Tijdloos verliefd

Iedereen is er op voorbereid. Haar nichtje Charlotte gaat een tijdsprong naar het verleden. Als sinds het begin is Charlotte er op voorbereid.
Maar alles raakt in de war, wanneer ik (Gwendolyn) de tijdsprong maakt, in plaats van Charlotte.
Tijdreizen is nog best lastig, met al die geheimen en lessen die ik gemist heb.
En dan nog vooral mijn knappe partner die me zal helpen bij de lessen en tijdreizen. Gideon...
Gelukkig heb ik Leslie, mijn beste vriendin. Zonder haar zou ik het echt niet redden.

0Likes
2Comments
195Views

3. 2.

Leslie noemde ons huis vaak ''een deftig paleis'' vanwege de vele kamers, schilderijen, houten lambriseringen en antieke spullen. Ze vermoedde dat achter elke muur een geheime gang en in elke kast minstens een verborgen vakje. Toen we nog klein waren, gingen we elke kaar dat ze bij ons was op ontdekkingsreis door het hele huis. Dat de ontdekkingsreis verboden was, maakte het nog spannender. We maakten steeds meer plannen om niet gesnapt te worden. En ja, na een paar jaar vonden we dan toch een paar geheime vakjes en zelfs een geheime deur. Die bevond zich in het trappenhuis en was verborgen achter een olieverfschilderij waarop een dikke man met baard en getrokken degen op een paard zat en grimmig voor zich uit keek. 

De grimmige man was dus mijn oud-oud-oud-oud-oudoom Hugh te zijn, op zijn paard Fat Annie.

Achter het schilderij, was niets meer dan een simpele badkamer, maar toch was hij al die tijd geheim gebleven.

''Jij bent zo'n geluksvogel! Dat je hier mag wonen!'' zei Leslie vaak.

Ik vond eigenlijk dat zij de geluksvogel van ons tweeën was. Ze woonde in een gezellig rijtjeshuis, samen met haar vader, moeder en haar hond die Bertie heette. Daar waren geen geheimen, geen grote familie, geen bedienden.

Vroeger woonde ik ook in zo'n huis: mijn moeder, mijn vader, mijn broer en ik. Maar toen was mijn vader gestorven. Mijn zus was ongeveer net een half jaar oud geweest toen mam met ons naar Londen was verhuisd. Misschien omdat ze zich eenzaam voelde, misschien redde ze het niet financieel.

Mam was in dit huis opgegroeid, samen met haar zus Glenda en haar broer Harry. Oom Harry woonde als enige niet in Londen; hij woonde met zijn vrouw in Gloucestershire. 

Eerst leek ons huis op een kasteel, maar als je er langer woonde en er met veel familieleden woonde, was het huis toch minder groot. Vooral omdat er een heleboel overbodige ruimtes waren, zoals de balzaal op de begane grond die over het hele oppervlakte van het huis uitstrekte. We hadden daar geweldig kunnen rolschaatsen, maar dat was natuurlijk weer verboden. De enige reden dat hij een beetje nuttig was, was omdat Charlotte daar haar dans- en schemerlessen had.

En zo waren er nog veel meer overbodige ruimtes, zoals de orkestzaal,die ook niet in gebruik was.

Eigenlijk was meneer Bernhard de enige man in ons huis, als je Nick niet meetelde.

Maar om de leegte toch een beetje op te kunnen vullen, hadden we al een paar keer aangedrongen voor een huisdier. Wat niet mocht omdat tante Glenda allergisch was voor alles met een vacht, en lady Arista hield niet van dieren.

Wij sliepen met z'n vieren op de 3de verdieping, en Charlotte was hartstikke jaloers op onze badkamer en onze balkonnen. Aangezien zij een badkamer hadden zonder ramen met mooi uitzicht.

Ik vond de zolder, waar wij dus sliepen, de gezelligste plaats in ons huis. Omdat we daar ons eventjes niet aan de regels hoefden te houden, en het daar ook lekker rustig was.

Het enige nadeel was, dat we  ver van de keuken af zaten, dus moest ik het doen met een pak droge biscuitjes, die binnen een kwartier helemaal leeg was. Alles uit angst dat de duizeligheid terug zou komen. 

Ik liep naar de naaikamer en schopte mijn schoenen uit, en knoopte mijn jasje open. Ik plofte daar uiteindelijk op de bank. Alles liep vandaag anders. Het was pas 2 uur, en over 2 en een half uur zou Leslie pas thuis zijn, zodat ik haar kon bellen. Ook mijn broertje en zusje zouden niet eerder dan half vijf thuis zijn, en mijn moeder stopte pas tegen 5 uur met werken.

Normaal gesproken hield ik ervan om alleen thuis te zijn, Ik kon in alle rust een bad nemen, de muziek hard aanzetten en keihard meezingen, en niemand zou me dan uit kunnen lachen. En ik kon tv-progamma's opzetten waar ik zin in had, zonder dat er iemand jengelde, ''Maar ik wil SpongeBob zien!''

Maar vandaag had ik nergens zin in, zelfs niet in een dutje op deze lekkere zachte bank. Om me een beetje af te leiden, begon ik de naaikamer op te ruimen, dat was zeg maar onze onofficiële woonkamer. Er was ook een klein trappetje naar het dak, die eigenlijk alleen bedoeld was voor de schoorsteenveger, maar Leslie en ik hadden dat gekozen als ons lievelingsplekje. Het was wel gevaarlijk daar op het dak, maar dat weerhield ons niet om naar boven te gaan. De sleutel van de deur zat in een roze suikerpot met rozen erop, en niemand wist dat ik die verstopplek kende, anders was de hel losgebarsten, dus ik lette altijd op als ik naar het dak sloop. Maar je kon er ook zonnebaden, picknicken, of gewoon verstoppen voor woedende familieleden.

Ik vouwde de wollen plaid op, veegde de koekkruimels van de bank, klopte de kussens op en deed de losslingerende schaakstukken in het doosje. Ik gaf zelfs de Azalea water, die half dood in een hoekje van de kamer stond. En er waren nu pas 10 minuten voorbij. Zou Charlotte in de muziekkamer al weer duizelig zijn? Wat gebeurde er als je van de 2de verdieping in een huis van Mayfair naar het verleden sprong? Zou je dan vallen? Ach ja, ze leerden je van alles op het mysterie-onderwijs van Charlotte, dus vast ook hoe je zou moeten vliegen.

Ik verveelde me nog steeds, dus ik zou maar de familie gezelschap houden, al liep ik daarbij gevaar om weggestuurd te worden, vanwege strikt geheime gesprekken. Maar toch liep ik door.

Toen ik binnenkwam zat oudtante Maddy op haar lievelingsstoel bij het raam en Charlotte stond bij het andere raam. 

'Ik ben er nog, zoals je ziet.' zei Charlotte.

'Dat is.... mooi,' zei ik, terwijl ik moeite deed om niet naar de jurk van Charlotte te kijken, een donkerblauwe juk die eruitzag als een kruising tussen een nachtjapon, een badjas en een nonnenhabijt.

'Het is gewoon ondragelijk!' zei tante Glenda die tussen de twee ramen heen en weer liep. Net als Charlotte was ze lang en slank en had ze felrode krullen.

'Gwendolyn, engeltje, wil je een citroensnoepje?' oudtante Maddy klopte op het voetenbankje naast haar. 'Kom eens lekker naast me zitten en leid me een beetje af, Glenda maakt me vreselijk nerveus met dat heen en weer geren.'

'Je hebt geen idee hoe een moeder zich voelt, tante Maddy,' zei tante Glenda.

'Nee, dat heb ik inderdaad niet,' zuchtte oudtante Maddy. Ze was de zus van mijn opa en ze was nooit getrouwd.

'Waar is lady Arista eigenlijk?' vroeg ik, terwijl ik een citroensnoepje nam.

'Ze is hiernaast aan het telefoneren,' zei oudtante Maddy. 'Maar ze praat zo zacht dat we er helaas geen word van kunnen verstaan. Dat was trouwens de laatste zak snoepjes. Heb je toevallig tijd om naar Selfridges te lopen en nieuwe te kopen?'

'Tuurlijk,' knikte ik.

Charlotte verplaatste haar gewicht naar haar andere been, waarop tante Glenda achterom keek.

'Charlotte?'

'Niets,' zei Charlotte.

Tante Glenda kneep haar lippen op elkaar.

'Kun je niet beter op de begane grond wachten?' vroeg ik aan Charlotte. 'Dan val je niet zo diep.'

'Kun jij niet beter je klep houden, als je ergens totaal geen verstand van hebt?' was Charlottes werdervraag.

'Toe, het laatste wat onze Charlotte op het moment kan gebruiken zijn domme opmerkingen.' Zei tante Glenda.

Ik begon er al spijt van te krijgen dat ik naar beneden was gekomen.

'De eerste keer springt de gendrager nooit verder terug dan 150 jaar,' legde oudtante Maddy vriendelijk uit. 'Dit huis in 1781 afgebouwd, dus hier in de muziekkamer is Charlotte absoluut veilig. Ze zou hoogstens een paar musicerende lady's kunnen laten schrikken.'

'In die jurk zéker,' zei ik zo zacht dat alleen mijn oudtante het kon horen.

Ze giechelde.

De deur vloog open en lady Arista kwam binnen. Ze zag er nog altijd uit alsof ze een stok had ingeslikt. Of misschien wel meerdere. Een voor haar armen, haar benen en een die in het midden alles bij elkaar hield. Haar wit-grijze haren waren strak in een knot bij elkaar gekamd.

'Er is een chauffeur onderweg. De heren De Villiers verwachten ons in Temple. Dan kan Charlotte bij haar terugkomst meteen ingelezen worden in de chronograaf.'

Ik snapte er niet van.

'En wat nou als er vandaag nog helemaal niets gebeurt?' vroeg Charlotte.

'Charlotte, liefje, je bent al 3 keer duizelig geweest.' zei tante Glenda.

'Vroeg of laat zal het gebeuren.' knikte lady Arista. 

'Kom mee, de chauffeur kan hier elk moment zijn.' tante Glenda nam Charlottes arm en samen met lady Arista verlieten ze de kamer. Toen de deur achter hen dichtviel, keken oudtante Maddy en ik elkaar aan.

'Je zou toch denken dat je ontzichtbaar was, nietwaar?' zei oudtante Maddy. ' Een ''tot ziens'' of een '' Hallo'' af en toe zou ook eens aardig zijn. Of zelfs verstandig. ''Lieve Maddy heb je misschien nog een visioen gehad dat ons verder kan helpen?'''

'Had je er een dan?'

'Nee,' zei oudtante Maddy. 'Godzijdank niet! Ik krijg na visioenen altijd verschrikkelijke honger! En ik ben al dik genoeg.'

'Wie zijn die De Villiers?' vroeg ik.

'Een stelletje arrogante vlegels, als je het mij vraagt,' zei oudtante Maddy. ' Allemaal advocaten en bankiers. Ze bezitten de privébank De Villiers in de City. We hebben daar onze rekeningen.'

Dat klonk heerlijk 'ongeheimzinnig'.

'En wat hebben die lui met Charlotte te maken?'

'Laten we zeggen dat zij vergelijkbare problemen hebben.'

'Wat voor problemen?' Moesten zij ook met een tirannieke grootmoeder, en een gemene tante en een verwaand nichtje onder één dak wonen?

'Het tijdreisgen, voor zover ik weet heet de jongen die het geërfd heeft Gideon. De Villiers hebben de mannelijke lijn van het tijdreisgen. Hij heeft het wachten tot eerste sprong al ondertussen achter de rug, hij is 2 jaar ouder dan Charlotte.'

'En wat is een chroni... chrono....?' ik probeerde zoveel mogelijk vragen te stellen aangezien tante Maddy heel veel antwoorden gaf.

'Chronograaf!' oudtante Maddy rolde met haar grote blauwe ogen. 'Dat is een apparaat waarmee je de gendrager naar een bepaalde tijd kan sturen. Heeft iets met bloed te maken. Maar alleen de gendrager kun je in de tijd sturen, anders gaat de chronograaf stuk. '

'Een tijdmachine?' Vol met bloed? Lieve help!

'Ik heb geen idee hoe dat ding werkt, ik vang hier ook wat gesprekken op, terwijl ik doe alsof ik slaap.'

'Ja, maar hoe weten ze eigenlijk of Charlotte dat gen heeft geërfd? en waarom niet bijvoorbeeld eh... jij!?'

'Ik kan het niet hebben godzijdank!' antwoordde ze. 'Lucy heeft het gen na lady Tilney , de moeder van lady Arista, geërfd.

Lucy was altijd het zwarte schaap van de familie geweest, ze was toen ze 17 was van huis weggelopen, daarom praatte niemand uit onze familie over haar.'

Oudtante Maddy stak haar hand in de lege zak.

'Och god, ik denk dat ik verslaafd ben aan die dingen, zou je alsjeblieft even naar Selfridges willen lopen?'

'Tuurlijk!' zei ik.

'Bedankt mijn liefste engeltje, trek een jas aan,  het regent!'

Aangezien mijn jas nog in mijn kluisje lag, trok in mijn moeders gebloemde regenjas aan. Toen ik buiten was deed ik mijn capuchon op. Ik zwaaide naar de man in het portiek van nr 18. Maar natuurlijk zwaaide hij niet terug.

'Stomme vent.' mompelde ik, en ik liep verder in de richting van Oxford street. Het regende hard, ik had beter ook laarzen aan kunnen doen  behalve alleen de jas. Mijn lievelings magnolia op de hoek liet treurig zijn bloesems hangen. Voor ik bij de boom aankwam, was ik al drie keer in een plas gestapt.

Toen ik juist om een vierde heen wilde lopen, werd ik zonder enige waarschuwing van mijn sokken geblazen. Mijn maag raasde over de achtbaan, en de straat vervaagde tot een grauwe rivier.

 

 

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...