Een Wereld Van Verschil

Het was precies 4514 jaar, 3 maanden, 24 dagen en 33 seconden geleden sinds De Vernieuwing aan de macht was gekomen. De vernieuwing: het systeem dat alles had veranderd; De mensen, de dieren, de planten, onze hele planeet... Alles was vanaf dan anders. Anders. Het is maar wat jij dacht dat 'anders' was.

0Likes
1Comments
180Views
AA

4. Welkom

Zelfs 's nachts is het warm. Iemand moest wel twintig dekens over me heen hebben gedrapeerd om me zo warm te houden. Zo warm. Zo warm heb ik het al lang niet meer gehad. Ik was bijna gewend geworden aan de constante gevoelloosheid van mijn vingertoppen en oorschelpen. Maar op dit moment ben ik van alle kanten omringd door deze troostende warmte.

Ik lig in een tent. Een geimproviseerde hut die niet echt stabiel lijkt, maar toch is het prachtig. Het is prachtig om te zien hoe de doeken zorgvuldig om het houden gestelte hangen en zijn vastgeknoopt in vreemde knotten. Doeken in alle kleuren, vormen, formaten en stoffen. Ze lijken zelfgebreen of gestikt te zijn. Ze laten net een paar stralen maanlicht binnen tussen de knopen door.

Het is stil en rustgevend. Het enige wat ik nog kan horen is het ritsel-achtig geluid van honderden krekels in de buurt. Ik heb geen idee waar ik ben, maar het kan me weinig schelen. Het enige wat ik weet, is dat ik veilig ben en de verzorging heb gekregen die ik hard nodig had. Deze mensen kunnen gewoon geen slechte bedoelingen hebben.

Ik ben meer bij bewustzijn dan de vorige keer dat ik wakker was geworden. Deze keer kan ik alles weer normaal zien en zijn er geen rare vlekken meer voor mijn ogen. Alle voorwerpen hebben hun juiste kleur en structuur weer teruggekregen. Ik strek me uit en inspecteer mijn ledematen, die verassend genoeg allemaal nog heel en intact zijn. Het enige overblijfsel van mijn 'avontuur' van de afgelopen paar dagen zijn de enkele paars-blauwe plekken en kneuzingen die nog hier en daar te zien zijn. En het teken. Het driehoekje dat diep in het vlees van mijn linkerschouder is gekerfd, is genaaid, maar er zal ongetwijfeld een litteken achterblijven. Ik snap nog steeds niet waar het vandaan komt of wat het betekent, en nu ik klaarblijkelijk nog leef, wil ik niets liever dan het te weten komen.

Vastberaden ga ik rechtzitten op mijn matras, waarna ik weer achterover val door een plotse pijnscheut in mijn rug. Ik zucht en vervloek binnensmonds mijn zwakheid. Ik probeer nog eens, maar deze keer rustig, recht te zitten terwijl ik op mijn lip bijt om de stekende pijn te negeren. Ik ben meer gewend dan dit, zeg ik tegen mezelf. Plots zie ik een knipperend licht aangaan en hoor ik voetstappen schuifelen over de bodem. Ik zal iemand wakker gemaakt hebben en weer vloek ik. De voetstappen worden steeds luider en ik overweeg mijn kansen bij een ontsnappingspoging maar laat dat idee al vallen wanneer ik me weer herinner dat deze mensen me geholpen hebben, en ik ze wel kan vertrouwen. Het lichte word feller en laat een warm licht door de doeken binnenvallen terwijl er een grote, zwarte vlek tegen de doek word geprojecteerd. Ik kan een paar zware, blote voeten onder het gordijn zien komen, ze zijn bedekt met eelt en harig als die van een volwassen man. Op dat moment schuift het gordijn open en ik staar naar het gestalte dat nu met mij in dit kleine tentje staat. Het is een oude man met een baard. Afwisselend zilveren en grijze lokken zijn in de krullende haarbos te onderscheiden onder een verassend fijne neus en een paar kleine, nieuwsgierige oogjes met lange, witte wimpers. “He daar, jochie. Prachtig vind je niet, die stilte van die vroege uurtjes?” Een brede grijns verdeelde zich over zijn gezicht en hij kneep zijn ogen lichtjes dicht waardoor de kraaienpootjes naast zijn ogen tevoorschijn kwamen. “Euhm... best?” weet ik uit te brengen. “Wel, dat dacht ik dus ook, tot ik zo'n raar gerommel in die hut naast me hoorde en ik helaas wakker werd van dat kabaal. Vreselijk toch, als je wakker word gemaakt net wanneer je zo lekker aan't tukken bent?” Hij kijkt me schijnheilig aan terwijl hij een wenkbrauw optrekt en tegen een van de palen van mijn tent leunt. Ik weet niet wat ik moet antwoorden. Of ik nu instem of niet, hij heeft zijn antwoord al klaarstaan. Ik sta schaakmat in zijn spelletje. En daarom zeg ik niets. Ik gaap hem alleen aan met open mond en een paar verwarde ogen. “Inderdaad, dat dacht ik ook. Maar he, jochie, weet je wat? Ik ben in een goede bui vannacht en ik zal het stamhoofd niet verwittigen.” Dan dringt het tot me door. “Stamhoofd?” benadruk ik. “Ja, je bent hier nieuw zeker? Wel, wen er dan maar aan zou ik zeggen, jochie.” Ik word er irritant van dat hij me maar jochie blijft noemen. Ik kan me inbeelden dat een negentienjarige jong lijkt in verhouding met hem maar ik ben en blijf een volwassen man.

Op dat moment duikt er een hoofd de tent binnen. “Zeg, ouwe, wat zit jij in de tent van die uitloper?” Een paar achterdochtige, maar vriendelijke, chocoladebruine ogen en lichtbruine haardos kijken de oude man verdacht aan. Op eens staat de man aan de andere kant van de tent, zo ver mogelijk van mij vandaan. “Wat zei je nu?! Uitloper?” herhaalt de man paniekerig. “Wat, in vredesnaam, is een Uitloper?” meng ik me er geergerd tussen omdat niemand het ook maar eens heeft overwogen om een van mijn vragen te beantwoorden. “Wist ja dat dan niet? De nieuwkomer is een uitloper … of was een uitloper. Ik weet het niet.” Gaat hij door terwijl hij mij negeert. De man zijn gezichtsuitdrukking evolueert nu van geschrokken naar help-ik-ga-dood. Hij leek wel beschaamt voor het feit dat hij net tegen mij zat te praten maar angstig tegelijkertijd, alsof ik gevaarlijk zou zijn. Het gerimpelde paar oude ogen kijkt me voor een laatste keer geschrokken aan en verdwijnt dan meteen. Hij raast de tent uit en ik kan hem nog net stampvoetend naar zijn tent horen lopen. “Dus, jij hebt het overleeft heb ik gehoord?” Glimlacht de jongeman naar me. “Leuk om te horen dat ik leef maar, wat heb ik dan precies overleeft, as ik vrage mag? En wie ben jij trouwens? Wat doe ik hier? Waarom geeft er nooit iemand duidelijk antwoord op mijn vragen?” De woorden komen er uit als een slinger van letters die nauwelijks te verstaan zijn. “Wow! Rustig aan, joch. We willen je hier alleen maar helpen. Maar ok, omdat ik een verassend goed humeur heb om vijf uur 's nachts, kan ik best een paar vragen voor je beantwoorden als je dat wilt.” Hij blijft me aanstaren met een schijnheilige blik. “Ja, alsjeblieft!” Hij lacht me uit om mijn wanhopig gedrag, maar dat kan me niets schelen. Ik heb antwoorden nodig, en dat is alles op dit moment. “Dus, wat is je naam als ik vragen mag?” “Will.” Antwoord ik kort. “Will, aangenaam kennis met je te maken. Mijn naam is Logan, je persoonlijke, extra charmante bewaker voor de komende paar dagen en welkom in Stam-C!” Deelt hij me opgewonden mee terwijl hij zijn armen spreid alsof ik eruit zie alsof ik een welkom-knuffel nodig heb. Ik kan niets zeggen, ik staar hem alleen maar aan. “Jij, bent nu waarschijnlijk heel verward, maar dat is geen probleem want dat is volkomen normaal. Alle nieuwkomers moeten er wel even aan wennen; het leven in de 'ilegalewijken' zoals jullie uitlopers het noemen. Uitlopers zijn nieuwelingen die uit het systeem komen. De meeste uitlopers die hier rondlopen zijn gezakt voor de IQ-test en hebben hun zielige bestaan binnen de hekken ingeruild voor een zielig bestaan buiten de hekken. Jij, mijn beste vriend, leeft nog omdat een van onze oudsten, Matiri, je herkende en heeft gesmeekt om jou leven. Ze zei dat je de zoon was van iemand die haar ooit heel dierbaar was geweest, of zo iets. Maar in ieder geval … Je bent onderworpen aan de uitloper-inwijding en hoewel je zwaargewond en halfdood was na de drie dagen dat we je hebben opgesloten in die tempel, heb je het overleeft! En nu ben je een van ons.” Hij legt het allemaal uit met een brede grijns die ik maar al te graag zou zien verdwijnen op dit moment. “Stop even.” zeg ik. “Je hebt me voor drie dagen halfdood, zwaargewond en uitgehongerd achtergelaten in een of andere tempel om me 'een van jullie' te maken?” herhaal ik bijna woedend. “Precies ja.” Hij negeert mijn ergernis en blijft maar lachen. “En als je het niet erg vind, ik heb je nu al genoeg informatie gegeven om de hele nacht wakker van te liggen, dus ik ga weer terug naar mijn 'afdeling' en kruip weer in mijn hol. Deze keer liefst zonder wakker te worden.” deelde hij me nog mee. “Oh, en voor ik het vergeet, dit kan je nu misschien wel gebruiken.” Logan knipoogde naar me en duwde een klein, stalen flesje in mijn handen. “Welkoms cadeautje van de zaak.” Dan draait hij zich om en neemt de olielamp met zich mee. Zijn schaduw verdwijnt achter mijn gordijn en wordt, samen met het lichtje van de olielamp, steeds kleiner tot hij verdwenen is. Ik voel aan het flesje en ontdek een stop, die ik er meteen vanaf trek. Zodra ik het flesje onder mijn neus hou, kan ik de inhoud ervan al ruiken. Alcohol. Zonder twijfelen giet ik de inhoud van het flesje mijn keel binnen. Een warm gevoel verspreid zich door mijn lichaam. Ik moet een paar keer hoesten omdat, wat het ook is, straf lijkt te zijn. In heel mijn leven heb ik nog maar twee keren alcohol gedronken. De eerste keer was op mijn achttiende verjaardag, toen alle mannen van mijn jaar symbolisch een glas wijn naar binnen moesten werken voor de seremonie die ons tot 'man' maakte. Toen heb ik het bijna ter plekken voor mijn familie uitgekotst, de onbekende bittere smaak leek mijn keelgat wel te verschroeien. Zo ben ik dus in de vierde graad beland ... De tweede keer was de avond vlak voor ik vertrok op deze missie, het is traditie van Omega-Basis om te drinken op je eventuele dood, wat me weer doet twijfelen aan het feit dat ik nog leef. Hoe dan ook, ik heb het nooit gemogen, maar op dit moment wil ik er alles aan doen om te vergeten. Mijn hoofd bonst weer alsof het gaat ontploffen van de gedachten. Het kleine flesje is al gauw leeg en ik voel de warmte tot in de tippen van mijn tenen kruipen en mijn hoofd lichter maken. Heel even maar, denk ik. Heel even maar laat ik me gaan, wijk ik af van mijn missie. Voor heel even denk ik aan niets. Ik ga weer achterover liggen met het flesje nog in mijn hand en sluit mijn ogen. Het laatste waaraan ik denk, is zij.

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...