Een Wereld Van Verschil

Het was precies 4514 jaar, 3 maanden, 24 dagen en 33 seconden geleden sinds De Vernieuwing aan de macht was gekomen. De vernieuwing: het systeem dat alles had veranderd; De mensen, de dieren, de planten, onze hele planeet... Alles was vanaf dan anders. Anders. Het is maar wat jij dacht dat 'anders' was.

0Likes
1Comments
177Views
AA

3. Warm

Ik heb het gevoel dat ik word omhelst. Het is een warm en troostend gevoel dat zich om me heen heeft gesloten. Ik wil en kan het onmogelijk loslaten. Eindelijk, denk ik. Ik ben dood. Ik ben vrij, ik heb het gehaald, min of meer. Dit moet de hemel wel zijn, het kan niet anders. Elke uithoek van mijn lichaam wordt overspoeld door een gevoel van voldaanheid, tevredenheid. Mijn bonzend voorhoofd wordt getroost door een vochtig, warm doek. Mijn maag gromt niet langer en is het zwijgen opgelegd. Mijn droge keel is besmeurd met een slijmlaag die ik de afgelopen dagen heb gemist. Mijn ledematen voelen stijf aan, maar daar hou ik van. Het gevoel van je botten die zich uitstrekken nadat ze eeuwen hebben stilgelegen, het ontwaken van elke spier die zich uitstrekt.

Ik voel me goed, geweldig, fantastisch.

Mijn ogen zijn dichtgekleefd en het enige wat ik zie is het vuurwerk van het licht dat door mijn oogleden schijnt. Wanneer ik erin slaag mijn ogen open te krijgen word ik overweldigd door het witte licht. Dus dit is hoe de hemel eruit ziet, denk ik. Maar dan komen er wazige vormen tevoorschijn en er verschijnt een groot blauw oog voor me. “Hah! Ik zei het je toch! Dokken die handel!” hoor ik een hoog, irritant stemmetje zeggen. Het oog wordt kleiner en verdubbeld zich tot er een heel gezicht wordt gevormd. Rood haar, sproeten en fel blauwe ogen kijken me aan met een brede grijns. “Die kerel wil simpelweg gewoon niet doodgaan.” zucht een wat zwaardere stem. Het gerammel van iets ijzer klinkt scherp in mijn oren. Mijn zintuigen worden stilaan wakker. De geur van een kampvuur steekt in mijn neus. “He man, word wakker!” het rode haar beweegt heen en weer. Een zwarte vlek komt mijn gezichtsveld binnen. De zwarte vlek, zo blijkt, is haar. Zwart, krullend haar bovenop een gebruind gezicht met bijna zwarte ogen die me aankijken met een jeugdige nieuwsgierigheid. “Denk je dat hij ons kan zien?” Vraagt de harige zwarte vlek, terwijl hij met zijn hand voor mijn ogen zwaait, aan de rode vlek. Ik probeer mijn stembanden te gebruiken maar de eerste tellen lukt het niet. Ze hebben te lang stilgelegen. Dan slaag ik er toch in om een ruis-achtig geluid te maken. De vlekken verstarren allebei bij het horen van mijn krakende stem. “Het leeft!” roept een van de twee. “Moet je nou eens kijken, ik had nooit gedacht dat die nog wakker zou worden.” “W-wie z-ijn jullie?” vraag ik hen. “Mam! Hij is wakker!” schreeuwt de rode vlek, zonder mijn vraag te beantwoorden. “Jake, Robin, had ik jullie twee niet gezegd om onze gast met rust te laten?” Een vederlichte, vrouwelijke stem komt dichterbij. “M-misschien...” bekent de rode vlek (Blijkbaar genaamd Jake of Robin). “Ga Opa dan maar snel helpen bij de akkers. Komaan, hup!” Zonder tegenstribbelen zijn Jake en Robin verdwenen en blijf ik alleen achter met de vrouw, van volgens mij middelbare leeftijd, en het geluid van de kindervoetstapjes die steeds meer vervagen.

Mijn ogen lijken zich ondertussen aangepast te hebben en ik kon het gezicht van de dame bestuderen terwijl ze het doek van mijn hoofd in koud water sopte om hem dan weer voorzichtig op mijn voorhoofd te leggen. Een echte vrouw. Als ik me niet zo slecht zou voelen, was ik waarschijnlijk twee meter de lucht in gesprongen van verbazing, maar nu ben ik alleen maar blij dat ze voor me zorgt. Ik krimp even ineen van de kou maar negeer het voor de rest. Haar ogen zijn grijs-blauw en omringd met wallen en kraaienpootjes die haar een oude, wijze uitstraling bezorgen. Haar haren zijn zwart met grijze plukken en haar huid heeft een gezonde bruine tint met een paar roze wangen die haar het karakter van een liefhebbende moeder zouden kunnen geven. “Wie bent u?” probeer ik opnieuw. “Shhhhh...” sust ze me en weer krijg ik geen antwoord. “Je bent zwak, rust nog wat voor je weer gaat zitten peinzen. Slaap, mijn kind.” Even panikeer ik bij het woord 'kind', maar dan bedenk ik dat het misschien gewoon haar manier was om een jong iemand zoals ik aan te spreken.

Ze heeft gelijk, ik ben zwak. Al snel voel ik mijn oogleden weer zwaarder worden en de slaap aan me trekken. Maar ik wil nog even wakker blijven om haar een laatste vraag te kunnen stellen. “Ben ik dood?” vraag ik haar, zo zacht fluisterend dat je het bijna niet kan horen. “Nee, dat ben je niet. Je hebt de inwijding overleefd.”

 

Ik leef nog.

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...