Unicum Extraneum

Wanneer Zweinstein het Overlevings Kampioenschap houdt worden alle studenten in paren verdeeld. De teams strijden tegen elkaar in verschillende opdrachten en moeten samen zien te overleven om de uiteindelijke kampioen te worden.

Ribbun DeLorious is nieuw op Zweinstein. Ze houdt zich afzijdig van de meeste groepsactiviteiten en praat amper. Ze is een unieke verschijning en niemand weet wat er achter haar lichtgroene ogen verborgen gaat.
Maar daar komt verandering in. Tijdens het Overlevings Kampioenschap wordt Ribbun gekoppeld aan Draco Malfoy. Al haar pogingen om stil het schooljaar door te komen zijn verloren. Nu moet ze wel samenwerken om het Kampioenschap te winnen.
Ookal doet Ribbun zo hard haar best om niemand dichtbij haar te laten komen, lukt het haar niet om Draco Malfidus af te weren. Hij komt steeds dichterbij, en dus ook dichter bij haar duistere geheimen...

Zal het Ribbun lukken om verborgen te blijven? Of zorgt één jongen ervoor dat Ribbun haar ware ik moet onthullen...

0Likes
0Comments
222Views
AA

2. Ludo album/ Het Witte Spel

Onze koffers waren meegenomen en we moesten verzamelen bij de rand van een bos. De eerste wedstrijd zou zo al beginnen. Het schoolhoofd, Perkamentus, sprak de leerlingen toe. Deze wedstrijd was bedoeld om de teams samen te stellen voor het Overlevings Kampioenschap. Het Kampioenschap werd jaarlijks gehouden met elk jaar drie verschillende scholen. Je moest een aantal wedstrijden doorstaan met teams van twee. Degene die als laatst overblijft wint.. De nummers één en twee zouden een team vormen, de nummers drie en vier enz. We moesten een parcours afleggen. Eerst rennen tot een grote houten muur. Daar overheen en dan weer rennen. Als tweede hindernis moesten we door een meer zwemmen om bij de overkant te komen. Dan weer rennen. Rennen tot het einde.

Ik keek rond, bestudeerde mijn tegenstanders. Hier en daar zag ik een paar gespierde jongens. Handig voor over de muur klimmen, maar hebben ze ook conditie? Ik keek verder rond en zag een groepje meisjes staan. Allemaal opgemaakt en wel-gekleed. Nou ja, wel-gekleed? Een kort jurkje met glitters en hakken. Handig, om te sprinten. Ik keek naar mezelf en vergeleek mijn kleding met die van hun. Ik droeg een strak, grijs, lange mouwen shirt. Een donkerrode rok die op mijn taille zat, en stopte net boven mijn knieën. Ik had een een grijze panty aan en donkerrode ballerina's met een strik. Zij zagen er beter uit, maar met een jurk en hakken kwam je niet eens twee meter ver zonder te struikelen.

 

Pang! Voor ik het wist klonk het startschot van de wedstrijd. Ik begon zo snel als ik kon te rennen naar de eerste hindernis: De houten muur. Ik beukte tegen iedereen aan, en iedereen beukte terug. Ik voelde iemand aan mijn jas trekken om voorbij me te komen maar trok snel weg en rende nog harder. De muur kwam steeds dichterbij en ik voelde de adrenaline door mijn lijf stromen. Toen ik bij de muur was keek ik snel rond. Ik was als eerste. Ik pakte een houten blok dat vastzat aan de muur en trok mezelf omhoog. Ik voelde meteen al een splinter in mijn hand maar ging door. Nog een blok omhoog, en nog één. Bij het laatste blok schuurde mijn been langs een los stuk hout en ik voelde een stekende pijn in mijn bovenbeen. Niet aan denken.

Ik gooide mijn benen snel over de muur en keek ernaar. Er zat een grote snee aan de zijkant van mijn rechter bovenbeen. Mijn broek was opengescheurd en doordrenkt van het bloed. Niet aan denkenDoorzetten. Ik sprong in één keer van de muur. Ik vloog voor een paar seconden door de lucht en kwam met een harde knal neer. Ik zette mijn handen op de grond om mijn val te breken en zette me daarna gelijk weer af om te sprinten. 

Ik rende nog harder dan eerst. Takken knalden tegen me gezicht aan als ik ze opzij wilden doen. Mijn handen zaten onder de schrammen. Niet aan denken. Na ongeveer een minuut te hebben gerend zag ik een blauwe vlek steeds dichterbij komen. Het meer. Ik begon mijn jas al open te doen zodat ik meteen het water in kon. Ik gooide mijn jas op de grond, met daarbij mijn sjaal. Ik trok mijn trui over mijn hoofd waardoor ik in mijn hemdje achterbleef. Ik stond stil voor het water en trok mijn schoenen uit. En ik dook. Ik ben goed in zwemmen. Altijd al geweest. Ik besloot om onder water te blijven en de technieken die ik als kind had geleerd te gebruiken. Een zeemeermin. Je bent een zeemeermin, mijn kleine Ribbun. 

Ik gleed geluidloos door het water. Ik kwam even boven om adem te halen. Ik keek achter me. Ik zag twee personen bij het meer aankomen. Twee jongens. Ook zij trokken hun shirt en schoenen uit en doken het water in. Ik was halverwege. Halverwege het meer. Ga nu Ribbun, of je haalt het niet. Ik ademde diep in en dook weer onder water. 

Ik merkte dat het ondieper werd en kwam weer boven water. Ik rende het water uit, het bos weer in. Nu alleen nog dit stuk bos doorkomen en ik ben er. Nu ik uit het water was gekomen voelde ik pas de pijn van mijn snee. Een stekende en prikkende pijn. Je haalt het niet. Ik zette de gedachte van pijn uit mijn hoofd en focuste weer op mijn doel. Het einde halen. Winnen. 

Het bos begon steeds opener te worden en het aantal bomen werd minder. In de verte zag ik een open plek. Daar is het. Het einde. Ik versnelde en trok een laatste sprint.

Ik was er.

Ik zag professor Perkamentus staan en hij lachte naar me. ''Gefeliciteerd Mevrouw DeLorious. Jij bent de eerste die deze proef heeft doorstaan. Nu is het wachten op je partner.'' Een gevoel van vreugde en opluchting vulde mijn lichaam. Ik ging zitten op een omgevallen boomstam en bestudeerde mijn wond. Hij liep van onder mijn heup tot aan de zijkant van mijn knie. Gelukkig maar dat ik vroeger veel spreuken heb moeten leren. Ik legde mijn hand over de wond en sloot mijn ogen. Ik ademde in. En weer uit. ''Emollitum.'' Ik opende mijn ogen weer en zag een paarse gloed van onder mijn hand vandaan komen. Ik haalde mijn hand weer weg en de pijn was zo goed als verdwenen.

''Gefeliciteerd,'' Ik schrok op van Perkamentus' stem en keek in zijn richting. De twee jongens die ik bij het meer zag waren net aangekomen. ''Ik was veel eerder dan jij Potter.'' De wit-blonde jongen stond voorover gebogen met zijn handen op zijn knieën. Zijn huid was bleek en hij had een lang postuur. Hij kwam overeind en ik zag dat zijn lippen paars-blauw kleurde.

''Nee hoor, Malfidus. Ik was echt eerder.'' zei de andere jongen, zwart haar en een stukje kleiner dan de wit-blonde jongen. Hij bibberde en zijn tanden klapperden op elkaar. Hadden zij het koud? Ik voelde aan mijn voorhoofd. Warm. Het was helemaal niet koud. Of lag het aan mij?

''Het spijt me Harry,'' zei Perkamentus, ''Maar Draco was eerder.''

De wit-blonde jongen, Draco, lachte triomfantelijk. ''Jammer voor je Potter, zo te zien ben ik weer eens de beste.''

''Maar Draco,'' Perkamentus liep mijn kant op en stak zijn hand naar me uit. Ik pakte zijn hand, en stond op van de boomstam. ''Ik zal je moeten teleurstellen. Ribbun was hier toch echt als eerste.''

De jongen keek verbaasd naar Perkamentus. ''Hoe bedoeld u?'' Zijn stem zat vol afschuw. 

Perkamentus lachte. ''Ik bedoel Draco, dat Ribbun het parcours sneller heeft afgelegd dan jij.'' 

Draco liep langzaam in mijn richting. Hij keek verbaasd van Perkamentus naar mij. Hij bekeek me van top tot teen. Alsof hij het niet geloofde. ''Hoe kan ik verliezen van een meisje?'' 

Wat was er mis met deze jongen? Waarom zou een meisje niet kunnen winnen van een jongen? Ik wilde een opmerking maken, maar dat was hij niet waard.

''Ik denk,'' begon Perkamentus, ''Dat je dat zelf moet uitvogelen met Mevrouw DeLorious, ze kan nogal, verrassend zijn.'' Perkamentus kneep zachtjes in mijn hand. Gelukkig onderbrak hij de stilte.

Ondertussen kwamen er steeds meer leerlingen de finish over, allemaal met blauwe lippen en knikkende knieën. Of ik was ziek, of iedereen stelde zich aan. Ik had het helemaal niet koud. Best wel warm eigenlijk.

Draco kwam op me aflopen en stak zijn hand uit. Wat moest hij? Ik keek naar zijn hand en probeerde te bedenken wat hij van me wilde.

''Draco Malfidus.'' zei hij.

Ik pakte zijn hand en schudde hem. ''Ribbun DeLorious.''

Hij bleef me strak aankijken, alsof hij me bestudeerde. Plotseling pakte hij mijn hand ook met zijn andere hand vast. ''Je bent warm. Hoe kan dat?'' Hij keek naar mijn hand die in de zijne lag en toen weer naar mijn gezicht. Zijn hand schoot naar mijn voorhoofd. ''Je gloeit bijna. Hoe kan dat nou? Dat meer was bijna bevroren.'' 

Ik zette snel een stap naar achteren. Hij keek me vol ongeloof aan. ''Hoe kan dat?'' vroeg hij nog een keer, nu iets zachter.

''Ik, ik weet het niet'' zei ik. Hij keek me nog heel even aan, voordat Perkamentus het geroezemoes van de leerlingen onderbrak. ''Goed gedaan allemaal. Aangezien de omstandigheden lijkt het mij slim om iedereen nu naar de ziekenzaal te sturen. Grijp deze kans om je partner te leren kennen en misschien wel om een tactiek te bespreken voor het komende Kampioenschap, die nu officieel van start is gegaan.''

Iedereen barstte in gejuich uit. Iedereen klapte en schreeuwde. De menigte bewoog zich langzaam richting het kasteel. Draco kwam stug op me aflopen. Ik liep snel weg richting het kasteel maar hij liep al snel naast me. ''Wij zijn nog niet uitgepraat.'' Ik voelde zijn warme adem tegen mijn oor. Ik keek niet om, maar liep door. We liepen zwijgend naar de ziekenzaal. Ik ben benieuwd waar hij over wilt praten.

 


Join MovellasFind out what all the buzz is about. Join now to start sharing your creativity and passion
Loading ...