Unicum Extraneum

Wanneer Zweinstein het Overlevings Kampioenschap houdt worden alle studenten in paren verdeeld. De teams strijden tegen elkaar in verschillende opdrachten en moeten samen zien te overleven om de uiteindelijke kampioen te worden.

Ribbun DeLorious is nieuw op Zweinstein. Ze houdt zich afzijdig van de meeste groepsactiviteiten en praat amper. Ze is een unieke verschijning en niemand weet wat er achter haar lichtgroene ogen verborgen gaat.
Maar daar komt verandering in. Tijdens het Overlevings Kampioenschap wordt Ribbun gekoppeld aan Draco Malfoy. Al haar pogingen om stil het schooljaar door te komen zijn verloren. Nu moet ze wel samenwerken om het Kampioenschap te winnen.
Ookal doet Ribbun zo hard haar best om niemand dichtbij haar te laten komen, lukt het haar niet om Draco Malfidus af te weren. Hij komt steeds dichterbij, en dus ook dichter bij haar duistere geheimen...

Zal het Ribbun lukken om verborgen te blijven? Of zorgt één jongen ervoor dat Ribbun haar ware ik moet onthullen...

0Likes
0Comments
224Views
AA

1. Via Sumitur/ De Genomen Weg

Ik zat helemaal achterin de trein, in de laatste coupé. Gillende tieners renden rond als kippen zonder kop. Boeken, jassen en snoepgoed vlogen in het rond. Hoge naaldbomen schoten voorbij terwijl ik uit het raam keek. Er hing een lage mist waardoor je niet verder kon zien dan ongeveer 30 meter. Het deed me denken aan vroeger. Mijn leraar liet me altijd spreuken oefenen als het mistig of donker was. Ik moest mezelf kunnen redden als mijn zicht beperkt was. Ik moest kunnen handelen als één van mijn zintuigen het zou begeven. Zo werd ik een betere heks, zei hij. Als het sneeuwde leerde ik met vuur om te gaan. En als het heet was leerde ik spreuken met water. 

Als ik uit ademde ontstond er een kleine plek condens op het raam. Het was best koud in de trein. Iedereen droeg zijn jas nog en had een sjaal om. Als mensen praatten stegen er kleine wolkjes condens op uit hun mond en vlogen omhoog tot ze verdwenen tegen het plafond. 

Links van me, aan de andere kant van het pad, zaten 4 luidkeels te schreeuwen en te lachen. In een zwarte rugzak onder hun tafel zat een lange fles gevuld met een donker blauwe vloeistof. Om de fles zat een oud, gelig etiket waar met sierlijke letter op stond geschreven: Perturbabant. Een vriend van me heeft me ooit verteld dat het een mix is van bosbessensap en dropshot. Dropshot is een zwart van kleur, smaakt naar salmiak en werkt bloeddrukverhogend. Het kan dodelijk zijn als je er te veel van neemt, dus mijn vriend raadde het me af. Dat was voor dat hij er aan is overleden op een feest.

Om beurten hielden de jongens een klein glas onder tafel en vulden het voor de helft met de blauwe vloeistof. Ze gooiden het snel achterover als niemand keek en begonnen dan hard te lachen. Af en toe lieten ze een vol glaasje vallen en het enige wat ze deden was ernaar kijken en lachen. Hun tafel was een puinhoop, er lagen lege glazen omgegooid op tafel en op de vloer. Ze praatten zo hard dat ik zeker wist dat je het aan de andere kant van de coupé kon horen.

Ik kon dit zielige vertoon niet meer aanzien en keek weg. Ik keek naar de glazen schuifdeur aan het begin van de ruimte en zag Mevrouw Litus staan. Zij is de leerlingenbegeleider en erg streng. We noemden haar ook wel Vijfkop, omdat ze altijd alles in de gaten had. Met haar haviksogen keek ze over het glas van haar gouden, ronde bril de coupé rond, op zoek naar overtredingen van het Reglement. Haar normaal strak opgestoken grijs-bruine haar zat nu vrij slordig, waarschijnlijk door de stress van de 80 oncontroleerbare leerlingen van het Amphora College die ze in haar eentje in bedwang moest houden. Haar scherpe blik viel op het hoekje giechelende jongens naast me. Één van haar mondhoeken ging en er verscheen een gemeen lachje op haar gezicht waardoor er lichte kraaienpootjes ontstonden rond haar ogen. Ze schoof de glazen schuifdeur langzaam open en liep deze kant op. Onderweg nam ze nog wat verboden snoepgoed in beslag en stopte het in een zak aan de binnenkant van haar grijze jasje. Ze liep verder en stond nu naast mijn tafeltje. Haar blik viel op de vele lege glaasjes die verspreid over de tafel en de vloer lagen. Zo stond ze een tijdje, haar handen gevouwen achter haar rug.

''Mijn heren, mag ik weten waar jullie mee bezig zijn?'' sprak ze, met een poeslieve stem. Een van de jongens keek op en het leek alsof hij moeite had om zijn ogen open te houden. ''We houden een feestje,'' zei hij, half hikkend, half lachend. Mevrouw Litus deed een stap in de richting van de jongen, pakte één van de glazen en hield die omhoog tegen het licht, alsof er iets heel interessants in te zien was. ''U bent toch zeker bekend met het reglement van onze school, Meneer Belikov?'' Ze keek terug naar de jongen die haar nog steeds lachend aan keek en zette het glaasje terug. 'Natuurlijk mevrouw' zei hij. Mevrouw Litus plaatste haar handen gevouwen achter haar rug en sprak: 'Dan weet u zeker ook dat feestjes en alcoholische drank verboden zijn?' De jongen deed zijn mond open alsof hij iets wilde zeggen, maar bedacht zich en deed zijn mond weer dicht. Mevrouw Litus boog door haar knieën, pakte de zwarte rugzak, en kwam weer omhoog. 'Als u zo vriendelijk zou willen zijn mij te volgen heren,' ze pauzeerde even en stopte de lege glaasjes in de rugzak, 'dan zetten wij dit gesprek voort in mijn kantoor.' Mevrouw Litus draaide zich om en liep langzaam het pad af naar de glazen schuifdeur, met de vier jongens achter zich aan. 

Toen de jongens en Mevrouw Litus uit het zicht verdwenen waren begon ik weer uit het raam te staren. De trein reed langs een prachtig meer omringd door bossen. Ik keek uit het raam naar links en zag een gigantisch kasteel steeds dichterbij komen. Daar moet het zijn. Om me heen begonnen kinderen te schreeuwen van opwinding. 'Daar is het, we zijn er eindelijk!' schreeuwde een rood harig meisje. Leerlingen drongen zich naar de zijkant van de trein en drukten hun neuzen tegen de ramen. Aan de rand van het meer, op torenhoge rotsen stond het stenen kasteel met blauwe toren daken. Een schitterend uitzicht. 

Ik keek vanuit het raam naar het meer en zag dat we steeds hoger zweefden. We vlogen met de trein naar de ingang van het kasteel en kwamen daar tot stilstand. Iedereen pakte snel zijn koffers om als eerste buiten te kunnen zijn. Ik wachtte tot de drukte voorbij was, pakte mijn spullen en liep rustig de trein uit. We stonden voor een enorme poort met aan weerszijden daarvan twee grote pilaren met daarop twee zweinen met vleugels. Ik keek op het bord naast de poort en las: Zweinstein Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus.

 


 

Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...