdurende gevangenis.’

          Vanuit het duister kwam een man gekleed in rafelige kledij. Hij was uitgemergeld en onverzorgd, maar boven zijn jukbeenderen schenen twee flikkerende ogen waar Vladimir het Kwaad in kon zien. Zijn geur was bijna niet te harden. De man had zich waarschijnlijk in jaren niet meer gewassen. In zijn hand had hij een stenen knuppel die hij vermoedelijk als wapen gebruikte. Het zou niets uithalen tegen Vladimir. Zijn kracht was ouder en sterker.

           ‘Étranger, vreemdeling,’ kraste Eligo’s stem. Men kon horen dat hij moeite moest doen om te spreken. De jaren van vereenzaming in de diepe grotten hadden hem het spreken bijna verleerd.

           Gelukkig sprak Vladimir tientallen talen perfect, zijn herinneringen bevatten zoveel levens in zoveel werelddelen dat hij zich zonder moeite verstaanbaar kon maken in het Frans. ‘Votre souffrance est enfin presque finie, uw lijden is eindelijk bijna ten einde. In ruil voor wat antwoorden zal ik je verblijf hier in deze gevangenis beëindigen. We dienen dezelfde heren, Eligo. Dat zou je in mijn ogen moeten kunnen zien.’

           De man tegenover Vladimir keek hem aan. Zijn blik boorde zich in de ogen van Vladimir die onbevreesd terugkeek. Hij voelde de onderzoekende blik hem aftasten en liet de man toe om dit te doen.

            ‘Vous êtes du Diable aussi, je bent ook van de Duivel.’ Het was geen vraag maar een vaststelling. De man knikte hem toe en legde zijn knuppel naast zich neer. Blijkbaar was hij overtuigd dat Vladimir geen gevaar inhield.

            ‘Mijn beste Eligo, ik zit met een probleem en ik denk dat jij mij kunt helpen. Mijn dankbaarheid zal groot zijn en ik wil je redden van een eeuwig ronddolen in deze grotten. Ik dacht niet dat dit de bedoeling was, wanneer je je ziel aan Abigor schonk.’ Vladimir wist de juiste woorden te spreken. Hij wou niet zeggen dat hij het goed kon verkopen, dat zou negatief klinken. Hij wist echter wel dat een goed einde van zijn zoektocht afging van de juiste woorden.

            ‘Ik wil de plaats van een zeldzaam artefact te weten komen. Met dit artefact kan ook ik mijn droom waar maken. Rijk worden, eeuwig leven. Zeg nu zelf, Eligo, het is een droom die ieder mens najaagt.’ Hij wist dat Eligo of ieder mens een gelijkgestemde ziel zou herkennen. Al was het dan een zwarte ziel, gevuld met het Kwaad. ‘Ik wil de tweede doos van Pandora vinden. De doos die mij onsterfelijk en rijk zal maken.’ Hij vertelde niet meer, maar het was genoeg om Eligo te overtuigen. ‘Kan je me helpen? Heb je ook het vooruitzicht gekregen van Abigor, kan je in de tijd kijken?’

          ‘Je le peux, ik kan dat!’ De stem van Eligo klonk al wat minder schor. ‘Maar alleen als je kan leveren wat je belooft. Ik word het langzaam moe om hier opgesloten te zitten.’

          Vladimir knikte. ‘Ik zal doen wat ik beloofd heb en meer zelfs. Je zal meegenieten van mijn eigen kracht en mogelijkheden. Mijn rechterhand zal voor jou zijn.’

           Eligo zag het Kwaad in de ogen van Vladimir en begreep dat hij grote kracht had en er waarschijnlijk nog meer zou hebben als hij hem zou helpen. Gelijkgestemde zielen herkenden elkaar en moesten elkaar dan ook helpen om krachtiger te worden en over de wereld te heersen.

           Zonder dat Eligo nog verder sprak, zag Vladimir dat zijn ogen omhoog draaiden en enkel het wit van de oogbol nog zichtbaar was. ‘Wezens van de Nacht zullen over de dood heen de Onderwereld betreden.’ Eligo’s stem klonk anders, dieper en ouder. De stem van een ziener of misschien Abigor zelf? Het kon Vladimir niet schelen, als hij maar de goede antwoorden kreeg. ‘Ze zullen reizen over de Styx en Charon betalen. Reizen naar het centrum van de rivieren van de Onderwereld, waar het antwoord op je vraag te wachten ligt.’

          ‘Hoe kan ik de onderwereld betreden en terugkeren, Eligo?’

Hij wist dat er een mogelijkheid moest zijn. Als de vijand dit kon, dan moest er minstens één middel zijn om dit ook te kunnen.

           ‘Jouw ziel kan enkel reizen op die van een vers gestorven ziel. Herinner je waar je de Onderwereld binnenkomt en daar zal je ook weer buiten kunnen. Drink eerst van je eigen bloed en dan van dat van de pas gestorven ziel en je zal het rijk van de Onderwereld betreden.’

           ‘Dank je Eligo, voor je woorden en je hulp. Ik zal je nu alles geven wat je gevraagd hebt. Zie je eigen toekomst aan en je zal weten dat ik de waarheid hebt verteld.’ Vladimir kon een grijns niet verbergen.

            Eligo’s ogen keerden zich weer en trokken zich in schrik open. Hij had het inderdaad gezien. Vladimir was in één sprong bij hem en scheidde met een slag van zijn rechterhand het hoofd van Eligo van zijn lichaam. Zoals hij had beloofd was zijn rechterhand voor Eligo geweest en had zijn leven van eeuwig dwalen in de grotten beëindigd.

            Vladimir beet in zijn pols en likte het bloed dat direct uit zijn aderen vloeide. Zonder wachten nam hij het afgeslagen hoofd in zijn handen en likte met verwachting het bloed van Eligo op. Het duurde amper een paar seconden. Hij hoorde zijn eigen bloed ruisen in zijn oren en voelde zich duizelig worden. Toen er een waas voor zijn ogen kwam, wist hij dat hij op weg was naar de krochten van de Onderwereld.

 

……….

 

            Mercedes had haar vriend Marcel Thibodaux voorgesteld aan Diana en Julius. Van het eerste moment had Julius hem niet gemogen. Hij was van natuur al niet echt een fan van het weerwolvenvolkje, maar Marcel had iets over hem, dat hij niet kon wijzen. Iets dat hem tegenstond. Toen hij zag dat Diana daarentegen beter overweg kon met hem dan met Mercedes, voelde hij zich jaloers. De man was breedgeschouderd en met zijn baard had hij meer weg van een Viking, was zijn haar dan wat lichter van kleur geweest. De roodbruine behaarde reus paste trouwens meer bij Mercedes dan bij Diana, dacht hij. Hij wist echter dat ze hem nodig hadden en plooide daarom zijn afkeuring om in een lijdzame toegeving aan de noodzaak.

            ‘Mag ik vragen, Mercedes, hoe de overgang naar de Onderwereld zal gaan? Het heeft geen nut naar daar te gaan om niet meer terug te kunnen. Ik weet dat ik mezelf herhaal, maar draait het wel om.’ Julius wou wraak en daarom wilde hij zeker zijn dat hij terugkwam.

            ‘Ik heb onderweg voor de nodige zaken gezorgd. Ik moet een paar bevriende medici hiervoor bedanken. Gelukkig hebben we daar ook bondgenoten. Je moet namelijk weten dat we bloed van overleden mensen nodig hebben. Jullie nachtwandelaars, hebben bloed nodig van …nou ja, laten we er niet omheen draaien, we zijn wat we zijn. Het bloed van iemand van je eerste generatie die zelf nog geen bloed van mensen heeft gedronken. Is dit voorhanden?’ Ze keek naar Julius om een antwoord op haar voorzichtig gestelde vraag.

            ‘Geen probleem, zowel Diana als ik hebben twee nieuwe familieleden die nog niet hebben gedronken.’ Julius belde even met zijn mobieltje met het order om hen twee buisje bloed te brengen van twee specifieke nachtwandelaars. ‘Zo is gebeurd. Geld dit dan niet voor jullie? Zijn heksen en weerwolven anders als het gaat om bloed?’

            Mercedes keek even opzij naar Marcel Thibodaux. ‘Het bloed heeft zijn eigen leven en kenmerken. Bezweringen kunnen daar niet om heen. Marcel en ik hebben ergens dezelfde genen. Daarom ben ik even bij een bevriende medicus geweest die zich specialiseert in een specifiek onderzoek. Hij maakt namelijk een onderzoek aan de familiebanden tussen de echte wolf, de ‘Canis Lupus’ en onze soort. Zowel ik als Marcel hebben daar al een milde gift gedaan van ons levensvocht om zijn onderzoek te steunen. Zijn wederdienst, echt wolvenbloed, is op dit moment voor ons beiden de sleutel naar de Onderwereld.’

            ‘Maar hoe gaat het werkelijk zijn gang. Het is toch niet zo, dat we door het drinken van dat bloed, nachtwandelaarsbloed of wolvenbloed, we zomaar die Onderwereld binnenstappen of toch?’ Diana was nog niet echt overtuigd of dit zou werken. Ze had niet veel vertrouwen in Mercedes hoewel ze wel overtuigd was van haar kracht.

            ‘Neen, zo eenvoudig is het niet. Eerst en vooral moeten je je afzonderen op een plaats waar er een beschermingsspreuk over uitsproken wordt. Zoals deze kamer die ik voorgesteld had. Het lichaam, het omhulsel blijft achter in deze wereld en is in de toestand dat het zal verkeren, heel kwetsbaar. Je moet vermijden dat iemand, gelijk wie, dit levenloze object waar je in terug moeten keren, niet beschadigt of zelf vernietigt. Daarna moeten je een aantal druppels van je eigen bloed drinken. Daarop drink je van het bloed van je kroost, wij van onze voorvaderen. Als laatste stap drinken jullie van het gif dat ik jullie zal geven.’

            ‘Wat, gif! Ben je gek, ik wil geen zelfmoord plegen.’ Diana had het weer uitgeschreeuwd. Ze nam elke gelegenheid te baat om voorstellen van haar vrouwelijke tegenpool af te kraken. ‘Welke zekerheid geef je, dat je ons niet echt wilt vergiftigen en dat we nooit meer een oog opendoen?’

            Mercedes zuchtte. ‘Oké, Diana, wat wil je? Ofwel doen we het op deze manier ofwel wacht je maar tot je vijand een einde maakt aan de nachtwandelaars en alles op aarde vernietigd die hem voor zijn voeten loopt. Aan jou de keus!’

            Diana zag er slechtgemutst uit. Ze had gewoon geen keus en ze wist het. ‘We doen het op jou manier, maar ik wil na jou gaan en wee je als jij niet dood bent en onze twee andere reisgezellen wel. Ik verzeker je dat je wolventrucje je niet zal helpen.’

            ‘Geen probleem, Diana. Maar wacht niet te lang. Hoe langer je wacht hoe verder je terecht komt van de plaats waar wij terecht komen. We moeten samen blijven, ook na het ritueel als we in de Onderwereld zijn. Het is van alle belang dat we binnen de tijd dat de kring oplost terug in onze lichamen zijn. Anders…’ Iedereen begreep dat er geen toekomst zou zijn als dit gebeurde. ‘Hoe lang?’ vroeg Marcel. ‘Hoeveel tijd hebben we om te zoeken en terug te keren?’

            ‘Sommige bronnen zeggen een week, andere spreken van enkele dagen, maar stel jullie even de vraag of dit wel werkelijk een rol speelt. Als we niet weten waar de doos zich bevindt, dan is het over en hebben we zelf geen reden meer om terug te keren naar dit aardse bestaan.’

            Het gezelschap schrok uit hun concentratie toen ze een klop op de deur hoorden van de kamer waar ze hun vergadering hielden. Het bleek de twee buisjes bloed voor Diana en Julius te zijn. Na deze te hebben overhandigd verliet de boodschapper weer de ruimte.

            Mercedes haalde uit een binnenzak van haar vest twee kleine buisjes met bloed. ‘Hier heb ik het wolvenbloed voor Marcel en mezelf. Zoals ik gevraagd had staan hier vier bedden. Laat ons plaatsnemen en het ritueel beginnen. Ik laat jullie weten wat jullie juist moeten doen.’

            Elk van hen nam plaats op een bed, terwijl Mercedes een kring rond de bedden trok. Eerst met zout en dan met en ander poeder dat geel kleurde en bij aanraking met het zout een brandende streep trok in de vloer die praktisch direct weer uitdoofde. Terwijl ze dit alles deed, prevelde Mercedes vreemde woorden. Spreuken die afstamden uit een ver verleden, oud en beproefd zweefden de woorden hun oren binnen en door de mantra van woorden werd iedereen rustig.

            ‘Drink nu jullie eigen bloed.’ De twee nachtwandelaars beten hun eigen pols open en dronken even van hun eigen bloed. Zowel Mercedes als Marcel sneden in hun hand met een mes en deden hetzelfde met hun bloed.

            ‘Nu het bloed van onze familie.’ Mercedes gaf een flacon aan Marcel en Diana en Julius ledigden de twee flesjes die bij hen bezorgd waren.

            Rondom hen begon de kring langzaam te roken. Het proces was ingezet.

            ‘Nu het laatste ingrediënt. Uit dezelfde binnenzak haalde ze een groen buisje en opende het. Ze gaf het eerst aan Marcel die met een eerste aarzeling er voorzichtig van nipte. Ogenblikkelijk begon het hem te duizelen en hij hoorde zijn hart vertragen. Hij hoorde de slagen bonken in zijn oren, trager en trager en hij legde zich neer op het bed. Langzaam vielen zijn ogen toe en hij ademde niet meer.

            Diana en Julius hadden met verbazing de vlugge werking van het vergif aanschouwd. Mercedes bood het groene glaasje nu aan Julius aan. Die keek even naar Diana en maakte een proostend gebaar naar zijn vriendin voor hij er een slok van nam. Ook bij hen werkte het goedje heel vlug. Mercedes knikte naar Diana. ‘Goed, ik neem eerst een slok en geeft het je vlug, voor ik vertrek van deze wereld. Voel gerust aan mijn lichaam of ik de waarheid spreek, Diana, maar wacht niet te lang.’ Daarna nam ze het gif tot zich.

Voor ze omver kon vallen had Diana het buisje al in haar handen. Toen Mercedes niet meer ademde, controleerde Diana haar polsslag en luisterde daarna naar haar hart. Ze knikte verbaasd. Mercedes was dood. Ze keek nog even naar het buisje en slokte de rest van het gif naar binnen. Net als bij de andere kwam de dood vlug aangesprongen als een roofdier uit de duisternis, dat haar meesleepte zonder dat ze de mogelijkheid had om zich te verweren.

 

© Rudi J.P. Lejaeghere

16/05/2015

Stem aub voor 'The Woman in Red'   http://www.inkitt.com/nanowrimo   Thanks

            

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...