creatief schrijven cursus

opdrachten van mijn schrijfcursus

0Likes
0Comments
395Views
AA

12. tulp

opdracht: schrijf het dagboek van een tulp, maar je mag de tulp niet verzorgen.

 

Dag 1: 21 mei 2014

 

Dagboekje,

 

Hoi, ik ben Roos. Ik ben een tulp met roze bloemblaadjes een paars hartje en een groene steel. Ik kwam vandaag terecht bij mijn nieuwe verzorgster. Ik werd aan haar gegeven door iemand in een spijkerbroek en slippers aan. Teenslippers om precies te zijn. Toen kreeg ik een tour van mijn nieuwe verzorger. 9 vrouwen zaten aan een grote tafel. Er stond een beamer midden op  tafel. Overal stonden glazen met kleine laagjes vloeistof erin. Man wat had ik daar graag ingestaan. Het was zo warm dat mijn hoofd te zwaar werd. Toen gingen we op de fiets naar huis. Zo noemde ze dat. Een fiets. Een lang stuk roze fietspad volgde. Auto’s ronkten. Mannen praatten tegen elkaar. Daarna arriveerden we in een donkere kamer. Het rook er naar pannenkoeken en schoonmaakmiddel. De radio ging aan en ik kreeg een slaapliedje. Ik werd geplaatst in een oud flesje. Nu sta ik op een houten gelakte tafel in een donkere ruimte.

 

Dag 2: 22 mei 2014

 

Dagboekje,

 

Daar ben ik weer. Ik stond afgelopen nacht op een koude plek in de schaduw. Heerlijk was dat. Ik kon gelijk mijn rug rechten. Mijn verzorger bewoog veel tijdens de nacht. Ze ging dan naar een andere kamer en maakte gorgelende geluiden daar. Vandaag ging ik met fles en al in een tas. Ik zat in de tas in de trein. Het was een korte reis. Toen stond mijn verzorger een tijdje stil. Ineens kwam iemand naar haar rennen. Toen gingen we door de hitte naar de tram. Daar zaten we een tijd lang stil. Mijn verzorger en haar medereiziger waren vrolijk aan het kletsen. We stapten uit bij water. Daar wil ik in. Laat me alsjeblieft vallen. Dat waren mijn gedachten, maar nee we gingen zitten aan een tafel in de zon. Ik mocht gelukkig wel onder de tafel in de schaduw staan. Mijn verzorger en de andere persoon waren aan het praten en lachen. Auto’s reden langs. De tram stopte achter ons. Ding ding als er weer iemand op straat bleef staan. We gingen nog wandelen en toen naar een winkel. De persoon daar vond mij erg mooi. Nu ben ik in een ruimte gestopt.

 

Dag 3: 23 mei 2014

 

Dagboekje,

 

Ik werd vandaag wakker in die donkere ruimte. Dorst dat was mijn eerste gedachte. Slopende uitgedroogde uren hadden de nacht in zijn greep. Dorst, ik moet drinken. Mijn hoofd is te zwaar. Dorst, ik moet drinken. Na een tijd lang wakker zijn werd ik opgetild. De kriebels in mijn blad van de luchtstroom. Die langs mijn blad voerde. Na niet al te lang werd ik weer opgesloten. Donker, alleen, in de verte klonk er gelach en gepraat. Niet bij mij. Tijd ging voorbij en niemand kwam bij me kijken. Niemand kwam me helpen. Dorst. Na zeeën van tijd werd ik opgehaald. Warm zon en buiten. Ik kwam in een herrie makend voertuig terecht. Het was geel met blauw. De deuren piepten voor ze sloten. Toen ging ik er weer uit. Ik zag veel. Rood, blauw, geel groen, paars, zwart, raar allemaal kleuren allemaal verzorgers en geen van hen keek om. Dorst. Volgende voertuig in. Deze keer wit met geel en blauw. Stilstaan en niks doen. Duurt lang. Dorst. Weer uitstappen. Jippie regen. Ik strekte mijn bladeren om de paar druppels op te vangen. Dorst! Aankomen in een gebouw. Neergezet worden bij een raam. Naar buiten kijken. Donkere nacht. Dorst.

 

 

 

Dag 4: 24 mei 2014

 

Dagboekje,

 

Vandaag was rustig. Geen gesjouw. Niet worden opgesloten. Eindelijk rustig. Ik kon de hele dag naar buiten kijken. Vogels die verschrikt wegvliegen als de zeearend overvliegt. Katten die over daken lopen. De zon die mijn bloemblaadjes en ene groene blad verwarmd. De kamer die langzaam donker wordt als de zon ondergaat. Mijn verzorger die laat thuiskomt en me denk ik gedag zegt. Ik weet het niet. ik wordt langzaam doof. Langzaam verlies ik mijn gehoor. Mijn verzorger die laat thuiskomt en een cupcake aan me laat ruiken. Ik weet het niet. Mijn neus valt langzaam af. Dorst, droge stengel, afvallende bladeren. Dorst, kleurverlies. Dorst, moe slapen. Ik kan niet meer.

 

Dag 5: 25 mei 2014

 

Dagboekje,

 

Vanochtend begon vroeg. Er was een beierend hard geluid. Zelfs ik kon het horen met mijn weinige oren. De zon was weer levend. Hij verwarmde mijn blaadjes. Warm. Dorst. Verkleuren. De laatste druppels water in mij uit de huidmondjes zweten. Warm. Tik tik een vogel. Bij het raam. Hij wil me opeten. Tik tik hij wil naar binnen. Warm, niks doen. Moe. Ik wil niet meer leven. Langzaam aftakelen.

 

Dag 6: 26 mei 2014

 

Dagboekje,

 

Piep piep ging de wekker vanochtend veel te vroeg. Ik keek naar buiten. Geen zon eindelijk. Niet te warm eindelijk. Dorst. Nog steeds onverdraaglijke dorst. Kleine korte ondiepe messteken. Diep genoeg om pijn te doen maar niet diep genoeg om me te vermoorden. Zo voelt de ondraaglijke dorst die ik heb. Minder warm. Ik kan vocht blijven vasthouden. Regen een hoge luchtvochtigheid. Eindelijk wat vocht. Eindelijk minder warm. Toch nog ziek van de dorst. Kleurverlies.

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...